Foto bij Agent Holemen: Nox Aeterna [Part 3]

West 42nd street, Hell’s Kitchen, New York City, New York, 7:10 PM EST, January 15th 2016

Ik ben Lynn. Ik ben blijkbaar 10 dagen geleden 16 geworden. Ik hoor eigenlijk dood te zijn, of in ieder geval niet te bestaan. Als mijn leven een boek zou zijn, dan zou het waarschijnlijk een dunne paperback zijn. Maar dit is mijn verhaal.
      Ik stond op een weg met maar liefst 5 rijbanen. Zo’n klein kwartiertje geleden raasden er nog tientallen auto’s langs, op weg naar God-mag-weten waar. Waarschijnlijk naar plekken die gevaar liepen als ik niet de monsters zou stoppen die van mijn wereld naar deze wereld glipten.
      Op dit moment stond er zo’n monster op de weg, die compleet verlaten was. Afgezien van ons tweeën dan. Het ding had nog niet aangevallen, ook al had het allang door dat ik er was. We liepen een beetje bestuderend om elkaar heen.
      Die dokter Helen had gelijk toen ze zei dat het veiliger zou zijn om me in dat ziekenhuis te houden. Maar niet dat die monsters nou gevaarlijk voor mij zijn.
      Ik ben juist gevaarlijk voor hen.
      Mijn beschadigde brein was geen nieuws voor mij. Al een tijdje merkte ik dat ik meer zag en voelde dan de anderen. Niet dat ik dat toe zou willen geven.
      Niemand hoefde te weten dat ik continu gekrijs hoorde, of soms dubbel zag. Niemand hoefde ook te weten van de donkere schaduwen die ik uit mijn ooghoeken zag.
      En niemand hoefde ook maar iets te weten van wat ik op het punt stond om te doen.
      De batterij van mijn geweer was bijna leeg, dus ik haalde voorzichtig een pijl uit de koker die op mijn rug zat. Het had me even geduurd om erachter te komen welke pijlen explosief waren en welke niet, maar na die boom in Central Park die ik per ongeluk in vlammen liet opgaan, had ik het wel ongeveer door.
      Daar kon ik echt niets aan doen. Ik moet altijd oefenen met nieuwe wapens voordat ik er mee om kan gaan. En die man, Clint heette hij volgens mij, zal vast niet zijn pijlen missen.
      Ik spande de boog aan en richtte op een van de benen van het monster. Anders dan het vorige monster had deze maar drie benen en twee armen, in plaats van tentakels. De ledematen staken uit een soort zompige bal, die hier en daar plasjes zwart slijm achterliet. Hetzelfde spul als dat ik in mijn bloed had. Met zijn lelijke hoofd, dat erboven op zat, leek het bijna menselijk.
      Zoveel verschillen tussen ons waren er ook weer niet.
      Ik liet de pijl gaan, die geslaagd in het been landde. Het monster krijste het uit en rende op me af als een stier, maar ik zette simpelweg een paar stappen opzij en liet het aan me voorbij gaan.
      In tegenstelling tot wat heel veel mensen denken, hebben monsters wel degelijk emoties. Ik kon ze vaagjes oppikken, maar ze werden duidelijker naarmate ze sterker werden. Dit monster voelde pijn (logisch, met een pijl in je been), verwarring, woede en angst. Dat maakte hem bijna menselijk.
      Geloof me, ik vermoord geen monsters voor de fun. Monsters zijn niet per se slecht en uit op moord. Ze zijn te vergelijken met dieren; ze verdedigen zichzelf als ze denken dat ze in gevaar zijn, wat ongeveer altijd is. Die verdediging leidt bijna altijd tot verwoesting, tenzij ik er een einde aan maak.
      Ik kon deze stad niet in dezelfde ruïne laten veranderen als dat het was in mijn wereld. Ik kon deze mensen niet laten sterven. En als het goed was, was er hier ergens ook een andere versie van mij. Iemand zonder een doodswens en zonder littekens op haar armen. Voor haar moest ik dit ook doen.
      Het monster kwam opnieuw op me af, met een spoor van het zwarte goedje achter hem aan. Ik zette een explosieve pijl op mijn boog, maar het monster leek door te hebben wat ik deed. Hij liep iets trager en maakte een zompig geluid, maar dat was niet te wijten aan het rottende vlees waaruit hij deels bestond.
      Te laat had ik door wat hij ging doen. Hij maakte een wuivend gebaar en er kwam een bol bestaand uit glas en wat van het zwarte spul op me af. Ik week uit, maar het ding raakte nog net mijn schouder en de zijkant van mijn hoofd. Ik liet de explosieve pijl los, maar die miste het monster en kwam terecht in het FedEx gebouw achter hem, om dan te exploderen.
      Kut. Dat was dus niet de bedoeling.
      Fantastisch, Lynn, dacht ik, dingen laten ontploffen is het enige goede dat je kan doen.
      De rechterkant van mijn hoofd brandde. Niet letterlijk, maar zo voelde het wel. Dat zou weer een leuk litteken worden.
      Tenzij ik nu het loodje legde, wat een grote mogelijkheid was, aangezien het monster nu stormend op me af kwam en ik nogal hulpeloos op mijn knieën zat. Ik probeerde de pijn te verbijten en maakte me klaar voor de klap. Op het laatste moment besefte ik me dat ik ook een pijl (een normale, een explosieve leek me niet zo slim) kon pakken om het monster te spietsen, al zou dat niet veel uitmaken.
      Ik deed mijn ogen dicht en met een pijl in mijn handen geklemd hoopte ik dat ik dit ging overleven. Het laatste wat ik zag was het monster dat op me af kwam.
      Ik verwachtte het gevoel alsof ik werd opgegeten, maar er gebeurde niets.
      Toen voelde ik een aardige duw tegen de pijl in mijn handen. Voorzichtig opende ik een oog. Het monster stond recht voor me en de pijl stak uit hem.
      Met alle kracht die ik in me had trok ik de pijl uit hem. Het monster viel met een jammerend geluid op zijn zij.
      Dood.
      Trillend haalde ik adem. Ik had het geluk om bij toeval een zwakke plek te raken, wat het beste was dat me die dag was overkomen.
      Toen pas zag ik wat er aan het uiteinde van de pijl zat.
      Het was een stuk donker vlees, waar zwart bloed uit druppelde. Ik haalde het van de pijlpunt af om het beter te inspecteren. De vorm kwam me iets te bekend voor.
      Het begon me te dagen. Vol afgrijzen liet ik het orgaan vallen. Het was een mensenhart, dat nog steeds zwak klopte.
      Ieuw. Ik veegde mijn hand af aan mijn broek, die al zo onder de vlekken zat dat het toch niet uitmaakte. Ik probeerde op te staan, maar door de duizeligheid viel ik weer op mijn knieën.
      Ik moest hier hoe dan ook wegkomen voordat die agenten weer achter me aan kwamen. Al zou ik moeten kruipen.
      Ik zag hoe alles steeds donkerder werd, maar ik weigerde domweg om flauw te vallen. Er liep namelijk een donkerrood figuur behoedzaam op me af, dus ik had reden genoeg om wakker te blijven.
      Niet dat het lukte. Voordat ik van mijn stokje ging, zag ik nog net dat de man hoorntjes op zijn hoofd had en ik besefte dat ik nu echt doodging.
      Alles werd zwart.


Hallway, Metro-General Hospital, New York City, New York, 10:39 PM EST, January 15th 2016

Het was één grote klotezooi.
      Monsters waren bijna overal. Lynn was weg. En mijn hoop was inmiddels ook vertrokken.
      Buiten was het al donker. Ik staarde afwezig uit het raam terwijl een ooggetuige onverstoorbaar door praatte over wat er allemaal was afgespeeld en hoe Lynn was ontsnapt.
      Blijkbaar had ze eerst een SHIELD-agent gerold en zijn pas afgenomen (wat je echt niet moest doen, tenzij je een roundhouse kick wilde ontvangen, maar blijkbaar was het haar ongemerkt gelukt), toen had ze een dokters jas gestolen uit een voorraadkast en was ze naar een verdieping lager gegaan om daar haar spullen te pakken. Vlakbij de uitgang werd ze alsnog opgemerkt door een zuster, die haar met geweld mee terug naar haar kamer probeerde te sleuren. Ze had ‘Fight me, bitch!’ geroepen en de arme zuster knock-out geslagen met een taststok die ze van een slechtziende had gestolen. Toen was ze verdwenen in de vrijheid.       ‘Het ging er echt wild aan toe, man,’ zei de slechtziende, die ik in de gang had opgepikt om te interviewen. ‘Ik dacht bijna dat ’t The Rock was die tekeer ging. Ik ben Lilith, trouwens. Kom ik nu op tv?’
      Ik zuchtte diep. Het was nogal een wilde dag geweest.
      Clint verscheen. ‘Hoi, daar. We hebben je verhaal genoteerd en we kunnen het vast gebruiken. Als een slechtziende heb je vast snel een nieuwe stok nodig, dus die regelen we ook.’ Hij gebaarde naar de gebroken stok die op de tafel lag.
      ‘Eigenlijk ben ik visueel beperkt,’ corrigeerde Lilith. ‘En bedankt.’
      ‘Nog nieuws?’ vroeg ik.
      ‘Eh, ja.’ Hij keek een beetje geïrriteerd. ‘Blijkbaar gebruikt ze míjn pijlen om die monsters tegen te houden! Dat kan toch niet!’
      ‘Clint,’ zei ik. ‘Dat bedoelde ik niet.’
      ‘Oh ja, uhm. We hebben resten van verslagen monsters gevonden. Niemand schijnt echt gewond te zijn geraakt, maar we weten nog steeds niet waar Lynn is. Het is net alsof ze één stap voor ons is. Wanneer een gevecht is afgelopen, is zij alweer vertrokken en dan komen onze agenten er net aan. Geen idee hoe ze dat doet.’
      ‘Het kan zijn dat ze gewoon de metro neemt,’ opperde Lilith. ‘Waar zijn jullie eigenlijk van?’
      ‘De politie,’ loog Clint moeiteloos. Hij trok me mee een kamer in, terwijl ik nog een bedankje naar Lilith riep en me afvroeg of zij zich wel kon redden. (Ze leek best wel cool, dus vast wel.)
      In de kamer waren Steve en Rivka, allebei met een schimmige uitdrukking op hun gezicht.
      Steve keek bedachtzaam naar me op. ‘Ga je dat trouwens nog uitleggen, waarom je opeens een bloedneus kreeg? Je bent toch niet ziek?’
      ‘Dat leg ik later wel uit,’ probeerde ik zo overtuigend mogelijk te zeggen. ‘We hebben nu andere problemen.’
      ‘Inderdaad.’ Bruce kwam de kamer binnen, zwaaiend met een papiertje in zijn hand. ‘Ze heeft een brief achtergelaten, voor jou.’ Hij gaf het aan Rivka.
      Rivka fronste en vouwde de brief open. ‘My dearest Rivka,’ begon ze.
      ‘Wacht,’ onderbrak Clint meteen. ‘Waar staat de komma? Na ‘dearest’ of na je naam? Dat is heel belangrijk.’
      ‘Clint,’ zei ik bestraffend. ‘Laat haar even verder lezen.’
      Ze ging door. ‘Ik raad je ten sterkste af om me achterna te gaan. Het is niet veilig. Ik weet hoe ik ze tegen kan houden en deze wereld kan beschermen, voordat het te laat is. Betreur alsjeblieft niet mijn dood.’ Rivka stopte. ‘Ze heeft hier nog iets doorgestreept.’
      Ik boog me naar de brief toe. ‘Al de terreur en horror, wanneer we ons afvragen waarom we het erg vinden…’
      ‘Oké, denk ik. Dan komt nog: Iemand moet iets doen en ik moet diegene zijn. Vaarwel, Lynn.’
      Bruce zuchtte. ‘Hadden we dat niet al door?’
      ‘Shit,’ zei ik. ‘Maar wat doen we nu dan? We kunnen niet zomaar zitten niksen.’
      Clint deed zijn mond open om iets te zeggen, maar toen werd hij onderbroken door een telefoon die gebeld werd. De ringtone was niets anders dan Iggy Azalea’s Black Widow.
      …I’m gonna love ya, like a black widow…
      Met een uitgestreken gezicht haalde Clint zijn smartphone uit zijn zak, die dus de aanstichter was, en nam op. ‘Hallo? Natasha?’
      We hoorden dat Natasha iets tegen hem schreeuwde. Clint antwoordde met: ‘Wacht, wat? Zeg dat nog eens, ik zet hem op luidspreker.’
      ‘Lynn! Ze is hier! Godver, blijf eens staan!’ Dat laatste was overduidelijk aan iemand anders gericht. We hoorden lawaai op de achtergrond en Russisch gevloek. ‘We zijn in Central Park, richting het noorden. Er is hier een monster. Hulp zou zeer geapprecieerd worden.’ Toen werd de lijn verbroken.
      Meer hadden we niet nodig. We stonden met z’n allen op en renden het ziekenhuis uit.


Central Park, Manhattan, New York City, New York, 11:01 PM EST, January 15th 2016

‘Daar zijn jullie eindelijk.’ Met haar armen op elkaar geslagen stond Natasha Romanov, alias Black Widow, alias de dodelijkste vrouw die ik kende, op ons te wachten. Ze droeg een zwarte, lange jas en een zwarte skinny jeans, wat voor haar waarschijnlijk vrijetijdskleding was. Haar korte rode haar zat een beetje in de war en ze keek nogal chagrijnig. Het zou heel goed kunnen dat dat laatste te maken had met Lynn, die grijnzend achter haar tegen een boom leunde.
      ‘Je leeft nog,’ merkte ik op.
      Lynn haalde haar schouders op. ‘Jammer, hè?’ Ze had aan de linkerkant van haar hoofd (rechts voor haarzelf) een sneeuwwit, nieuw verband zitten. Zo te zien was het professioneel aangebracht, maar ik kon me niet voorstellen dat ze echt een ziekenhuis in was gegaan nadat ze juist aan een ander ziekenhuis was ontsnapt.
      ‘Wat is er met jou gebeurd?’ vroeg Clint en daarmee stelde hij de vraag waar wij allemaal aan dachten.
      Lynn lachte. Niet op de wat-is-dat-toch-hilarisch-manier, maar op de ik-ben-gek-aan-het-worden-manier. Het stelde me niet gerust.
      ‘De Duivel heeft me gevonden en me naar de Tempel gebracht,’ zei ze.
      Clint knikte en we deelden een blik. Oké, die is dus doorgedraaid, leken we door te geven. Wat doen we nu?
      ‘Natasha,’ zei Steve. ‘Hoe is het jouw gelukt om haar hier te houden?’
      ‘Ik heb mijn overtuigingsvaardigheden in de strijd gegooid, natuurlijk,’ antwoordde ze glimlachend. ‘En ik heb haar onder schot gehouden en gezegd dat, als ze genezen wilt worden, ze onze hulp zal moeten accepteren.’
      Natuurlijk was Natasha op de hoogte van alles. Ik had ook niet anders kunnen verwachten.
      Lynn snoof. Ze wilde iets zeggen, waarschijnlijk dat ze niet te genezen was, maar toen begon het te sneeuwen.
      In de verte klonk gerommel. Opeens had ik een stekende hoofdpijn en begon mijn neus weer te bloeden.
      Zonder Bruce die me ondersteunde was ik waarschijnlijk gevallen. ‘Kan iemand me alsjeblieft vertellen wat er gebeurt?’ vroeg hij. Maar niemand van ons zessen kon hem beantwoorden.
      Ik knipperde met mijn ogen en opeens was ik ergens anders.
      Het was nog steeds een grote stad. Er waren barsten in de straat en het sneeuwde. De skyscrapers waren veranderd in ruïnes. Het was dag en de lucht was donkergrijs en dreigend.
      Het was uitgestorven en doods.
      Ik draaide me om en daar stond Lynn, haar gestolen boog in de aanslag en haar geweer vast in haar riem. Ze keek me grimmig aan.
      ‘Waar,’ begon ik. Mijn stem trilde en klonk anders. ‘Waar zijn de anderen? En waar zijn wij?’
      ‘Dit is New York,’ zei ze.
      Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee, dit kan niet New York zijn.’
      ‘Dit is New York,’ herhaalde ze. ‘De New York van míjn dimensie.’
      ‘Hoe…’ begon ik, maar ik had eigenlijk geen idee hoe ik verder wilde.
      ‘Ik weet het niet,’ zei Lynn. ‘Ik snap het niet. Jij hoort eigenlijk dood te zijn.’
      Dat had ik wel vaker gehoord. ‘Ehm, hoezo?’
      Ik zette een stap naar voren. Meteen ontstonden er nieuwe barsten onder mijn voeten. Het gerommel dat ik in mijn eigen dimensie had gehoord, klonk weer op, een stuk dichterbij deze keer.
      Lynn kwam naast me staan en pakte mijn hand vast. ‘We moeten terug.’
      Ze keek me indringend aan. Plotseling veranderde de omgeving weer. Het leek net alsof voor ons de sluiter van een camera dichtging en openging. We stonden weer in het vertrouwde, niet-verwoeste New York. Mijn vrienden en collega’s keken stomverbaasd toe hoe Lynn en ik uit het niets verschenen.
      Bruce stapte verschrikt achteruit, aangezien we bijna op hem landden. Ik hoorde hoe iemand een kreet uitsloeg en hoe iemand anders vloekte, maar dat kwam niet door ons. Een monster stommelde kreunend tevoorschijn.
      Ik had graag willen helpen om dat ding weg te werken, maar ik was vooral bezig om de zwarte vlekken uit mijn ogen weg te knipperen en niet om te vallen. Ik had vaag door dat ik nu uit beide neusgaten bloedde.
      Ik kon nog net zien hoe Clint me opving toen ik uit evenwicht raakte. Door het ruis heen hoorde ik hoe Steve bevelen schreeuwde naar de rest en hoe Lynn daar bijtend op reageerde.
      Vastklemmend aan Clints armen probeerde ik op te staan en te zien wat er gebeurde. Het leek net alsof over de werkelijkheid heen nog een extra, doorzichtige laag zat die dat andere New York uitbeeldde.
      Mijn laatste gedachte was: Oh, volgens mij ben ik nu degene die doordraait.
      Alles werd zwart.

Waarom moet ik altijd dromen wanneer ik bewusteloos ben?
      Ik kan ook nóóit even rustig in het eeuwige zwart blijven, wachtend op het moment dat ik wakker word. Heb ik weer.
      Ik bevond me weer in het New York van Lynns dimensie. Dit keer stond ik op het dak van een aardig hoog gebouw. Ik kon het rasterpatroon van de straten van New York zien. Dat kwam niet omdat ik nou zo hoog stond, maar omdat de hoogste gebouwen aardig wat in hoogte hadden ingeleverd door simpelweg ingestort te zijn.
      Onder me, op de straat, rende een groepje mensen met donkere kleding aan. Ik herkende de wilde, donkerbruine haarbos van Lynn. Ze achtervolgden een monster, dat verdacht veel leek op het eerste monster dat in mijn dimensie tevoorschijn kwam. Hij had een voorsprong maar bewoog zich wel langzamer voort dan het groepje.
      Ze haalden het monster uiteindelijk in en ik zag wat felle flitsen, waarschijnlijk van Lynns geweer. Het monster brulde het uit en leek verslagen. Het bleef stil en verzwakt liggen.
      Lynn schreeuwde iets naar de anderen en benaderde het ding terwijl de rest op afstand bleef. Ze leek iets te controleren.
      Toen bewoog het monster opeens en viel hij Lynn aan. Ze sloeg een kreet en met een flits, die veel feller was dan dat van haar geweer, waren de twee verdwenen.
      Mijn droom veranderde. Ik stond in het normale New York te kijken naar hoe mijn vrienden probeerden het monster te verslaan. Steve bedekte zichzelf en Bruce met zijn schild en Natasha probeerde met haar pistolen iets tegen het monster te doen. Clint en Rivka zag ik niet, waar ik blij mee was.
      De enige die echt vooruitgang boekte was Lynn, die met haar pijlen het monster bestookte en ervoor zorgde dat hij geen kant op kom. Het monster slingerde zwarte projectielen af, maar die wist ze te ontwijken.
      Het leek best wel goed te gaan, totdat Lynn haar laatste pijl afschoot, een explosieve. Het monster brulde, maar leek niet zo zeer gewond te zijn dat hij het opgaf.
      Lynn was uit haar pijlen heen en nu had geen raad met wat ze moest doen. Het monster had dat ook door en kwam op haar af.
      Ze trok haar geweer. Ik hoorde haar iets mompelen als ‘Vertel me alsjeblieft niet dat je nog steeds leeg bent’ en vuurde af.
      Ik zag een felle flits en ik werd weggeblazen.
      Mijn omgeving veranderde. Ik stond nu in een ruimte waar ik eerder was geweest en waar ik absoluut niet wilde zijn. Ik had door dat ik een herinnering herbeleefde, wat het niet veel beter maakte.
      Ik was in een ondergrondse control room, bestaand uit beton, beeldschermen aan de muur en een heleboel andere tech.
      Het nare was dat ik me niet kon bewegen. Versteend stond ik met mijn blik gefixeerd op het niets. Voor me waren er twee andere mensen, een knappe man in een donkerblauwe, lange jas en een andere man in een bruine, lange trenchcoat, die met warrig haar verwoed ijsbeerde.
      Ik herkende ze allebei. De man in de bruine jas kwam recht voor me staan en zei iets, maar ik kon hem niet horen. Ik was al blij dat ik hem nog net kon zien.
      Hij schudde met zijn hoofd en zei iets tegen zichzelf, waarschijnlijk iets tamelijk onsamenhangend.
      Ik weet nog wat ik toen op dat moment dacht. Doctor, jij domoor. Doe dan iets! Maar de enige die er iets aan kon doen, was ik.
      En ik moest een onmogelijke keuze maken. Ik was vrij letterlijk verscheurd tussen twee dimensies. Mijn lichaam was dan wel in het hier en nu (de droomwereld van hier en nu, althans) maar mijn geest was op meer plekken tegelijkertijd. Heel irritant.
      Ik was in de control room, maar ik was ook in een landschap dat uit niets meer dan ruis en statische zooi bestond. Daar hoorde ik die stem weer.
      Kies, als je wilt blijven leven.
      Ik sloot mijn ogen en de droom eindigde.

Reacties (2)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • Snakey_Crowley

    Here we go!

    Op dit moment stond er zo’n monster op de weg, die compleet verlaten was.

    Dit klinkt alsof dat monster alleen is achter gelaten door zijn familie/vrienden

    De batterij van mijn geweer was bijna leeg,

    Sinds wanneer hebben wapens batterijen????

    En die man, Clint heette hij volgens mij, zal vast niet zijn pijlen missen.

    How dare you still my smoll precious his arrows. Also he'll miss them, it's Clint, He notices everything (well apart from stuff that needs to be heard)

    [quoteHet monster krijste het uit en rende op me af als een stier][/quote]
    Monster krijsen tegenwoordig *slik

    Geloof me, ik vermoord geen monsters voor de fun. Monsters zijn niet per se slecht en uit op moord. Ze zijn te vergelijken met dieren; ze verdedigen zichzelf als ze denken dat ze in gevaar zijn, wat ongeveer altijd is

    You've never been rightier before

    Ik liet de explosieve pijl los, maar die miste het monster en kwam terecht in het FedEx gebouw achter hem, om dan te exploderen.

    This sounds familiar but from what? Is this a joke to Stan Lee as a FedEx deliverer with the tony stank joke? Otherwise I have no idea

    dingen laten ontploffen is het enige goede dat je kan doen.

    WHAHAHAHA! leuk!

    Toen voelde ik een aardige duw tegen de pijl in mijn handen. Voorzichtig opende ik een oog. Het monster stond recht voor me en de pijl stak uit hem.

    Hoe dun is dat monster of hoe lang is jouw pijl???

    Vol afgrijzen liet ik het orgaan vallen. Het was een mensenhart, dat nog steeds zwak klopte.

    Uhm this is actually kinda gross. Though it reminds me of that part in Indiana Jones: Temple of Doom. Het enige wat mist is dat het hart in de fik vliegt. We zouden deze film een keer samen moeten kijken. Zoveel leuke scenes, zoals apenhersenen en soep met oogballen. Heerlijk!

    Ik veegde mijn hand af aan mijn broek, die al zo onder de vlekken zat dat het toch niet uitmaakte.

    Een handige tactiek, 'k pas het vaak toe

    Er liep namelijk een donkerrood figuur behoedzaam op me af, dus ik had reden genoeg om wakker te blijven.
    Niet dat het lukte. Voordat ik van mijn stokje ging, zag ik nog net dat de man hoorntjes op zijn hoofd had en ik besefte dat ik nu echt doodging.

    De eerste keer las ik over 'het donkerrood figuur' heen dus het eerste wat ik dacht toen ik man met hoorntjes las was: GROVER!

    toen had ze een dokters jas gestolen

    Somehow lees ik dit alsof ze de jas van The Doctor heeft gestolen... What years of fandoms can do to you...

    Ze had ‘Fight me, bitch!’ geroepen en de arme zuster knock-out geslagen met een taststok die ze van een slechtziende had gestolen. Toen was ze verdwenen in de vrijheid. ‘Het ging er echt wild aan toe, man,’ zei de slechtziende, die ik in de gang had opgepikt om te interviewen. ‘Ik dacht bijna dat ’t The Rock was die tekeer ging. Ik ben Lilith, trouwens. Kom ik nu op tv?’

    LIANNE! WOOHOOO! Also die laatste zin dat zie ik Lianne echt doen

    Eh, ja.’ Hij keek een beetje geïrriteerd. ‘Blijkbaar gebruikt ze míjn pijlen om die monsters tegen te houden! Dat kan toch niet!’

    Erg realistisch geschreven. Ik lees hier echt Clint.

    Hij trok me mee een kamer in, terwijl ik nog een bedankje naar Lilith riep en me afvroeg of zij zich wel kon redden.

    To be honest, ik dacht even dat met hij trok me mee een kamer in je iets heel anders ging doen.... oops....

    ‘Inderdaad.’ Bruce kwam de kamer binnen, zwaaiend met een papiertje in zijn hand. ‘Ze heeft een brief achtergelaten, voor jou.’ Hij gaf het aan Rivka.
    Rivka fronste en vouwde de brief open. ‘My dearest Rivka,’ begon ze.
    ‘Wacht,’ onderbrak Clint meteen. ‘Waar staat de komma? Na ‘dearest’ of na je naam? Dat is heel belangrijk.’
    ‘Clint,’ zei ik bestraffend. ‘Laat haar even verder lezen.’
    Ze ging door. ‘Ik raad je ten sterkste af om me achterna te gaan. Het is niet veilig. Ik weet hoe ik ze tegen kan houden en deze wereld kan beschermen, voordat het te laat is. Betreur alsjeblieft niet mijn dood.’ Rivka stopte. ‘Ze heeft hier nog iets doorgestreept.’
    Ik boog me naar de brief toe. ‘Al de terreur en horror, wanneer we ons afvragen waarom we het erg vinden…’
    ‘Oké, denk ik. Dan komt nog: Iemand moet iets doen en ik moet diegene zijn. Vaarwel, Lynn.’

    Lynn is such a drama queen... really

    ‘Wacht,’ onderbrak Clint meteen. ‘Waar staat de komma? Na ‘dearest’ of na je naam? Dat is heel belangrijk.’

    Clint snapt mijn struggle!

    De ringtone was niets anders dan Iggy Azalea’s Black Widow.
    …I’m gonna love ya, like a black widow…
    Met een uitgestreken gezicht haalde Clint zijn smartphone uit zijn zak, die dus de aanstichter was, en nam op. ‘Hallo? Natasha?’

    1. Ship je die twee?
    2. Ik zie het zo voor me hoe Clint zijn gezicht eruit ziet terwijl hij zijn mobiel pakt. Good writing!

    Hallway, Metro-General Hospital, New York City, New York, 10:39 PM EST, January 15th 2016
    Central Park, Manhattan, New York City, New York, 11:01 PM EST, January 15th 2016

    Okay, ik ga er hier vanuit dat je met dat ziekenhuis het Metropolitan Hospital Center bedoeld? Want die ander bestaat niet, althans niet in NY. Maar als ze dat rennen dan klopt de tijd alsnog niet cause lopend ben je al bijna een uur bezig, er vanuit gaand dat de stoplichten meezitten. En dan moet je Natasha ook nog zien te vinden in Central park.
    Just saying

    Zonder Bruce die me ondersteunde was ik waarschijnlijk gevallen. ‘Kan iemand me alsjeblieft vertellen wat er gebeurt?’ vroeg hij. Maar niemand van ons zessen kon hem beantwoorden.

    Poor Bruce

    Ik knipperde met mijn ogen en opeens was ik ergens anders.
    Het was nog steeds een grote stad. Er waren barsten in de straat en het sneeuwde. De skyscrapers waren veranderd in ruïnes. Het was dag en de lucht was donkergrijs en dreigend.
    Het was uitgestorven en doods.
    Ik draaide me om en daar stond Lynn, haar gestolen boog in de aanslag en haar geweer vast in haar riem. Ze keek me grimmig aan.
    ‘Waar,’ begon ik. Mijn stem trilde en klonk anders. ‘Waar zijn de anderen? En waar zijn wij?’
    ‘Dit is New York,’ zei ze.
    Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee, dit kan niet New York zijn.’
    ‘Dit is New York,’ herhaalde ze. ‘De New York van míjn dimensie.’
    ‘Hoe…’ begon ik, maar ik had eigenlijk geen idee hoe ik verder wilde.
    ‘Ik weet het niet,’ zei Lynn. ‘Ik snap het niet. Jij hoort eigenlijk dood te zijn.’
    Dat had ik wel vaker gehoord. ‘Ehm, hoezo?’
    Ik zette een stap naar voren. Meteen ontstonden er nieuwe barsten onder mijn voeten. Het gerommel dat ik in mijn eigen dimensie had gehoord, klonk weer op, een stuk dichterbij deze keer.
    Lynn kwam naast me staan en pakte mijn hand vast. ‘We moeten terug.

    Drama

    Vastklemmend aan Clints armen probeerde ik op te staan en te zien wat er gebeurde.

    Mag ik hier shippen?

    Mijn laatste gedachte was: Oh, volgens mij ben ik nu degene die doordraait.

    Drama... Also kom je daar nu pas achter?

    Steve bedekte zichzelf en Bruce met zijn schild en Natasha probeerde met haar pistolen iets tegen het monster te doen.

    Why Steve do that? Ik bedoel Bruce is de Hulk, de Hulk beschermd hem wel. Remember dat hij zelfmoord probeerde te plegen en de Hulk de kogel(s) uitspuugde.Just saying (again) Also goddammit STEVE! HELP NATASHA!

    Versteend stond ik met mijn blik gefixeerd op het niets. Voor me waren er twee andere mensen, een knappe man in een donkerblauwe, lange jas en een andere man in een bruine, lange trenchcoat, die met warrig haar verwoed ijsbeerde.

    YAAASSSSSS! WOOOOHOOOO! DOOOOOWEEEEEDOOOOO! Finally some doctor! And some Jack!

    En ik moest een onmogelijke keuze maken. Ik was vrij letterlijk verscheurd tussen twee dimensies. Mijn lichaam was dan wel in het hier en nu (de droomwereld van hier en nu, althans) maar mijn geest was op meer plekken tegelijkertijd. Heel irritant.
    Ik was in de control room, maar ik was ook in een landschap dat uit niets meer dan ruis en statische zooi bestond. Daar hoorde ik die stem weer.
    Kies, als je wilt blijven leven.
    Ik sloot mijn ogen en de droom eindigde.

    D.R.A.M.A.


    Algemene Constatering: Je bent in dit hoofdstuk erg dramatisch. Not that I mind. I actually had to laugh quite a lot. Ook weer mooi geschreven en leuk gedaan. en please beantwoord mijn vragen!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen