Foto bij Vuur

We waren in de tuin.
Het was niet zo verzengend warm als het de afgelopen maanden geweest was: de heetste periode van het jaar begon langzaam aan zijn einde te komen, en het was nu goed te doen om buiten te dansen. De nieuwe dans die we instudeerden, vertelde Meliha, had ze van Gül geleerd. Het was een dans uit een heel ander gebied van het rijk van de Sultan: een land dat in het Oosten lag. Meliha en Gül waren goede vriendinnen van elkaar, was me verteld. Op de één of andere manier verbaasde dat me niets: ik kon niet echt een connectie vinden met Meliha omdat ze zich altijd gedroeg alsof ze onze toezichthouder was, en niet onze gelijke.
Ik kon me wel vinden in deze bijzondere dansstijl. Terwijl ik Meliha's bewegingen goed observeerde en probeerde te immiteren, kon ik zo rustig nadenken over wat ik de avond ervoor gezien had. En... het allervreemdste van alles: Amon die me niet had genomen. Het baarde me zorgen dat dit me zorgen leek te baren, maar ik kon er niets aan doen, hoezeer ik het ook probeerde te onderdrukken. Het was inmiddels al vier dagen geleden dat hij me had verteld over zijn obsessie en zich werkelijk waar op een dierlijke manier aan me tegoed had gedaan. Daarna was waarschijnlijk Gül aangekomen, en sindsdien had hij me niet meer bij zich laten komen. Vreemd. Ik wist niet precies of ik blij moest zijn, of dat er een addertje onder het gras lag- ik vertrouwde de hele zaak niet. Bovendien werd ik nog steeds netjes in de gaten gehouden door allerlei bewakers. Ik dacht terug aan de avond ervoor, hoe hij me in zich op had genomen en er uiteindelijk voor had gekozen om me niet ter plekke te verslinden. Die blik, die gezichtsuitdrukking die hij erbij had . Hij was overduidelijk ergens op uit.
Ik werd uit mijn gedachten opgeschrikt door Meliha, die een blije kreet slaakte en plotseling stopte met het ritme aan te geven met de tamboerijn. Haar ogen waren gericht op iets achter ons, dus draaiden we ons allemaal om.
'Meliha, dadeltje!,' klonk een hoge stem. Ik herkende haar onmiddellijk. Gül. In het volle zonlicht was ze nog mooier dan toen ik haar voor het eerst zag. Haar haar had verschillende kleuren, kleuren van exotisch hout met een rode gloed erover. En die ogen... ze waren werkelijk prachtig. Blauw als saffieren, glinsterend als sterren. Ik kon mijn ogen niet van haar afwenden.
'Gül! Habibi!' Ik had Meliha nog nooit zo vriendschappelijk met iemand gezien. De twee jonge vrouwen gaven elkaar een kus op de wang. Gül haakte meteen haar arm door die van Meliha en begon honderduit te kletsen over de zware ochtend die ze had gehad: hoe ze naast Amon wakker was geworden door het gehuil van Jahan, en hoe ze elkaar toen hadden aangekeken- dat ze zich toen pas had gerealiseerd hoezeer ze Amon gemist had. Ze zei alles op luide toon, zodat wij geen woord zouden missen. In stilte vroeg ik me af waarom ze dat deed... toch werd ik meer in beslag genomen door de kleding die ze droeg en hoe goed die haar stond. Turqoise en blauw was haar jurk, bedekt met doorzichtige, glinsterende stoffen. Haar figuur was prachtig en vrouwelijk. Ik keek naar mijn eigen heupen en benen, die ik altijd wel mooi gevormd had gevonden- naast haar stak ik maar magertjes af. Mijn zwarte krullen hadden niets van haar bijzondere, opvallende en glimmende haar. Ik wist ook niet precies wat me bezielde. Toen ze vlak langs me liep samen met Meliha om ergens op een tapijt te gaan zitten, rook ik een zoete, bedwelmende geur die ik nooit eerder had geroken, en die me op hetzelfde moment bekend voorkwam. Toen de twee waren gaan zitten en Meliha ons met haar ogen duidelijk maakte dat we even vrij waren om te eten, maakten de andere meiden dat ze bij de baklava kwamen. Ik daarentegen bewoog me langzaam, spitste mijn oren.
Gül was echter niet van de domme. Ze zag me in haar ooghoeken (ze was ongetwijfeld goed in het aanvoelen van sociale spanningen) en gebood een slaaf luidruchtig haar en Meliha thee te brengen. Ondertussen ging ze verder met praten. Pas toen ik me om had gedraaid en deed alsof ik fruit aannam van Tezy, hoorde ik hoe haar spreektoon veranderde.
'Vertel eens, lieve Meliha... welke is het?,' hoorde ik haar op gedempte toon vragen. Haar stem klonk gemaakt onverschillig, maar ik was ook niet stom. Ik hoorde een dreigende nieuwsgierigheid onder de oppervlakte. Ik begon uitgebreid een banaan te schillen, maar luisterde ondertussen aandachtig.
'Zij. Het slanke meisje met de zwarte krullen,' hoorde ik Meliha zacht antwoorden. Het was een tijdje stil achter me, en ik begon me een beetje ongemakkelijk te voelen. Om me heen kletsten de anderen rustig over hun eigen koetjes en kalfjes terwijl ze aten en thee inschonken, er was niemand die aandacht schonk aan wat er gezegd werd.
'Oh,' hoorde ik Gül zeggen. Nog steeds op dezelfde zogenaamd onverschillige toon. Weer even een stilte.
'Maar Gül... ik hoop dat je begrijpt dat jij vele malen mooier bent. Bovendien ben je het toonbeeld van vrouwelijkheid, van elegantie!,' zei Meliha op min of meer geruststellende toon. Ik vond het echter vrij beledigend, en ik had niet achter haar gezocht dat ze zo'n slijmbal was.
'Dat weet ik ook wel,' lachte Gül enigszins nerveus en tegelijkertijd hooghartig. 'Bovendien kan ik me niet voorstellen dat een man geïnteresseerd kan zijn in een vrouw waarvan je de ribben tellen kan!' Er werd gedempt gelachen, en ik voelde een steek door me heen gaan. Tuurlijk, het was allemaal maar afgunstig geklets en het sloeg nergens op- toch deed het me ergens pijn, en ik wilde niet meer horen. Ik ging tussen de andere meiden in het gras zitten en probeerde er niet meer aan te denken. Een paar keer keek ik stiekem om over mijn schouder, om te zien of ze het over me hadden. De eerste keer dat ik omkeek, leken ze het onderwerp afgesloten te hebben: Meliha was druk aan het gebaren en ik ving namen op van mensen die ik niet kende.
Toen ik even later weer omkeek en zag dat Meliha bezig was met een slavin, merkte ik geschrokken dat Gül me bedenkelijk aan zat te staren- de mooie ogen een beetje samengeknepen, haar mond in een ontevreden trek. Onmiddellijk draaide ik me weer om. Die blik. Deze vrouw was niet zomaar een vrouw, begon ik al te merken. Ik hoefde geen gesprek met haar te voeren om dat te weten. Om haar heen hing iets, een air die ik nog nooit eerder bij iemand gezien had. Een bijna agressieve uitstraling, een geest vol bliksem. Ze leek iemand met honderd verschillende gezichten en haar aanwezigheid had iets gevaarlijks. Ik begreep dat elke man zich tot haar aangetrokken voelde, dat kon niet anders als je zo was. Zo energiek, en toch op een bepaalde manier mysterieus. Ik kon het niet plaatsen. Het leek wel een betovering. Ze was net een tijgerin die er alles aan doet om wat van haar is te beschermen. Ze zou mij uit de weg ruimen als het nodig was, want dat ze Amon nog steeds wilde, stond buiten kijf. Juist omdat hij zich vaak onbereikbaar voor haar opstelde. Als ze lucht zou krijgen van de obsessie die Amon voor mij had, zou mijn laatste uur waarschijnlijk geslagen hebben. En wat Amons rol daarin zou zijn? Ik wist het niet. Zo'n manipulatieve, verleidelijke vrouw kreeg ongetwijfeld altijd haar zin wel.
Ik voelde een onheilspellend gevoel in mijn onderbuik opkomen, en hoopte maar dat dit geen consequenties voor mij zou krijgen. Dat had ik mis.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen