||Rosemary Tyler Ahotley

Ik ben half in slaap gevallen als de deur open wordt gedaan en iemand de kamer binnen komt. Het kan de zuster niet zijn, want die is een half uur geleden al langs geweest, nog voordat mijn ouders vertrokken waren.
      Ik open mijn ogen lichtjes, glurend door mijn wimpers. Ik frons als ik het figuur van Embry herken. Hij staat met zijn rug naar me toe, terwijl hij iets op het tafeltje in de hoek van mijn kamer legt. Ik kuch zachtjes om aan te geven dat ik inmiddels wakker ben. Wat doet hij hier?
      Embry draait zich vliegensvlug om, laat de tas op de tafel staan en komt op me afgelopen. Hij neemt plaats naast mijn bed en pakt mijn hand voorzichtig beet. Een warme siddering trekt door mijn huid en ik huiver kort. Die gozer heeft een bloedhete huid.
      'Hoe gaat het met je?' vraagt hij. Embry fronst zijn wenkbrauwen en zijn ogen kijken me aan met een blik die verraderlijk veel op bezorgdheid lijkt.
      Ik trek mijn hand een beetje ongemakkelijk uit de zijne voor ik een glimlach op mijn gezicht forceer. 'Buiten de knallende koppijn en het feit dat de liefde van mijn leven op de schroothoop ligt? Kan niet beter,' zeg ik sarcastisch.
      Ik heb geen idee waarom ik zo sarcastisch reageer, aangezien Embry waarschijnlijk liever ergens anders is dan in het ziekenhuis. Ik denk dat het een soort verdedigingsmechanisme is, hij is immers degene die me gevonden heeft en de ambulance heeft gebeld. Eigenlijk sta ik bij hem in het krijt, maar ik heb er een hekel aan om bij mensen in het krijt te staan. Ik ben het liefst zo zelfstandig en onafhankelijk als mogelijk.
      'Ik kwam alleen maar je huiswerk brengen,' mompelt Embry, duidelijk mijn opmerking als een belediging opvattend. Hij staat op van de stoel naast mijn bed en loopt met statige passen naar zijn tas. Hij haalt een stapeltje papieren uit zijn tas en smijt ze met een overweldigende klap op het tafeltje.
      Ik schrik op van de klap, die extra na dreunt in mijn hoofd en mijn handen schieten naar mijn hoofd. 'Een beetje zachter zou ik wel kunnen waarderen,' snauw ik geïrriteerd. Ergens in mijn achterhoofd besef ik me dat ik me als een enorme trut gedraag, maar ik heb niet om een hersenschudding gevraagd en al zeker niet of Embry mijn huiswerk wilde brengen.
      Embry draait zich met een geïrriteerde uitdrukking op zijn gezicht om en hij slaat zijn armen over elkaar. 'Het spijt me, maar waarom ben je zo'n ongelofelijke bitch tegen mij?'
      Ik kan mijn oren niet geloven. 'Ik vroeg niet of je mijn huiswerk wilde brengen!' sneer ik. Ik duw mezelf op mijn ellebogen en trap de verstikkende dekens van mijn lichaam. Ik ben blij om te zien dat ik een joggingbroek en een T-shirt aanheb en geen ziekenhuis-jasje.
      'Je zou ook gewoon 'dankjewel' kunnen zeggen in plaats van gelijk snauwen,' sneert Embry terug. En dat te bedenken dat Serena heeft gezegd dat Embry normaal best wel verlegen is. Niet bij mij in ieder geval.
      Ik duw mezelf uit het ziekenhuisbed en trek het infuus in mijn hand mee. 'Luister even goed, Embry.' Ik spuug Embry's naam uit alsof het een dodelijke ziekte is. 'Ik heb koppijn en ik heb een hoge pijngrens, maar als ik écht pijn heb, dan word ik er heel moody van. Dus het spijt me voor mijn gedrag en hartstikke bedankt dat je mijn huiswerk heb gebracht,' zeg ik en hoewel het niet echt gemeend klinkt, meen ik het serieus.
      Ik steek mijn handen op als teken van overgave en neem weer plaats op het randje van het ziekenhuis bed. 'Ik ben al zo vaak in het ziekenhuis geweest, ik heb er gewoon een hekel aan,' mompel ik onder mijn adem, terwijl de tranen in een opwelling in mijn ogen springen. Ik draai me snel op mijn zij, met mijn rug naar Embry. Als ik ergens een hekel aan heb dan is het wel aan huilen waar andere mensen bij zijn, maar ik ben zo gefrustreerd. Vijf dagen in Amerika en ik lig al in het ziekenhuis.
      Ik word afgeleid door twee vingers, die zachtjes over de lengte van mijn blote arm strelen. Ik huiver en draai kort mijn hoofd. Embry zit naast me, op het randje van het bed en zijn bloedhete hand rust op mijn elleboog. Zijn ogen kijken me verontschuldigend aan.
      'Sorry, oké? Het zal ongetwijfeld een hoop stress zijn. Een verhuizing en nu dit,' verontschuldigt Embry zich.
      Ik glimlach onwillig. 'Het is oké, ik ben zelf niet het vrolijkste persoon,' grinnik terug.
      'Hmm, daar heb je een punt,' grijnst hij speels.
      'Bitch,' grijns ik terwijl ik hem een duw geef. 'Kun je nu alsjeblieft een boek en patat uit de kantine voor bezoekers kopen, ik betaal.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen