Foto bij Maandagavond - later

Het is gek om mezelf te horen praten, zelfs te horen lachen, terwijl ik vanbinnen kapot aan het gaan ben. Toch voelt het vertrouwd om mijn masker op te hebben en te doen alsof alles goed met me gaat. Het is zoveel gemakkelijker dan al die vragen.
Elianne tikt me op mijn schouder en loopt naar een hoek van de ruimte. ‘Hé, vergeef me mijn nieuwsgierigheid, ik wil jullie niet in verlegenheid brengen, maar jij en Casper hè?’ Haar blik kan inderdaad niet anders worden omschreven dan pure nieuwsgierigheid.
‘Ja?’
‘Hoe zit het tussen jullie? Zijn jullie vrienden, familie, geliefden?’
Geliefden. Wat klinkt dat prachtig en volwassen. ‘We zijn deze zomer vrienden geworden, maar inmiddels zijn we meer dan dat. Alleen het is nog niet zo lang, dus het voelt nog onwennig om dat te zeggen. De vorige keer dat ik hier was, hadden we nog niets met elkaar.’
Elianne glimlacht. ‘Ik wist het. Ik wist het! Wat leuk. Casper is een fantastische jongen. Beetje ouderwets soms, maar fantastisch.’
‘Ouderwets?’
‘Te volwassen voor zijn leeftijd. Tenminste, dat vind ik.’
‘Dat vind ik juist het leukst aan hem,’ zeg ik en terwijl ik het uitspreek, realiseer ik me dat ik dat inderdaad het meest waardeer. Hij weet alles voor me te verklaren, zonder dat hij een betweter is.
‘Gelukkig heb jij een relatie met hem en niet ik,’ zegt ze opgewekt.
Ik glimlach. ‘Gelukkig, ja.’
‘Hé dames, ik wil jullie niet storen, maar ik doe het toch. Sky, ik wilde eigenlijk zo gaan.’
Eindelijk.
‘Oké. Ik ga met je mee.’
‘Gefeliciteerd Casper met deze leuke dame. Jullie zijn een goed stel, denk ik.’
Casper slaat zijn arm om mijn middel. ‘Dank je Elianne. Dat denk ik ook.’
Ik leg mijn hoofd tegen zijn schouder.
‘Beloof me één ding: dat jullie snel weer terug komen.’
‘Beloofd.’ Casper laat mij los en trekt Elianne dicht tegen zich aan.
‘Word je niet jaloers, Sky?’ grinnikt ze.
‘Waarom zou ik?’ Oprecht verbaasd kijk ik haar aan.
Casper schiet in de lach.
Elianne reageert niet meer en neemt vrolijk afscheid van ons. We zeggen de rest gedag en lopen naar buiten.
Onmiddellijk pak ik mijn telefoon en toets het nummer van Mica in.
‘Hey zusje.’
‘Let op je woorden. Ik ben nog altijd je grote zus.’
Mica lacht en ik sluit mijn ogen. Het is zo fijn dat geluid te horen.
‘Hoi Sky. Ik heb nieuws. Aanstaande vrijdag word ik opgenomen.’
‘Dat is…’ Ik aarzel. Ik ben blij dat er een opname volgt, al is dat het laatste wat ik mijn broertje gun. Zeker door de lading die dat woord in mijn hoofd heeft gekregen. ‘Ongelooflijk rot en tegelijkertijd het beste nieuws wat ik in tijden van je heb gehoord.’
‘Ik wist dat je het zou begrijpen. Dat je mij zou begrijpen.’ Mica zucht diep, waarna hij zeer waarschijnlijk zijn hand door zijn haar haalt.
‘Mag ik je komen opzoeken daar?’
‘Natuurlijk! Je moet zelfs.’ Hij lacht kort. ‘Als je wilt. Mag ik tot vrijdag bij jou blijven? Ik kom morgen naar huis.’
‘Ja. Graag zelfs. Moet ik je ophalen?’
‘Ik red me wel. Tot morgen. I-Ik hou van je, Sky. Zusje.’ Hij verbreekt de verbinding.
Direct bel ik hem opnieuw. ‘Mica, je moet me niet wegdrukken. Je weet dat ik ook van jou houd. Wees nooit bang dat ik het niet terug zal zeggen.’
‘Ik haat het dat je me zo goed kent.’ Hij zucht diep. Zijn haar zal inmiddels flink in de war zitten. ‘Dat is niet waar. Ik vind dat heel fijn. Veilig en vertrouwd.’
‘Ik ben trots op je, Mica.’ Nu verbreek ik de verbinding. Ik haal diep adem, voordat ik Casper aan durf te kijken. ‘Mica komt morgen thuis. Bij mij. Vrijdag wordt hij opgenomen in de kliniek. Dat betekent dat ik vannacht alleen ben en ik wil niet alleen zijn. Wil je bij me blijven? En verwacht niets, ik moet je alleen heel veel vertellen.’ Er ontstaat een prop in mijn keel, waardoor ik nauwelijks adem kan krijgen.

Casper zit schuin naast me op de bank, waardoor we elkaar toch aan kunnen kijken, al vermijd ik het liefst al het oogcontact.
‘I-Ik probeer eerst de korte samenvatting. Vanaf dat ik klein ben, hebben mijn broertjes ervoor gezorgd dat ik een thuis had. Ik kon voor hen zorgen, ze gaven me liefde en dankbaarheid terug. Ik voelde me belangrijk door hen. Ik was belangrijk voor hen, dat voelde goed. Mijn vader was er wel, maar toch ook weer niet. Hij vertrok een week voor mijn twaalfde verjaardag. Sindsdien heb ik hem nooit meer gezien. Onlangs is hij naar het buitenland vertrokken met zijn nieuwste aanwinst, een jonge, blonde vrouw. Hij is nooit een vader voor me geweest. Nu zou ik willen zeggen dat ik een liefdevolle moeder had die mij en mijn broertjes een verder zorgeloze jeugd had bezorgd, maar helaas. Zij heeft ons nooit fysiek iets aangedaan, laat ik dat vooropstellen, maar psychisch leefden we in een soort schijnwereld. We waren nooit goed genoeg. We waren verschrikkelijke kinderen die haar leven tot een hel maakten. Ik kan helemaal niet zo over haar praten, want ze heeft ernstige psychiatrische problemen. Ze is opgenomen, al zal ze over een tijdje beschermd gaan wonen. Zowel Finn, Mica als ik hebben het contact volledig verbroken toen we uit huis gingen, bij mij is dat drie jaar geleden. Bij hen anderhalf jaar. Ik voelde me schuldig toen ik wegging, maar ik kon het niet langer aan. Net, toen Chris zo wispelturig was, stond ik geen toneel te spelen. Ik vocht tegen mezelf, tegen mijn eigen verleden. Ik wilde je dit al een tijdje vertellen, maar ik durfde het steeds niet. Ik heb Mica beloofd dat ik voor je zou vechten, dat ik open tegen je zou zijn, maar dat is niet het enige. Ik wil eerlijk tegen je zijn, je verdient het. Ik…’ Ik slik moeizaam en dring de tranen terug. ‘Blijf alsjeblieft bij me.’ Ik hap naar adem en dwing mezelf hem aan te kijken.
‘Mag ik je omhelzen?’ Casper praat zachter dan ik van hem gewend ben.
Zonder antwoord te geven, beweeg ik naar hem toe en ik sla mijn armen om hem heen. Als ik mijn hoofd tegen zijn schouder leg, blaas ik langzaam mijn schijnbaar ingehouden adem uit.
‘Ik blijf bij je.’ Hij streelt met zijn vingers door mijn haren.
Deze jongen is perfect, in ieder geval voor mij. Als ik opkijk, glimlacht Casper.
‘Ben ik gepromoveerd tot kussen?’
Ik trek mijn wenkbrauwen op.
‘Je hebt geslapen. Ongeveer twintig minuten.’
Onmiddellijk voel ik het bloed naar mijn wangen stijgen. Hoe kan ik in slaap vallen en me zo kwetsbaar laten zien, terwijl dat altijd het laatste is wat ik wil? Ik wil sterk zijn, nee, ik móét sterk zijn, anders zou ik het niet redden in de harde wereld. Mezelf en mijn broertjes, daar zou mijn wereld uit bestaan. Ik zou niemand toelaten, omdat ik dan mijn leven in eigen hand zou hebben. Scherp zet ik mezelf op mijn plek, aangezien de hele situatie rondom Mica niet voelt alsof ik dat onder controle heb. ‘Sorry. Dat was niet mijn bedoeling, zoals je misschien ook wel verwacht had.’
‘Ik vond het prachtig om te zien hoe alle zorgen van je gezicht gleden. Ik heb je nog niet vaak zo ontspannen gezien, Sky.’ Casper pakt mijn handen vast. ‘Dankjewel voor wat je me verteld hebt. Dat moet een heel gevecht zijn geweest.’
Blozend knik ik. ‘Bedankt dat je luisterde.’
‘Begrijp me niet verkeerd, Sky, maar ik snap dat je dit niet met me durfde te delen. Niet omdat het geheim is of je erover moet zwijgen en vertrouw me dat ik het niet doe, maar ik weet dat ik maar een paar woorden nodig heb om je van slag te brengen of te laten breken.’
‘Daarom deel ik het ook met je, omdat ik weet dat je me niet veroordeelt. Je hebt trouwens weer eens gelijk.’ Ik grinnik zachtjes. ‘Weet je hoe irritant dat is?’
Casper glimlacht. ‘Dan hebben we het nog niet over jou gehad.’
Tevergeefs probeer ik een gaap tegen te houden.
‘Ben je moe?’
Ik knik.
‘Wil je nog steeds dat ik blijf?’
‘Als je wilt.’ Ik sla mijn ogen neer.
‘Ik doe niets liever.’
Onzeker en houterig sta ik op. ‘Dank je.’ Ik loop naar de slaapkamer en denk koortsachtig na. Mijn slaapkleding, bestaand uit een losse short en een simpel, maar heerlijk zacht hemdje , is verre van sexy. Wat zou Casper van me verwachten? Ik schrik op als ik zijn handen op mijn heupen voel.
‘Waar denk je aan?’
‘Niets.’ Ik kijk Casper aan, zie zijn strenge uitdrukking en zucht diep. ‘Ik schaam me. Ik wil me mooi, knap en sexy voelen. Ik wil dat jij dat vindt. En dan heb ik dit.’ Ik houd het hemdje en shirt omhoog.
Casper schiet in de lach. ‘Sorry Sky.’ Hij slaat zijn armen om me heen. ‘Ik had gehoopt dat je begreep dat ik je prachtig vind, omdat jij jij bent. Wat je aan hebt, boeit me helemaal niets.’
‘Ik…’ Ik val stil. ‘Waarom ben je altijd zo lief?’ Ik haal mijn neus op en dring mijn tranen terug.
‘Omdat je dat verdient.’ Casper laat me los en trekt ogenschijnlijk zonder schaamte zijn sokken, shirt en spijkerbroek uit.
Ik trek mijn shirt uit en houd mijn buik in. Met trillende vingers maak ik de knoop van mijn skinny jeans los en stap met moeite uit de strakke broek. Ik trek mijn short en hemdje aan en draai me langzaam naar Casper om.
‘Als je me net niet had verteld over je schaamte, had ik nu oprecht kunnen zeggen dat ik je knap en sexy vind. Want nu zal je niet geloven dat ik het meen. Wat ik wel doe.’ Hij grijnst breed.
Ik ga naast hem liggen. ‘Dank je.’ Ik zucht diep en nestel me dicht tegen hem aan. ‘Ik vind je zo leuk. Nee, fantastisch zelfs.’
‘Ik vind mezelf ook leuk.’ Casper lacht en ik voel zijn lach door mijn lichaam heen. ‘En jou. Jou vind ik geweldig.’ Hij kust me. ‘Welterusten.’
‘Slaap lekker.’ Ik sluit mijn ogen en volgens mij val ik binnen drie minuten in slaap.

Reacties (2)

  • tubbietoost

    Dit hoofdstuk is zooo lief <3

    3 jaar geleden
  • Long

    Zoveel liefde <33333

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen