||Rosemary Tyler Ahotley

Zodra ik de truck van Paul op de parkeerplaats zie rijden, verlaat ik het ziekenhuis. Jason is nog steeds niet vertrokken en zodra zijn ogen mijn gelaat spotten, springt hij uit de auto.
      'Hé, lekker kontje! Jij deed er lang over,' lacht Jason.
      Een huivering kruipt over mijn rug, wetende dat ik me niet goed kan verdedigen met een hoofd waarin alles driehonderd keer nagalmt. Ik werp een nonchalante blik over mijn rug. 'Het lijkt er op dat ik niet veel kont heb, Jason, jammer,' mompel ik, terwijl ik mijn weg na de Dodge van Paul wil maken.
      'Daar heb je gelijk in, maar mij hoor je niet klagen,' grijnst Jason een misselijkmakende grijns. Hij grijpt me bij mijn arm en duwt me richting zijn Chevy. 'Ik denk dat hier je lift is.'
      'En ik denk dat je geen scène moet schoppen vlak voor een ziekenhuis. Ze gaat met mij mee,' mengt Paul zich ineens in het gesprek. Hij wringt mijn arm uit de grip van Jason en duwt me beschermend achter zijn rug.
      Een golf van opluchting spoelt door mijn lichaam. Paul zal zeker niet de eerste zijn die ik zou vertrouwen als ik over straat zou lopen, maar om de een of andere manier lijkt het duidelijk dat hij me geen vlieg kwaad zou kunnen doen. Paul is ook twee koppen groter dan Jason en veel breder, dus dat scheelt ook weer, al hoop ik ergens dat het niet op een gevecht uitkomt.
      Paul legt zijn hand op mijn rug en geeft me een zacht duwtje richting de auto. Zodra ik zijn warmte door mijn shirt voel dringen, realiseer ik me pas dat ik het eigenlijk best koud heb. Ik leun in zijn omhelzing en ril even van de warmte. Embry is ook zo aangenaam warm. Ik geef mezelf een denkbeeldige klap op mijn achterste, waarom moet ik nu in vredesnaam aan Embry denken?
      'Wat ben jij Paul, haar vriendje of haar broer?' roept Jason ons chagrijnig na, maar aan zijn stem kan ik horen dat hij grijnst. 'Of allebei?'
      Ik voel Paul verstenen, alsof er soort waarheid in Jasons woorden zit, maar daarna begint hij te trillen alsof hij een epileptische aanval krijgt.
      'De auto is open, ga maar vast zitten,' beveelt Paul met een stem die geen tegenspraak wenst.
      Ik knik lichtjes en maak een paar stappen naar de auto, maar ik word gedwongen om terug te kijken als ik het misselijkmakende geluid van een brekend bot hoor. Geschrokken draai ik me om, nog net op tijd om te zien hoe Jason bewusteloos op de motorkap van zijn auto valt.
      'Paul!' schreeuw-sis ik. Ik grijp hem bij zijn arm en trek hem ruw weg van de bewusteloze Jason. 'Voor hetzelfde geld waren hier allemaal mensen geweest!'
      Paul, die zich los scheurt van mijn greep, maar gelukkig wel naar de auto loopt, kijkt me met een alsof-me-dat-tegen-zou-houden-blik. Het enige wat ik kan doen is mijn schouders optrekken en same denken. Als mijn hoofd niet zo gebonkt had, dan had hij een mooie elleboog tegen zijn kaak gehad.
      'Die lul moet zijn bek dicht houden over zaken die hem niets aan gaan,' mompelt Paul onder zijn adem.
      Ik trek opnieuw mijn schouders op, ik kan hem geen ongelijk geven.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen