Foto bij Hoofdstuk 124; Hunter.

Hunter liep in een flink tempo door. Pan had hem de juiste richting in gewezen, nu was het aan hem om De Wacht te vinden.
Hij volgde het pad tussen de bomen, net zo lang tot hij bij een meer aan kwam. Een meter of vijftig verderop waren ze. De Wacht.
‘Hunter?’ Austin was de eerste die hem opmerkte.
‘Goden zij dank!’ Myra kwam naar hem toe gerend en omhelsde hem.
Hunter grinnikte. ‘Ik leef nog,’ fluisterde hij.
‘Beter, ik had je wat gedaan,’ zei Myra zacht. Myra keek altijd naar de groep als familie. Haar broers en zussen waar ze over moest waken. Toch was het altijd anders geweest tussen haar en Hunter. Wellicht omdat ze hetzelfde waren. Ze deden zich beide anders voor, alleen op verschillende manieren.
Myra liet hem los. Hij werd meteen vastgegrepen door Martha. Hij sloeg zijn armen om haar heen. ‘Het spijt me,’ fluisterde hij. ‘Van Rose.’ Hij voelde haar lichaam schokken. ‘Pan vertelde het me.’
Martha nam wat afstand en keek naar hem. ‘Je was bij Pan?’ Ze klonk zo hoopvol.
Hij slikte en knikte. ‘Ja,’ zei hij zacht.
Martha trok zich nog verder terug. Zijn reactie was genoeg geweest. ‘Oh,’ zei ze zacht. De pijn was van haar gezicht te lezen. ‘Oh.’
‘Het spijt me,’ zei Hunter weer zacht. Hij trok haar terug in een omhelsing. Ze liet het toe, maar vocht duidelijk tegen haar verdriet. Hij wou dat hij kon zeggen dat alles goed zou komen, maar dat kon hij niet.

‘Wat is er precies gebeurt?’
‘Waar is Michael?’
‘Hij is Jessica achterna gegaan. Ze zijn op queeste. Hunter, vertel me. Wat is er precies gebeurt? Je was bij Pan, ze heeft je gezegd dat Rose niet terug kon komen?’ drong Alathea aan.
‘Ja,’ zei Hunter zacht. Hij slikte. ‘Ik weet niet precies wat er is gebeurt.’ Hunter begon te vertellen wat hij wist. Hij vertelde over de donkere schaduwwereld, over hoe verward Pan was geweest, hoe ze hadden gereisd, Thespian, Rose. Alles wat hij wist.
‘Shit,’ fluisterde Alathea. ‘Je weet zeker dat ze- dat Pan haar niet kan terugbrengen.’ Het was niet eens een vraag. Het was een stelling. Ze wist dat hij het zeker wist. Dat Pan hem dat had verteld.
‘Alathea,’ zei een mannenstem van buiten.
‘Ja?’ vroeg Alathea. Ze had Hunter al snel apart genomen.
‘Jessica is terug. Michael ook.’ Hunter ging stond op en ging naar buiten. Alathea volgde hem.
Michael kwam al hun kant op. ‘Hunter,’ zei Michael. Blijkbaar had hij het nieuws al gehoord. Hij omhelsde Hunter kort. ‘Goed je weer te zien.’
‘Van hetzelfde,’ zei hij zacht. ‘Man-‘
Michael schudde zijn hoofd. Het was duidelijk: niet nu. Hunter knikte.
Jessica kwam aangerend. ‘Hunter!’ Ze omhelsde hem. Een koud gevoel overspoelde hem, alles werd een moment lang zwart. Het was alleen hij en Jessica. Slechts voor enkele seconden, daarna ging alles terug naar normaal. Het duister verdween en de warmte keerde terug. Zelfs de warmte van Jessica’s lichaam.
Hij liet haar los, maar ze leek al te hebben gemerkt dat er iets mis was. Ze keek hem vreemd aan. Michael onderbrak het echter. ‘Hunter, Alathea, kunnen Jessica en ik jullie even spreken?’
Hunter keek verrast. ‘Ja, natuurlijk.’
‘Oh en Liza, Martha, jullie ook,’ zei Michael. Hij keek om.
‘En ik?’ vroeg Austin, grijnzend.
‘Later, misschien,’ zei Michael.
‘Als het over Rose gaat, kan hij best mee,’ zei Liza. ‘Vergeet niet dat hij al eeuwen haar zwager is.’
‘Goed punt,’ mompelde Michael. Hij was duidelijk nog niet gewend aan de verhoudingen. Hunter trouwens ook niet. ‘Kom jij dan ook maar mee.’

‘Ik heb met Hades gesproken,’ begon Michael.
‘Of Pluto,’ zei Jessica.
‘Ja, lastig om hem bij naam te noemen als hij twee goden is.’ Michael grimaste. ‘Hij vertelde me dat Rose niet in de onderwereld is. Ze is er ook nooit geweest. Dat betekend volgens hem dat ze nooit gestorven is.’
‘Hoe is dat mogelijk?’ vroeg Alathea.
‘Geen idee,’ zei Michael. ‘Hij zei dat, als ze gestorven zou zijn, ze in het boek zou staan. Zelfs als ze direct terug zou komen, zou ze een seconde in de onderwereld zijn geweest en dus-‘
‘Zou ze in het boek moeten staan,’ vulde Alathea begrijpend aan. ‘Maar ze is dood, ze zou dan toch in het boek moeten staan.’
‘Pan zei ook al zoiets,’ zei Hunter. Iedereen keek hem meteen aan. ‘Ik zei je toch…’ Hij keek naar Alathea. ‘…ze kan niet bij haar ziel. Want ze is niet op aarde en niet in de onderwereld. Blijkbaar heeft Thespian iets gedaan.’
‘Thespian?’ herhaalde Jessica.
‘Ja. Pan heeft invloed op hem gehad-‘
‘Zoals we hadden verwacht,’ onderbrak Liza hem.
‘Precies. En blijkbaar heeft hij iets gedaan met haar ziel waardoor Pan niet bij Rose kan komen.’
‘Dus dit is Thespians schuld?’ zei Michael. Was hij boos. Dat kon bijna niet anders. Als Thespian iets met Rose’s ziel had gedaan waardoor ze niet terug kon komen, had Michael waarschijnlijk nog liever gehad dat ze gestorven was, zodat Pan haar terug kon brengen.
‘Ik weet niet of je hem echt de schuld kan geven,’ zei Martha zacht.
‘Hij heeft haar ziel ontnomen, waardoor ze niet naar de onderwereld kan, waardoor ze nu niet hier kan zijn. Ik zou toch echt zeggen dat hij schuldig is.’
‘Hij probeerde haar te helpen,’ zei Martha. Ze keek naar haar zus, maar die leek ook niet erg overtuigd. ‘Hunter?’ probeerde Martha.
‘Martha heeft een punt,’ zei Hunter. ‘Ik snap dat jullie boos zijn. Het is nog niet zo lang geleden, maar Thesp de schuld geven doet niemand goed.’
Er viel een stilte, een pijnlijke stilte.
Alathea onderbrak de stilte met een zucht. Ze mompelde iets onverstaanbaars. ‘Ik zie jullie zo.’ Ze liep weg, zonder verder nog iets te zeggen. Iedereen keek haar na.
Hunter fronste. Er was iets vreemds met Alathea aan de hand.
‘Ze staat in de positie van leiding, iets wat ze liever niet heeft,’ zei Austin, alsof hij Hunters gedachten las. Austin keek de groep rond. ‘Ze had er zelfs problemen mee als Rosa haar aanstelde om kleine groepen te leiden.’
Martha schudde haar hoofd. ‘Misschien vragen we te veel van haar.’
‘Misschien…’ mompelde Michael.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen