Foto bij H.36.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Aangezien jullie moeder toch weg is, dacht ik dat we naar een restaurant kunnen gaan. Elke avond. Totdat ze terugkomt.' stekt Evan voor.
Ik zie hoe de ogen van mijn zusje groter en groter worden, oplichten van verbazing.
'Een echt restaurant?!' roept ze uit, alsof ze zojuist de loterij gewonnen heeft.
Ik probeer geen steek in mijn borst te voelen - maar naar een restaurant gaan zou toch niet zó bijzonder moeten zijn?
Evan stelt een aantal dingen voor en Ammay kiest er een uit.
Ik moet toegeven dat ik niet helemaal luister.
Ik zie wel wat ik op mijn bord gegooid krijg.
Vandaag is het vrijdag.
Maandag begint school weer.
Ik hoop dat mijn blauwe oog tegen die tijd verdwenen is.
Ik hoop dat niemand op school het opvalt.
Ik hoop dat de aarde mij op kan slokken.

Zijn knokkels zijn gebarsten.
Het valt mij oas op in het restaurant en nu is er telkens een klein moment van paniek als ik zijn handen zie als hij het mes pakt, of zijn vork, of wat hij ook wel niet doet dat ik het zie.
Wat doet Evan Walker dat zijn handen aan vellen liggen?
Dat gebeurd alleen als je ergens op slaat, of op iemand.
En het zijn verse wonden.
Mijn gedachten schiet naar zijn huis.
Er hang een bokszak.
Het zou kunnen. vormt er in mijn hoofd.
Het klinkt logisch.
Maar zoiets krijg je alleen als je door blijft slaan, zelfs al voel je al dat ze knokkels al open liggen.
Hij stopte niet toen het pijn deed.
Ik zie mij hem voor mij, in zijn huis, hard tegen de zak slaande, telkens als zijn gehavende handen de zak raken, zie ik dat kleine vonkje pijn in zijn ogen, maar hij blijft doorgaan.
Welke onverwerkte emotie slaat Evan weg, in de avond, de nacht, wanneer niemand kijkt?
Dan begint hij te praten en ik ben bang dat hij mijn staren heeft opgemerkt, maar dat is niet het geval - en zo wel, dan zegt hij er niets van.
'Weet je al wat je later wilt gaan doen, Ammay?' vraagt hij, verwachtend dat het antwoord "popster" of "prinses" zou worden.
Maar dat is niet de reactie.
'Fotograaf. Ik wil foto's maken', zegt ze en duwt nog wat eten in haar mind, waarna ze met volle mond doorpraat,' Van natuur. Dat lijkt mij heel mooi. En oorlogsgebieden, zodat iedereen weet dat er iets aan gedaan moet worden.'
Evan kijkt naar mij en onze blikken kruisen.
In het korte moment dat we elkaar aankijken, zeggen onze ogen precies hetzelfde: dat kind is veel te bewust voor haar leeftijd.
'En ik wil naar de enchanted river in de Fielepienen.' zegt ze en ik doe mijn best om niet te lachen om haar spraakfoutje.
'Wat is dat?' vraag ik om het gesprek gaande te houden.
'Het is echt een heel mooi meer, daar in het oerwoud. Als ik fotograaf ben, wil ik daar heel mooie foto's maken. Met al die hele mooie kleuren! Het is echt zo gaaf!' ze is helemaal blij en ik word er ook blij van, maar er is altijd die zware steen, zo vaak aanwezig dat het lijkt alsof hij aan mijn maag je vastgenaaid.
Zij weet al wat ze later wilt doen.
Ik niet.
En hoe ga ik in godsnaam haar opleiding betalen?
Ze neemt nog een hap eten.
'Klinkt heel mooi.' zegt Evan als hij ziet dat ik wegzak in zorgen en dromen en Ammay mij afwachtend aankijkt.
Mijn zusje draait naar hem om en ze beginnen te praten.
Ik let niet op.
Mijn hele lijf is in beslag genomen voor een vreemde hoofdpijn.
Constant.
Zonder rede.
Er lijkt zo veel van te zijn dat mijn hoofd uit zijn voegen dreigt te barsten.
Maar om tien uur moet ik weer werken, bij James Grint.
En morgenmiddag wordt ik in de McDonalds verwacht.
Dus ik neem een slok drinken, sluit mijn ogen en bal mijn hand net wel-net niet tot een vuist terwijl ik slik, hoop dat het water mij heelt, wat het niet doet, maar ik voel mij wel helderder dan voorheen.
Dan open ik langzaam mijn ogen weer en laat ik de wereld weer op mij inwerken.
Neem waar, pas aan. ik kneed de woorden haast in mijn hoofd tot een geheel, alsof ze het enige medicijn op aarde is.
Maar dat is het niet, het is iets wat ik altijd tegen mijzelf zeg als ik tegen een probleem of obstakel aanbots.
Evan lijkt mijn worsteling te werken, kijkt mij kort en vragend aan en het lijkt bijna alsof hij de woorden "gaat het" gewoon hardop zeg.
Ik geef een klein knikje.
Hij gelooft mij maar half en zorgt dat ik wat rust gegund krijg door Ammay bezig te houden.
En dan - als nagerecht - krijgen we een gratis verjaardagstaart met een soort vuurwerk erop en hoewel Ammay en Evan blijven herhalen hoe lekker hij wel niet is, proef ik eigenlijk niet eens wat ik eet.
Daarna gaat alles heel erg snel en opeens is de rekening betaald en staan we buiten.
Het is ongeveer vijf minuten lopen van huis, dus hebben we ook besloten om te lopen.
Het is nu acht uur.
Over anderhalf uur moet ik vertrekken naar de supermarkt, waar James Grint en de rest van de bende mij af zullen halen.
Maar nu ben ik daar niet, in die drugswereld waar ik gisteren in elkaar geslagen ben, maar loop ik over de aarde, in het bos, op een paadje dat naar mijn huis, maar nooit mijn thuis, leidt.
Mijn handen trillen bij de gedachten en Ammay rent blij vooruit, helemaal opgewekt en zoals ze zou moeten zijn op haar verjaardag, maar dat nog nooit eerder is geweest.
Ik haal even diep adem en mijn uitademen klinkt heel luid, als een zucht.
Mijn borstkas doet zeer, voelt de klein voor de last die ik in mijn hart meedraag.
Evan merkt dat ik het nodig heb en pakt mijn hand vast.
Even voelt het alsof hij het enige is wat mij tegenhoud van vallen, maar ik herstel mij snel weer.
Neem waar, pas aan.
Dan, in het ritme van onze voetstappen, raakt mijn duim een van zijn gebarsten knokkels.
'Evan?' zeg ik, eerder automatisch dan dat ik er bewust van ben.
'Ja?' zegt hij en de grip van zijn hand wordt niet steviger of losser, maar toch anders.
Voorzichtiger, misschien, of met meer steun, meer vertrouwen.
'Ik...' even struikel ik over mijn woorden,' de volgende keer, hou dan op als je dat zou moeten doen.'
Om de boodschap kracht bij te zetten, tik ik met mijn duim net onder een van de ontvelde plekken, zodat hij weer wat ik bedoel.
'Je hoeft je geen zorgen over mij te maken.' zegt hij.
Duidelijk wel. schiet er door mijn hoofd, maar ik zeg het niet.
'Beloof het.' zeg ik en hoewel mijn stem trilt, is die scherp en helder.
Een seconde is het stil.
'Ik beloof het.'

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen