Foto bij 004. Sirius Black

Er waren nu, meer dan ooit, dingen die me buiten Azkaban nodig hadden. En ik had een plan.

Ik was me niet bewust van hoeveel tijd er verstreken was sinds ik de krant in handen had gekregen en tot dit moment dat ik mijn plan in actie bracht. Ik was me niet eens bewust van welke dag of welk uur we waren. Ja, ik was vaag bewust van dag en nacht maar ik was niet zeker hoe goed ik daarop kon vertrouwen. Azkaban speelde spelletjes met je hoofd, maakte je compleet doorgedraaid gek, en ik wou er niet aan toegeven. Toen de avond leek te vallen, veranderde ik in mijn faunaatsvorm. De krant die al tijden mijn lichtpunt was, nam ik in mijn bek met me mee. Ik had me al enkele dagen heel rustig gehouden; me helemaal afgezonderd van de wereld en van mijn omgeving. Voornamelijk in de hoop van mijn zenuwen te kalmeren en mijn koelte te bewaren. Als dit mis ging, als ze me door hadden, dan kon ik ooit vrij komen vergeten, als ik al niet op slag vermoord werd.
Er kwam geen reactie van de dementors, maar die hadden de afgelopen dagen niet erg op me gelet. Ik was in de afgelopen jaren genoeg vermagerd dat ik als hond tussen het traliewerk heen kon glippen. De dementors leken me niet op te merken en ik besloot mijn moment maar te nemen terwijl ik nog kon. Ik stootte op verbazend weinig oppositie. Ik had niet eens een wand, maar ik leek zonder enig probleem de Wizard Prison te ontsnappen. Mijn stap hield even in toen ik aan de rand van het eiland kwam. Juist ja, water. Ik was niet helemaal zeker hoe ver het eiland van het vasteland af lag, maar dit was niet een plaats waar ik kon blijven. Ik moest de stap wagen, dit was wat ik had besloten. Do or Die.
Het water was ijskoud, en het deed me bijna verstijven. Niet het juiste jaargetijde voor een zwemwedstrijd. Of het verkeerde moment van de dag. Ik moest mezelf forceren om mijn poten te blijven gebruiken en vooruit te komen, tegen de golven in. Het was vrij duidelijk dat er een mogelijkheid bestond dat ik hier fysiek te zwaar voor uitgeput was. Het was een kwestie van doorgaan en niet omkijken. Toch kon ik voelen dat het water en de koelte en de uitputting me tegenwerkte.
Mijn enige redding was een grote stok die in de golven dreef. Ik klemde me vast alsof mijn leven er van af hing, want dat deed het ook. Ik moest er maar op vertrouwen dat mijn instincten genoeg waren om me te redden terwijl ik mijn bewustzijn voelde wegdrijven.

Toen ik proestend wakker werd, voelde ik zand onder me liggen. Blijkbaar was ik erin geslaagd om me goed genoeg vast te houden aan mijn houvast om het strand te bereiken. Nu was het een kwestie van te weten komen waar ik was.
Ik repte me zo snel mogelijk van de open vlakte weg, naar de duinen en het landschap dat erachter lag. Ik moest nu gewoon zo snel mogelijk een veilig onderkomen vinden en iets om te eten. En daarna... richting Hogwarts? Of zou ik eerst via Londen gaan? Ik ging er vanuit dat dat vooral zou afhangen van waar ik in godsnaam aan land was gekomen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen