Foto bij H.34.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
stil.
'Je zou', hij slikt.' Je zou beter op jezelf moeten passen. Het gaat... het haat niet bepaald goed met je.'
Ik kijk hem vlammend aan, met een blik van vuur.
'Denk je dat ik dat niet weet?!' snauw ik met tranende ogen,' Denk je dat ik niet weet dat bewegen geen pijn hoort te doen?! Dat ik pijnloos zou moeten kunnen ademen?! Dat het niet vreemd niet voelen om géén honger te hebben?! Denk je dat ik dat verdomme niet weet?!'
Een seconde is het stil.
'Doe... doe ff rustig.' zegt hij dan.
Ik kijk hem met hernieuwde, onverwerkte en bovenal misplaatste woede aan.
'Of anders? Ga je me dan slaan?'
Ik heb er gelijk spijt van wanneer ik het zeg, want het is niet eerlijk en hij raakt meteen overstuur.
Na een paar seconde slaap hij zijn armen om mij heen en drukt mijn zachter schokschouderende gestalte tegen zich aan.
'Ik zou jou nooit, nóóit pijn doen. Dat weet je, toch?' zijn stem trilt en hij klinkt misselijk.
'Ja.' fluister ik.

Ik weet niet hoe lang we daar staan.
Niet heel lang.
Wel heel lang.
Mijn lichaam voelt slap en koud tegen het zijne, tegen zijn warmte.
'Gaat het?' fluisterd hij dan tegen mijn haar.
Ik slik en schud mijn hoofd, mijn wang tegen zijn borst.
Zijn vingertoppen aaien voorzichtig over mijn haar.
'Wat is er?' vraagt hij,' Heb je pijn?'
Ik schud mijn hoofd.
Niet op de manier die hij bedoelt.
'Wat dan?' vraagt hij.
Ik slik.
'Ik wil je niet nodig hebben.' zeg ik, mijn stem is schor.
'Dat doe je niet.'
Ik maak mij voorzichtig van hem los en zet een paar stappen achteruit.
Mijn ogen zijn vochtig als ik hem aankijk.
'Jawel. En dat is niet eerlijk', zeg ik,' Dat is niet eerlijk tegenover Ammay. Want ik heb je nodig en dan ga ik instorten en daar gaat zij de dupe van worden.'
Ik knijp mijn ogen dicht en draai mijn hoofd weg.
'Ik ga niet weg.'
Dan kijk ik hem weer aan.
'Natuurlijk wel', bijt ik hem toe, feller dan bedoeld of misschien wel juist minder fel,' Jij gaat niet voor eeuwig blijven druilen om een meisje dat ten eerste emotioneel niet beschikbaar is en ten tweede de helft van de tijd aan het janken is.'
'Denk je dat ik je zo zie?'
Ik sla mijn ogen neer.
'Ben je blind?' zeg ik zachtjes.
Zeg alsjeblieft niets. bid ik tot elke god.
Het is onmogelijk dat hij nu iets zegt wat de situatie beter kan maken.
Hetzelfde geld voor mij.
En toch gaat hij iets zeggen.
Waarschijnlijk iets heel erg clichés of zoetsappigs.
'Ik hoop het niet.' zegt hij dan luchtig.
Ik had ongelijk.
Ik stoot een kort lachje uit.
'Je bent een idioot.' grinnik ik.
Hij lacht mee, maar ik weet vrijwel zeker dat we geen van beiden echt blij zijn.
'Ik hoop het niet.'
Zijn woorden zouden lachend moeten klinken, maar het klinkt juist heel serieus, of dat niet eens.
Hij fluisterd het meer, prevelt, terwijl we elkaar in de ogen aankijken.
Opeens lijkt de hele ruimte warmer te worden en dan voel ik iets heel raars bij mijn scheenbeen.
Het is Dexter.
Ik kijk naar de blije hond en het moment is over.
Ik glimlach naar het dier en aai hem.
'Zijn we hier alleen om mij door jou overhoord te laten worden of moet je echt nog iets meenemen?'
Hij lacht.
'Nee, we moeten echt iets meenemen.' zegt hij.
Dat blijkt een bus zilverkleurige slagroom (geen idee hoe hij eraan komt) en verjaardagskaarsjes te zijn.
En dan lopen we terug.
Het is nog geen middag, maar de zon schijnt volop.
'Heeft', zegt Ethan dan en ik kijk hem aan, waarna hij doorgaat,' heeft Ammay je ooit aan het huilen gemaakt?'
Wat is dat nou weer voor vraag.
Ik kijk hem met een opgetrokken wenkbrauw aan.
'Vraag je dat vaker aan mensen?' lach ik.
'Alleen de derde donderdag van de maand.' reageert hij.
'Gelukkig maar dat het vrijdag is.' zeg ik scherp.
'Ga je door met de vraag ontwijken?' vraagt hij en nog steeds lopen we door.
'Mag dat?'
'Nee.'
Ik zucht en strijk een lok haar uit mijn gezicht.
Ondanks dat ik vooruit kijk, weet ik dat zijn blik op mij gevestigd is.
'Ja', antwoord ik dan,' een keer.'
Even zwijg ik en hij vraagt niet door, wetende dat ik het uiteindelijk wel door zal vertellen.
En dat doe ik.
'Een jaar of twee was mijn moeder veel boeken aan het kezen. Geen idee waarom. Vond ze leuk. Niet leuker dan ons slaan, maar goed', even is mijn stem heel bitter, maar daarna hervind ik de controle weer,' En ik kwam thuis en Ammay had een boek gepakt en alle scheldwoorden en gemene stukken eruit geknipt. Ze... ze zei dat het was omdat ze wilde dat als mama alleen maar blije zou dingen lezen, ze mij misschien niet zou slaan. Ze had het niet over zichzelf. Ze deed het omdat ze mij veilig wilde houden. Onnodig om te zeggen dat wanneer mama thuis kwam ik haar heb verstopt en gezegd heb dat ik het gedaan heb. Ze moet nog steeds huilen als ze de littekens ziet die ik toen heb opgelopen.'
Even is hij stil.
'Ik... o... ik vi...' stottert hij.
Ik pak zijn hand vast.
'Kun... kunnen we gewoon even niets meer zeggen?'

Reacties (4)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • Luckey

    Als dat maar goed gaat

    3 jaar geleden
  • BethGoes

    ik ben erg benieuwd waar dit allemaal heen gaat... Wedden dat die moeder terug is als Evan en Gioa terug zijn?

    3 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    De conversaties voelen heel echt, een fout die veel mensen maken is ze te vloeiend maken.
    Je houd dit verhaal geweldig.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen