||Rosemary Tyler Ahotley

De volgende ochtend word ik wakker gemaakt door de zuster voor ontbijt. Ik bekijk mijn mobiel, die wonder boven wonder geen krasje heeft opgelopen, en ik zie dat ik een berichtje heb van mijn vader.
      He Rose,
      Hoe gaat ie? Je moeder en ik kunnen je deze ochtend niet uit het ziekenhuis halen wegens een spoedgeval. Zou je alsjeblieft misschien de voogd van je vriendin willen vragen?
      Liefs, Pap en Mam

      Met een kreun gooi ik mijn mobiel op mijn deken en laat ik mijn ogen weg rollen. Rond dit tijdstip zit of iedereen op z'n werk, of op school. Kan een spoedgeval zo erg zijn dat je je dochter in het ziekenhuis laat stikken.
      'Wat is er?' vraagt de zuster, die net met mijn ontbijt aan komt zetten, vriendelijk. Ze zet mijn ontbijt neer en checkt mijn infuus.
      'Ouders,' mompel ik onder mijn adem. 'Ze kunnen me opeens niet ophalen wegens een 'spoedgeval'.'
      'Kan niemand anders je ophalen?' vraagt de zuster vriendelijk.
      'Nah, ik woon hier amper een week en het is niet alsof ik al zo close met iemand ben dat diegene me op kan halen,' leg ik uit. De enige die ik zou kunnen bellen zou Embry zijn, maar mooi niet dat ik hem ga bellen na het voorvalletje van gisteren.
      'Oh, ik zal even het verband van je hoofd halen en je infuus verwijderen, dan zal ik mijn zoon wel bellen. Het is niet alsof hij eigenlijk naar school gaat, dus.' Dat laatste mompelt ze zo zacht dat ik betwijfel of dat wel voor mijn oren bestemt is. De zuster houdt zich aan haar woord, haalt mijn verband van mijn hoofd, verwijdert het infuus en belt haar zoon.
      Ze werpt me een glimlach toe. 'Hij was in de buurt, dus hij zal er zo wel zijn. Hij heeft een zwarte Chevy,' glimlacht de vrouw. Ze ondertekent mijn ontslagbrief en dan ben ik zo goed als vrij om te gaan.
      'Dankjewel,' glimlach ik. Ik pak het nog steeds ingepakte boek dat Embry voor me gekocht heeft en vertrek op een langzaam tempo naar beneden. Het scheelt dat het niet zo'n groot ziekenhuis is, want anders had ik makkelijk verdwaald geraakt. Ik loop naar de uitgang van het ziekenhuis, waar ik een zwarte Chevy voor de uitgang geparkeerd zie staan. In de Chevy zit iemand die ik het liefst vermijd: die donkerbruine ogen en die zelfvoldane blik op zijn gezicht, alsof hij de jackpot heeft gewonnen. Jason, de gozer die het lef had om me op mijn eerste dag op mijn achterste te slaan.
      Zijn ogen scannen de parkeerplaats en hoewel ik hem al gezien heb, heeft hij mij nog niet gespot. Ik weet niet hoe snel ik een nisje in moet schieten en ik pak vluchtig mijn telefoon. Het is tien minuten voor de bel gaat voor de eerste les, net genoeg tijd.
      Ik scrol door mijn contacten en waag dan een gok op Paul, hij heeft volgens mij toch nooit zin in school.
      Het duurt niet lang voor er opgenomen wordt en een opgeluchte zucht rolt over mijn lippen.
      'Paul!' roep ik uit.
      'Thorn!' roept hij op dezelfde toon terug.
      'Je moet me opkomen halen uit het ziekenhuis!' schreeuw-sis ik.
      'Moet?' kaatst Paul terug.
      'Alsjeblieft? M'n ouders hebben me laten stikken en anders moet ik met die creep van een Jason meerijden en dat wil ik echt niet,' leg ik vluchtig uit, terwijl ik mijn stem onder controle probeer te houden.
      'Zal ik anders Embry sturen, hij heeft het eerste uur uitval?' vraagt Paul en aan zijn stem kan ik horen dat hij grijnst.
      'NEE,' schreeuw ik uit voor ik mezelf in kan houden. 'Ik bedoel, nee, geen Embry.'
      'Oké dan, ik ben er over een kwartiertje,' antwoordt Paul, nog steeds met die domme toon van een grijns in zijn stem.
      'Je bent geweldig,' mompel ik onder mijn adem voor ik ophang.
      Dat is weer een creep minder voor vandaag.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen