Naam: Juliette Chauveau-D ‘Amboise
Leeftijd: 90
Geslacht: vrouw
Soort: Vampier
Plek van herkomst: Parijs, Frankrijk
Uiterlijk : Juliette is ongeveer 1,70 meter. Haar haar is medium blond, lang en stijl. Ze heeft een lichte getinte huidskleur en heldere blauwe ogen, wat aangeeft dat haar familie oorspronkelijk uit zuid-frankrijk komt. Juliette draagt altijd de laatste mode, om zo bij de tijd te blijven. Echter is ze nog wel helemaal gek op hoeden en jurken.
Innerlijk: Juliette is een emotionele persoon. Ze heeft een hoog gevoel voor empathie. Dit kan haar ook erg tegenwerken, omdat ze soms juist wegloopt van problemen. Ze voelt dan te veel, waardoor ze problemen wilt ontwijken. Ze heeft ook niet een goede doorzettingsvermogen, waardoor problemen worden uitgesteld. Daarnaast houdt ze ervan om mensen te helpen en is ze zachtaardig. Ze zal niet snel boos worden, maar wel snel verdrietig
Geschiedenis: Juliette is geboren op 23 mei 1885 in een onbekend stadje in Zuid-Frankrijk. Juliette was de jongste van het gezin. Ze had twee oudere broers: Thomas en William. Toen ze nog geen 1 jaar was verhuisde ze naar Parijs, waar haar vader de familiebedrijf overnam van zijn broer. Juliette's had een fijne jeugd, maar moest van haar moeder al snel opgroeien. Als 12-jarige moest ze leren om een vrouw te worden door te helpen in het huishouden en het dragen van de laatste mode. Juliette was jaloers op haar broers. Ze zag hoe haar broers naar school gingen, studeerde en hun leven vol maakte met leuke activiteiten. Toen ze 16 werd ze verliefd op een nieuwe vriend van Thomas: Jean-Paul D ‘Amboise. Gevoelens waren wederzijds en ze kregen snel een relatie. Ze trouwde in 1905, toen Juliette net 20 jaar oud was. Juliette ging bij haar man wonen. Jean was een rijke man, waardoor Juliette niet bezig hoefde te zijn met het huishouden. Ze genoot van de vrijheid. Jean wilde alles geven wat haar hartje begeerde, dus gingen ze op reis naar verre landen. Ook ging ze boeken lezen. Na 5 jaar werd haar eerste kind geboren: Marie. Juliette hield van haar kleine meisje. Ze vertroetelde haar en deed er alles aan om haar een fijne jeugd te geven. Toen Marie 10 jaar oud was werd Juliette zwanger van haar tweede kind: een jongen. Bij de geboorte ging het echter mis. Na de geboorte van het jongetje Luc begon ze hevig te bloedden. Juliette herinnerd zich niets meer over wat er was gebeurt. Ze kon alleen herinner dat ze wakker werd en dat ze zich anders voelde. Jean stond huilend naast haar bed, smekend dat ze niet boos zou worden. Juliette had geen idee waar hij het over had. De dagen dat er volgde liep het mis. Luc stierf een wiegendood. Getroffen met verdriet werd het Juliette te veel. Daarnaast had ze nog steeds geen idee wie ze was en vermoordde uit honger in een ongeluk haar werkster. Woord over de moord spreidde snel, waardoor Juliette in gevaar was. Voor gevaar van eigen leven en pijn in haar hart vluchtte Juliette weg. Juliette vluchtte eerst naar Spanje, daarna naar Engeland en vervolgens naar Zuid-Frankrijk. Tot de dag van vandaag had Juliette nog steeds moeite met wie ze was. Ze ontkend het grotendeels, maar geniet van haar vrijheid. Door de jaren heen had ze vrienden gemaakt. Het was dan ook een goede vriend die kwam met slecht nieuws....



Ik ben terug in Parijs, de stad dat ik zo nodig moest ontvluchten al die jaren terug. Maar ik ben terug en hopelijk jagen mensen nu niet op mij.
Ik ben terug voor een reden. Mijn goede vriend bracht mij vorige week vervelend nieuws. In de krant las hij over Marie, een vrouw geboren 65 jaar geleden en overleden 8 dagen gelden. Een moeder, oma en vrouw. Voor mij is ze meer dan een moeder, oma of vrouw. Voor mij is ze een dochter. Terwijl ik door de straten loop zie ik een klein speelgoedwinkeltje. Voorin het winkeltje, net achter het raampje, ligt een licht bruin beertje met een witte buik en oortjes. Zonder nadenken loop ik het winkeltje binnen en pak ik het beertje. Ik ga naar de kassa om af te rekenen.
'Voor je kind?' Vraagt de man achter de kassa.
Ik knik. 'ja, voor mijn dochter.'
'Leuk, hoe oud is ze?'
'Uhm...' even denk ik na. '10 jaar.'
Ik reken snel af en ik vervolg mijn weg naar buiten.

Ik neem de taxi naar de begraafplaats, waar ze sinds een aantal dagen begraven ligt. Mijn hoofd is gevuld met gedachtes. Ze heeft kinderen, klein kinderen. Zouden ze op haar lijken? Zouden ze...zouden ze iets van mij hebben?
De taxi komt aan bij de begraafplaats. Netjes betaal ik hem contant.
'Hou het wisselgeld,' zeg ik tegen hem en ik stap uit. Ik loop naar de poorten van de begraafplaats. Ik open zachtjes de deuren en ik vervolg mijn weg. Ik kom niet graag op begraafplaatsen. Ze herinner mij aan alle wat ik nooit zal hebben, maar het is het lot dat ik aan al mijn slachtoffer geef. Deze begraafplaats is anders. Ik ken deze plek. Ik heb hier mijn ouders begraven en mijn kleine jongetje. Voor eventjes ben ik weer mens.
Marie's graf is niet moeilijk te vinden. Het is de enige verse graf op heel de begraafplaats. Op haar rustplaats liggen mooie rode rozen een grote steen. Op de steen staat Marie D ‘Amboise 23 mei 1910- 23 september 1975. Met mijn hand streel ik over de steen.
'Ow, mijn kleine meid. Het spijt me. Het spijt me dat ik er nooit voor je kon zijn. ‘Mijn ogen vullen met tranen.
‘....maar ik ben hier nu. Te laat helaas.'
'Sorry dat ik weg moest gaan al die jaren terug. Iets gebeurde met mij. Ook met je broertje. Ik moest weg. Mensen kwamen erachter wat ik was en ik moest wel weg. Ik probeerde jullie alle leed te besparen. Maar ik verruilde dat voor een anderen.'
Uit mijn tas pak ik een knuffelbeertje. Ik leg het neer op haar graf. 'Herinner je kleine beertje nog? Meneer de beer?' Ik hou het niet droog en de tranen stromen over mijn wangen. Ik ga op de grond zitten. Ik denk aan alle gemiste herinneringen en kansen. Zij heeft mij gemist in haar leven. Ik was afwezig, levend in een ander land. 'Maar ik ben weer terug, mijn kleine Marie,’ zeg ik tegen haar.
Dan hoor ik voetstappen. Ik draai mij om en ik zie een oude man staan. Ik veeg mijn tranen weg en ik sta recht op.
'En wie ben jij?' vraagt hij.
'O, mijn moeder was een oude vriendin van haar,'
'Leugen! Marie had geen vrienden,’ De man komt naast mij staan.
'Hoe bedoel je?' Vraag ik aan hem.
'Het was familie voor haar. Iedereen was familie,’ Hij glimlacht triest.
'Ik denk niet dat we elkaar kennen. Ik ben Matthew, Marie's man,' Ik schud zijn hand.
'Juliette D ‘Amboise.'
Hij trekt zijn wenkbrauw op. 'Zelfde achternaam?'
'O, puur toeval.'
'Je lijkt wel een beetje op haar.'
Ik lag. 'Wij komen van dezelfde streek. Zuid-Frankrijk, misschien daarom!' zeg ik met een glimlach.
'ja, dat zou wel kunnen....is dat een knuffelbeertje?' Matthew wijst naar de beer.
'Ja, dat klopt.'
'Waarom de beer?'
Snel denk ik aan een leugen. 'Zij gaf mij hetzelfde beertje toen ik 10 jaar oud was.' zeg ik met een glimlach. 'Hoe is de rest van de familie?' vraag ik aan hem.
Hij zucht. 'Verdrietig, gebroken harten. Maar wat doe je eraan? Mensen gaan dood. Wij gaan allemaal op een dag.'
Hij snikt. 'Ja, dat is waar.' zeg ik. Alleen ik zal er langer over doen.
'Maar ja, ze was een geweldige vrouw. ' Hij kijkt naar mij. 'Als je weer in contact wilt komen met de familie mag je gerust langs komen.' Zegt hij met een brede glimlach.
'Wonen jullie nog in dezelfde villa?' vraag ik aan hem.
Hij knikt. 'Oké, dan weet ik jullie wel te vinden.' Ik glimlach. Ik beëindig het gesprek en ik zeg gedag. Ik loop naar de uitgang. Ik loop langs het graf van mijn ouders. 'Hallo, ma en pa. Lang niet meer gezien.' zeg ik tegen hen.m
Even kijk ik nog rond. Er is geen teken van Jean of Luc....

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen