Ik laat me naast Fay op de grond zakken en sla mijn armen om haar heen. Zonder een woord te zeggen klampt ze zich aan me vast, terwijl de tranen over haar wangen stromen. Ze snikt hartverscheurend en ik… ik kan niets doen. Hopeloos probeer ik iets te vinden om haar te kalmeren, maar ik kan niets verzinnen. Ik weet geen woorden die haar troost kunnen geven, niets om de pijn te verzachten. Dus in plaats van iets te zeggen, hou ik haar gewoon vast.

Dit vergeef ik je niet, Axel. Ik begrijp dat het moeilijk is en dat niet alles gaat zoals je wil, maar dit is niet de oplossing. Ik zag de pijn in zijn ogen, Fay is niet de enige die hieronder breekt, het doet hem ook pijn.

Uiteindelijk sta ik langzaam op. De zon staat al hoog aan de hemel. ‘Fay,’ zeg ik zacht, ‘kom, we gaan hier weg.’

Fay kijkt niet op. Ze huilt niet meer, maar ze lijkt zo gebroken, haar tranen zijn op, maar haar verdriet is nog steeds even groot. Het doet pijn om haar zo te zien. Er moet toch een manier zijn waarop ik haar kan helpen?

‘Fay,’ zeg ik weer. Ik trek haar overeind. ‘Kom.’

Zonder een woord te zeggen, komt ze overeind. Zonder te protesteren, loopt ze met me mee als ik haar naar huis breng. Dit is niets voor Fay, zo heb ik haar nog nooit gezien. Zo verdrietig, zo gebroken. Zelfs toen we hoorden dat we naar Japan zouden verhuizen, was ze niet zo gebroken. Fay is altijd de sterkste geweest, zij heeft me geholpen.

Ik ga dit niet laten gebeuren. Ik ga Axel mijn zus en zichzelf niet zo laten breken. Dit keer is het mijn beurt om haar te helpen.


Thuis duw ik Fay meteen de trap op, richting onze kamer. Anders moeten we alles aan mam gaan uitleggen, en dat zie ik niet echt zitten. ‘We zijn thuis!’ roep ik naar beneden. Vanuit de kamer hoor ik onze moeder wat zeggen, maar wij zijn de trap al opgelopen.

Fay is op haar bed gaan zitten en veegt haar tranen weg, nog steeds zonder een woord te zeggen. Ik blijf onzeker staan. ‘Gaat het?’ vraag ik zachtjes. Ik maak me zorgen om haar. Domme vraag, Cassi, het is meer dan duidelijk dat het niet gaat. Fay schudt enkel haar hoofd. ‘Zal ik… wil je alleen zijn?’ vraag ik vertwijfeld. Mijn zus haalt haar schouders op. ‘O-oké, denk ik. Ik…’ Dit kan zo niet. Als Axels vader hem niet zou dwingen te stoppen da- maar dat is het! Ik moet met Axels vader praten. Zo snel mogelijk. ‘Ik laat je wel even alleen.’ Ik pak haar hand vast en geef er een kneepje in. Het komt goed, Fay. Daar zal ik voor zorgen.

Ik vlieg de trap weer af. Axels vader is dokter, dan moet hij in het ziekenhuis zijn. Daar kan ik met hem praten.

‘Cassi?’ klinkt het vanuit de woonkamer.

‘Ja, ik ga nog even voetballen buiten. Ik ben voor het avondeten thuis,’ antwoord ik meteen. ‘Ik zal voorzichtig zijn. Niet met vreemden praten en niets van onbekenden aannemen,’ ratel ik vermoeid op, ‘ik weet het, mam. Ik ben geen kleuter meer.’

Het blijft even stil, voordat ik mam diep hoor zuchten, wat voor mij al genoeg zegt. Ze geeft toe. ‘Oké dan, veel plezi-’

‘Dank je, doei!’ Ik schiet de deur uit en ga op weg naar het ziekenhuis. Zo moeilijk kan het niet zijn, het moet lukken. Ik moet meneer Blaze ervan overtuigen dat Axel moet blijven, dat we hem nodig hebben. Medicijnen studeren aan de andere kant van de wereld kan wel even wachten.

Het ziekenhuis is niet ver, dus ik ben er in een paar minuten. Zodra ik voor het grote gebouw sta, smelt mijn zelfvertrouwen weg. Misschien was dit niet zo'n goed plan, maar ik denk er nu al. Ik geef mezelf niet de tijd om langer na te denken en loop naar binnen,richting de infobalie. ‘Eh, goedemiddag,’ glimlach ik ongemakkelijk. ‘Op welke verdieping zit dokter Blaze?’

De oude vrouw achter de balie kijkt op en glimlacht terug, waardoor er rimpeltjes om haar ogen verschijnen. ‘De tweede verdieping, gang 35, deur zeven,’ zegt ze na even nagedacht te hebben, ‘maar hij heeft een druk schema. Heb je een afspraak, meisje?’

Ik verschiet van kleur. Natuurlijk, dat is ook een vrij belangrijk punt. ‘Ik eh… zal telefonisch een.afspraak maken, bedankt voor de informatie!’ Zonder een antwoord af te wachten draai ik me om en loop ik ver genoeg weg om het geloofwaardig te laten lijken. Zodra de vrouw achter de balie niet meer oplet, draait ik om en volg ik haar instructies op. Tweede verdieping, gang 35, deur zeven, herhaal ik in mijn hoofd, totdat ik voor de deur sta. Hier moet het zijn. De deur is echter gesloten, dus ik wacht ongeduldig af tot de deur eindelijk open gaat.

Een lange, donkerharige man groet dokter Blaze even en vertrekt. Zonder te twijfelen, schiet ik de open deur door. Nog voordat ik iets kan zeggen, kruist mijn blik die van meneer Blaze. Over de rand van zijn bril kijkt hij me peilend aan. ‘Wat doe jij hier? Mijn volgende afspraak is pas over tien minuten,’merkt hij op.

‘Ik eh… mijn naam is Cassi, meneer. Cassiane Bianchi, ik ben een lid van Inazuma Japan.’ Ik buig beleefd, maar als ik weer recht overeind sta, staat het gezicht van Axels vader op onweer.

‘Aha, jij bent dus één van die voetballers,’ bromt hij. Hij spuugt het woord “voetballers" uit alsof het het smerigste ooit is. ‘Wat kom je doen?’

‘Nou, ik wilde praten over Axel, hij had het over sto-’

Nog voordat ik mijn zin af kan maken, onderbreekt meneer Blaze me al. ‘Daar hebben Axel en ik het meerdere keren over gehad, het besluit staat vast. Hij gaat medicijnen studeren in Duitsland.’

‘Maar die medicijnen kunnen wel even wachten!’ roep ik verontwaardigd uit. ‘Axel houdt van voetbal en deze kans krijgt hij waarschijnlijk maar één keer in zijn leven!’ De man vertrekt geen spier en kijkt me bestuderend aan, terwijl ik steeds bozer word. ‘Het is niet eerlijk! Dit is zijn droom, hier. U wil toch dat uw zoon gelukkig is? Dat is hij hier, voetballend met zijn vrienden en met Fay! U kunt het niet maken om hem naar de Duitsland te sturen, zo egoïstisch kunt u niet zijn!’ Voordat ik verder kan tieren, wordt mijn storm aan boze woorden onderbroken - net op tijd, anders had ik waarschijnlijk het eerste binnen handbereik naar het hoofd van die man gegooid - door een hand op mijn schouder. Ik werp meneer Blaze een dodelijke blik toe en kijk opzij, recht in de ogen van Fay.

Ze glimlacht zwak. ‘Dat was wel weer genoeg, Cassi.’ Ondanks alles klinkt er een strenge ondertoon door haar stem. Ze duwt me wat naar achteren en buigt beleefd naar meneer Blaze. ‘Sorry voor het gedrag van mijn zusje, meneer Blaze.’

De man laat nu eindelijk zijn strakke masker vallen en verbaasd kijkt hij van de één naar de ander. ‘Twee?’ stamelt hij verrast.

Ik kijk Fay bijna net zo verbaasd aan als meneer Blaze. ‘Fay, wat doe jij hier?’ vraag ik verward. ‘Ik dacht dat je thuis was.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen