||Rosemary Tyler Ahotley

Ik word gewekt door een enorme hoofdpijn en ik breng een zachte kreun uit. Een klamme hand houdt mijn rechterhand vast en een geruststellende, maar onbekende hand wrijft over mijn linkerhand. Ik geef beide handen een zacht kneepje, maar ik voel meteen hoe mijn vermoeide spieren lijken te negeren. Ik murmel wat en open langzaam mijn ogen.
      Het gezicht van mijn zusje ontneemt me al mijn zicht en ik frons pijnlijk.
      'Fleur, ik kan niets zien, ga weg,' murmel ik niet onaardig in het Nederlands.
      Ik hoor mijn zusje zachtjes grinniken en haar gezicht verdwijnt. Ze werpt me een bezorgde glimlach toe en ik wurm mijn hand uit die van haar. Ik wil mijn hoofd aanraken, want het lijkt er verdomd veel op dat er een verband omheen zit, maar voordat ik mijn hoofd aan kan raken, pakt een warme hand mijn hand vast.
      'Je had een gat hoofd die gehecht is, je mag dus niet aan je hoofd zitten,' legt een zachte stem uit. Ze legt mijn hand weer naast mijn lichaam en ik friemel met het dekbed.
      'Dat is in ieder geval niet het eerste gat,' mompel ik onder mijn adem terwijl ik mijn hoofd kantel. Ik hoor zacht gegrinnik vanuit de rest van de kamer en ietwat geschrokken bekijk ik de rest van de kamer. Mijn zusje zit aan de rechterkant van mijn bed, en een onbekende vrouw met vier enorme littekens over de rechterkant van haar gezicht zit aan de linker kant, naast de vrouw zit Serena, ook met een bezorgde glimlach op haar gezicht. Aan mijn voeteneind zitten Embry en Paul en ik frons mijn wenkbrauwen. Embry lijkt zowaar de meest bezorgde van allemaal. Hij is aan het friemelen met zijn vingers en heeft zijn ogen op de neuzen van zijn schoenen gericht. Hij kijkt echter wel eens in de vijf seconden bezorgd op, alsof ik in vijf seconden kan verdwijnen.
      'Wat doen jullie hier allemaal? Wat doe ik hier? Hoe laat is het?' ratel ik. Ik wil omhoog krabbelen, maar de onbekende vrouw met een geruststellende glimlach duwt me terug in het bed.
      'Serena, ga jij anders even een zuster halen,' stelt de vrouw voor.
      'Kee, Emily,' antwoordt Serena beleefd. Ze werpt me nog een glimlachje en loopt dan de kamer uit.
      De vrouw, Emily dus, glimlacht even. 'Je hebt een ongeluk gehad, Thorn. Embry heeft je gevonden en de ambulance gebeld. Paul heeft je zusje opgehaald van school en hier naar toe gebracht. Je ouders zijn onderweg. Kan je je iets herinneren?'
      Alsof ik een soort flashback krijg komt alles ineens terug. De keiharde regen, de gevaarlijke dingen die ik aan het doen was, het enorme dier dat ineens over de weg schoot en waar ik tegen op knalde, de enorme pijn.
      'Mijn motor,' zeg ik gepanikeerd. 'Waar is mijn motor?'
      Paul kucht even ongemakkelijk en krabt in zijn nek. 'Er was niets over van het voertuig, ze hebben het naar de schroot gebracht.'
      Ik kan mijn oren niet geloven en de tranen springen bijna abrupt in mijn ogen. 'Wat? Daar zit al mijn geld en dagen werk in, wat denken mensen van nu wel niet?' Ik wil het bed uit komen, maar de enorme hoofdpijn die daarbij ontstaat zorgt ervoor dat ik daar wel anders over nadenk.
      'Thorn, doe eens normaal!' roept Fleur me in het Nederlands toe. 'Je hebt net een ongeluk gehad met dat domme ding, wees blij dat het weg is!'
      'Doe jij eens normaal, wil je?' schreeuw ik met een overslaande stem terug. 'Een beetje begrip graag!'
      Op dat moment komen Serena en een zuster en dokter de kamer binnen en valt het Nederlandse geschetter tussen mij en mijn zusje stil.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen