“Fay, wat doe jij hier?” Cassi is zo verward door mijn plotselinge verschijning dat haar tirade van enkele seconden geleden naar de achtergrond verdwenen is. “Ik dacht dat je thuis was.”

“Dat was ik ook,” antwoord ik simpel. “Maar ik hoorde je weggaan en ik kon heus wel bedenken dat dat niet was omdat je vrolijk wilde gaan voetballen. Dus ben ik je gevolgd.” Ik haal mijn schouders op en richt me weer tot Axels vader. Da’s waar ook. Deze man is Axels vader en daarmee mijn schoonvader. Dit is de beroerdste introductie ooit, wat moet ik zeggen?

Hij geeft me niet de kans om iets te bedenken. “Excuseer me, jongedames, ik heb het druk.” En zonder ons verder een kans te geven om iets te zeggen loopt hij weg.

En daar sta ik dan, aan de grond genageld, machteloos tegenover de persoon die ervoor zorgt dat ik mijn vriendje kwijt raak. Wat had ik verwacht? Dat hij na Cassi’s boze woorden ineens van gedachten zou veranderen en zou zeggen: ‘Oh, nu begrijp ik het helemaal. Natuurlijk hoeft hij niet weg’? Om eerlijk te zijn, misschien een beetje, ook al wist ik dat het slechts ijdele hoop was. Er is niets dat ik kan doen. Het is over.

“Het is niet voorbij,” mompelt Cassi alsof ze mijn gedachten kan horen, waardoor ik begin te twijfelen of ik ze misschien hardop heb uitgesproken. Ze legt haar hand op mijn schouder en ik voel de spanning van ingehouden woede door haar heen stromen. Haar ogen fonkelen woest, alsof ze hem aan zou willen vliegen maar weet dat ze daarmee niets bereikt. “We vinden wel een manier, Fay. Daar zorgen we voor, beloofd. Jij hoeft nooit meer iemand die zo belangrijk voor je is te missen.”

“Wat moeten we doen?” vraag ik zacht. Mijn hele lichaam voelt zwaar, alsof het me naar de grond wil dwingen, maar mijn trillende, knikkende knieën houden stand.

“Naar huis,” zegt ze zacht en ze trekt me tegen zich aan. “En dan gaan we samen een oplossing verzinnen en bedenken wat we allemaal gaan doen als we eenmaal op het WK zijn. Met z’n allen. We laten hem niet zomaar gaan, oké?”

Ik knik en zucht zacht, terwijl ik een flauwe glimlach tevoorschijn probeer te toveren.

Ze schudt haar hoofd. “Je hoeft niet te lachen nu. Dat komt later wel weer.” Ze pakt mijn hand vast en knijpt er zachtjes in. “Kom. We gaan naar huis.”


De volgende dag, als ik net midden in een fantástische reeks gemiste schoten zit, komt Silvia de training verstoren.

“Mark! Kijk, een brief voor je.” Ze houdt een envelop omhoog, die ze in zijn handen duwt.

“Er staat geen adres op. En ook geen afzender,” merkt Mark verbaasd op als hij de envelop bekijkt.

“Da’s raar,” zegt Austin. “Van wie zou hij zijn?”

“Nou, als ie van Mark is, komt ie vast van een hopeloos verliefde fan,” zegt Hurley en ik kan een lach niet onderdrukken.

“Dat is iets wat jou waarschijnlijk nooit zal overkomen!” roept Caleb hem van een afstand toe.

Hurley kijkt hem even nijdig aan, maar haalt dan zijn schouders op en grijnst. “Jou ook niet.”

“Geen zorgen, Hurley, jij hebt vast ook een hele hopeloos verliefde fanclub. In ieder geval meer dan die idioot. Hij is ontzettend arrogant terwijl hij nog niet één wedstrijd heeft mogen spelen,” zeg ik en Cassi knikt instemmend.

Hij lacht, maar dan wordt zijn gezicht weer serieus. “Hé, Mark, wat is er, man?”

Ik kijk om en zie Mark met grote ogen naar de brief staren. Hij heeft het papier stevig in zijn handen en trilt een beetje.

“Dat handschrift!” roept Darren verbaasd als hij een blik over Marks schouder werpt. “Het ziet er hetzelfde uit als in Marks boekje!”

“Maar dat betekent dus… dat dit bericht door David Evans gestuurd is,” concludeert Jude meteen.

“Maar dat kan helemaal niet,” bemoeit Nathan zich ermee. “De opa van Mark is jaren terug overleden.”

“Wat staat er in de brief, Mark?” vraagt Silvia en meteen ligt de aandacht weer bij onze aanvoerder.

“Er staat: Afspraak op de top,” zegt hij ietwat aarzelend.

“Op de top van wat?” vraagt Celia bedenkelijk. “Denk je dat hij misschien het FFI bedoelt?”

“Maar dat zou betekenen dat David Evans hier ook bij betrokken is,” zegt Jude. Hij kijkt Mark aan. “Misschien heeft hij iets te maken met een ander team in het toernooi.”

“Nee toch…” mompelt Nathan.

“Opgelet. Dit zou een valstrik kunnen zijn,” luidt het commentaar van Willy waar zoals gewoonlijk niemand om gevraagd had, en hoewel het ditmaal nuttiger is dan de meeste keren, zie ik aan de blikken van Mark en Darren dat hij ongelijk heeft. “Misschien wil een van de andere teams de concentratie van Mark verstoren door het handschrift van zijn opa te imiteren.”

“Jij zegt maar wat!” Darren lijkt heel wat minder kalm dan normaal en hij kijkt Willy nijdig aan. “Ik heb het logboek wel tig keer gezien, het is exact hetzelfde handschrift. Geen twijfel mogelijk, die brief is van Marks opa.”

“Nou, dat mag je dan toch eens uitleggen, Darren.” Willy neemt het onverstandige besluit de discussie aan te gaan. “Hoe kan een geest een brief sturen? Denk je soms dat ze postzegels en brievenbussen hebben in het hiernamaals?” Die laatste opmerking schiet bij veel spelers duidelijk in het verkeerde keelgat, maar niemand zegt iets, ook ik en Cassi niet.

“Waarom heb je het over een geest?”

“Ik zeg alleen maar dat-"

In een mum van tijd is de discussie geëscaleerd in een hoop onverstaanbaar geschreeuw en vliegen Willy en Darren elkaar bijna aan, als ze niet tegengehouden zouden worden door de rest van het team.

De enige die al die tijd niets zegt of doet is Mark. Hij staart voor zich uit met een lege blik. En dan grijpt hij opeens in.  “Jongens, geen ruzie maken. Het is simpel. Als het een grap of een vergissing is hoeven we er echt niet verder bij stil te staan.” Hij steekt de brief in zijn zak. “En als het echt is, hebben we alleen maar meer reden om ons te kwalificeren. Dan merken we het wel op het toernooi. Maar nu moeten we gewoon trainen, we moeten ons blijven concentreren op de finale!” Hij rent weg en met nog een zorg extra in mijn hoofd ren in achter hem en de rest van het team aan naar het veld.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen