No matter where you at, no worry I'll be there
No one's got your back like I do
Even when business ain't going well, we still cool
When I shine, you shine, always on your side
All my life you'll have what's mine
Mark my word, we gon' be alright

- Mapei

Harry begon als eerste zijn kantoor in St. Luke's leeg te maken. Hij had het liever omgekeerd gehad, maar hij had meetings met enkele bestuursleden morgen en overmorgen om zijn ambtsperiode te bespreken en zijn kantoor in het Barbican had minder 'aroma', om het met Nialls woorden te zeggen. Plus de stoelen waren er waarschijnlijk comfortabeler. Harry vond dat daar nog over te discussiëren viel, maar hij wist dat het beter was om hier gasten te ontvangen.
"Ik vind de geur hier gewoon lekker." gromde hij in zichzelf terwijl hij de lades van zijn kast leegmaakte. "Het is niet meer zo slecht." De kamer was minder drukkend geworden sinds hij en Louis het waren beginnen te gebruiken als hun occasionele seksruimte. Harry maakte altijd het raampje open om het wat te verluchten.
Harry grinnikte en sloot de lege lade. Ongeveer twee weken geleden had Louis hem achternagezeten, hysterisch lachend en de twee bordenvegers tegen elkaar aan kloppend. Dat was waarschijnlijk waarom de grond hier nog vol krijt lag. Harry had Louis doen stoppen door zich op de stoel te laten vallen en toen Louis passeerde hem op zijn schoot te trekken. Ze hadden het kantoor grondig moeten laten verluchten tegen de wolk krijt verdwenen was.
Hij nam de boeken van op het rek en gooide ze in een grote kartonnen doos. Harry fronste naar de doos en realiseerde zich dat hij er nooit mee thuis zou geraken met de metro. Het idee om alles in een taxi te proppen stond hem ook niet aan. Misschien kon Niall hem wel brengen?
Harry ging met een hand door zijn haar en stond even stil. Hij had nog veel werk te doen. Zo veel dat hij er liever helemaal mee zou stoppen dan eindelijk voor echt te beginnen. Het fascineerde hem hoeveel spullen hij hier in de voorbije maanden binnengebracht had zonder het zelf te beseffen. Hij kon zich niet herinneren dat hij ooit meer dan één kleine doos had meegenomen. Maar nu lag het hier vol. Er stonden vier planten op de vensterbank die elk in een verschillende staat waren. Hij kon zich enkel herinneren dat hij er drie zelf gekocht had. Louis pestte hem er dagelijks mee, hij zei altijd dat hij beter een cactus gekocht had.
Louis. Harry miste hem te veel voor enkel één nacht zonder hem geslapen te hebben. Hij zuchtte plots sentimenteel. Dit kantoor was veel huiselijker dan die in het Barbican; hier was veel meer gebeurd. Harry wilde het niet achterlaten, nu nog niet, maar hij moest inpakken ook al kwam er een offer van het LSO. De renovaties in St. Luke's waren bijna klaar en Liam had al een chiquer kantoor voor hem klaar.
"Het heeft ramen, man! Ramen! Meervoud!" Had Liam hem gisteren verteld. Hij was blijkbaar heel trots op zichzelf. Harry had het niet in zich om het te weigeren.
"Gelukkig heb ik aan jou niet veel werk, oude," zei hij luidop en klopte op de roestige lades onder zijn bureau. Het enige wat hij daar ooit ingestopt had, waren de partituren voor Peter en de Wolf. Maar nooit heeft hij de onderste la open gekregen.
"Ik vraag me nog steeds af wat er daar inzit." mompelde hij en keek naar de onderste, vastzittende lade. Hij besloot om het nog één keer te proberen, als afleiding van het echte werk die nog gedaan moest worden. Hij hurkte neer en gaf er een stevige ruk aan. Maar dit zonder resultaat.
"Noppes.. Stomme schuif." zei hij en stond op. Hij kruiste zijn armen over zijn borst, met vernauwde ogen keek hij het kantoor rond of er niets was waarmee hij het open kon breken. Natuurlijk was er niets wat hij daarvoor kon gebruiken. Op zijn bureau lag een nietjesmachine, een paar honderd paperclips in een lelijke kop, zes of zeven papierklemmen van verschillende groottes en drie Bic's.
"Perfect," mompelde Harry en hij rolde met zijn ogen. Hij stampte met de hiel van zijn laars tegen het onderste van de lades uit frustratie.
En dat was het moment dat de lade eindelijk openging. De lade gleed soepel open en botste tegen Harry's kuit. Harry knipperde een paar keer vol ongeloof met zijn ogen voor hij zich bukte en keek wat erin zat.
"Eindelijk!" mompelde hij en haalde er een dikke pak papier uit. Het leken wel iemands partituren te zijn. Hij ging op de grond zitten en bladerde erdoorheen. Hij verwachtte dat het saai zou zijn, wat het dan ook zou zijn. Hij voelde zich opnieuw een beetje alsof hij veertien was, hij moest zijn kamer opruimen van zijn moeder en vond een oud dagboek onder zijn bed met heel wat onsamenhangende en gênante verhalen die hij jaren geleden had geschreven.
Maar het was toch niet zo saai als hij dacht. Helemaal niet zelf. De muziek was geen beetje saai. In feite was het eigenlijk totaal het tegengestelde van saai.
In het begin was hij wat onzeker over wat hij te zien kreeg, maar al snel had hij door dat het het begin van een strijkkwartet was. Het eerste deel was in een sonate vorm. Harry las door de muziek terwijl zijn vingers over de noten van het eerste vioolstuk gleden. Zijn hart begon sneller te kloppen toen hij verder in het stuk kwam. Kladblad na kladblad zag hij het stuk meer en meer verfijnen. Zelfs in de eerste versies kon Harry al het enorme potentieel zien van het thema. Hij zag meteen het hoopvolle en emotionele inzicht van het werk. Tegen de tijd dat hij de laatste versie bereikt had, voelde het alsof hij het werk van een genie in zijn handen had. Hij was omringd door partituren.
Het stuk was nog wat ruw (het tweede thema kon nog wat rechtzettingen gebruiken en het vioolstuk moest ook hier en daar nog wat aangepast worden), maar globaal gezien zat de structuur, de textuur en het gevoel precies goed. Het fascineerde Harry en herinnerde hem aan iets dat zijn favoriete leraar hem ooit gezegd had. Over hoe goede verhalen lijken te ontplooien op een manier waarop alles wat er gebeurd onvermijdelijk en tegelijk als een kleine revelatie aanvoelt. Dat is hoe deze compositie aanvoelt voor Harry. Als een kleine, onvermijdelijke revelatie, een prachtig verhaal in muzikale vorm. Zijn brein wilde meer, hij wilde het dirigeren.
Hij was wat achterdochtig geworden door de slordige notities in de marges.
"Oh, Louis," mompelde hij met een kreun, lachend en hoofdschuddend. Zijn ogen fixeerden zich op de onderkant van de laatste pagina van de compositie. "Louis, Louis, Louis." Met een zacht grijze potlood stond 'Het kan beter dan dit.' in Louis' bijna onleesbare gekrabbel.
"Het is geweldig, schat." mompelde Harry. Dikke, emotionele tranen vertroebelden zijn zicht. "Maak je geen zorgen." Hij dacht terug aan de eerste dag, aan Louis' knappe blauwe ogen nadat hij agressief het bord uitgewist had. En aan later toen hij Harry succesvol afgeleid had van de lade. Hij wilde nu meteen Louis' vinden, hem kussen, zijn hand vasthouden en nog het meest van al hem vertellen hoe getalenteerd hij wel niet was. Hij wilde het hem keer op keer vertellen zodat hij er zeker van zou zijn dat hij het meende.
Harry zuchtte, wetend dat dat niet de manier was waarop het zou eindigen. Hij had zoveel liefde voor Louis in hem, zoveel dat zijn hart ervan zou scheuren als hij het niet op één of andere manier zou uitten.
Hij voelde met zijn hand op zijn bureau naar een notitieboekje en een pen. Hij wou enkele notities geven op Louis' werk, om het aan te moedigen om door te gaan.
"Louis Tomlinson," zei Harry hoofdschuddend. "Oh, help me, Louis. Ik hou zoveel van je."

Afspeellijst
+ Don't Wait - Mapei

Enjoy!

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen