Foto bij Chapter twenty-five

Met de bal aan mijn voet, dribbel ik behendig langs Hiroto en tik de bal grijnzend tussen zijn benen door. ‘Dat is een punt voor mij,’ grinnik ik. Hiroto kijk me verrassend aan en knikt dan goedkeurend. ‘Je bent snel, dat moet ik toegeven. Maar kun je mij ook bijhouden?’ vraagt hij. Ik kijk hem vragend aan en sper mijn ogen wijd als hij plots verdwenen is. Wanneer de jongen vlak voor me tot stilstand komt, deins ik geschrokken naar achter en struikel ik over mijn eigen voeten. Voordat ik de grond kan raken, heeft Hiroto mijn pols beetgepakt en me soepel overeind getrokken. ‘Voorzichtig,’ zegt hij met een lieve glimlach. Als ik weer recht sta, loopt hij bij me vandaan en rolt de bal onder zijn voet als hij stilstaat. ‘Hoe?’ vraag ik na een lange stilte. Hiroto kijkt verbaasd op en kijkt me vragend aan. ‘Wat bedoel je?’ vraagt hij niet begrijpend. Ik vernauw mijn ogen even en kijk hem onderzoekend aan. ‘Hoe kun je zo snel zijn? Je ziet er absoluut niet sportief uit. Had ik je een positie moeten geven voordat ik je in actie zag, had ik je als middenvelder of zelfs verdediging geplaatst. Maar nu, nu is spits het enige dat in me opkomt,’ zeg ik. Hiroto staat er een beetje nonchalant bij en houd zijn aandacht meer om de bal gericht dan op mij. ‘Wat is dit?’ vraag ik om zijn aandacht weer te trekken. Ik strek mijn arm uit en stroop mijn mouw een beetje op zodat de armband die hij gegeven heeft, zichtbaar wordt. Hiroto kijkt op naar me en het is duidelijk van zijn gezicht te lezen dat hij verbaasd is als hij de armband om mijn pols ziet. ‘Je draagt het nog?’ vraagt hij verbaasd. Ik knik kort en kijk hem scherp aan. ‘Waarom heb je me dit gegeven? Waar dient het voor?’ vraag ik doordringend. Hij snuift even kort en slaakt een zucht voordat hij zich weer tot me richt. ‘Het is een limiter. Dat heb ik je eerder al gezegd. Jouw lichaam kan de kracht die jij op dit moment gebruikt, niet aan. De limiter zorgt ervoor dat je lichaam niet breekt onder de kracht die je gebruikt. Voor jouw gevoel verandert er niets, op de pijn in je lichaam na. Ik raad je aan het voorlopig nog te dragen. Als je er klaar voor bent, kun je het afdoen, maar ik waarschuw je. Het is gevaarlijk.’ Hiroto’s stem is doordringend. Mijn blik dwaalt af naar de lucht als er in de verte een donker voorwerp naar beneden valt. Ik vernauw mijn ogen om te kunnen zien wat het is en waar het heen gaat. Zodra ik het voorwerp herken als de zwarte bal die onder Hiroto’s voet ligt en ik me realiseer dat daar de school is, zet ik mezelf af en ren langs Hiroto heen. Mijn pols wordt beetgepakt en een beangstigend gevoel bekruipt me zodra ik Hiroto in zijn ogen kijk. Een luide klap, laat me echter weer omkijken en ruk mezelf los uit zijn greep. ‘Sorry Hiroto, ik zal ons wedstrijdje moeten staken. Ik weet niet wat er aan de hand is, maar het kan geen toeval zijn dat er een zwarte voetbal uit de lucht komt vallen en jij hier met precies dezelfde bal, bij mij staat. Er is een verband en daar zal ik je de volgende keer mee confronteren,’ zeg ik vastbesloten. Ik kijk hem strak aan, sla mijn blik dan neer en ren richting de school.

Zo snel ik kan, zigzag ik door het bos heen totdat het voetbalveld in de verte in zicht komt. Het hele voetbalveld staat vol en vlakbij het veld zie ik een bekend voertuig staan. ‘De bus van Raimon? Wat doen die hier?’ mompel ik zacht tegen mezelf. Er hangt een duistere sfeer rond het veld zodra ik dichterbij kom. Een onbekend voetbalteam staat tegenover Atsuya, Shiro en de andere van Hakuren’s voetbalteam. Raimon staat gemengd tussen Hakuren’s spelers, wat betekent dat ze waarschijnlijk een wedstrijdje aan het spelen waren. ‘Wees voorzichtig, ze zijn ongelooflijk sterk,’ hoor ik Kazemaru waarschuwend zeggen. Atsuya haalt zijn neus op en kijkt neer op de groenharige jongen tegenover hem. ‘Reize, was het toch?’ Er wordt kort geknikt en de jongen tegenover hem kijkt neerbuigend naar iedere speler. ‘Als jullie niet willen dat jullie school verwoest wordt, zijn jullie verplicht te spelen,’ deelt hij mee. Ik houd de groep scherp in de gaten en stap naar een voetbal dat in de sneeuw ligt. Ik raap de bal van de grond en kijk naar het voetbalveld. Waarschijnlijk is die uit het veld gerold toen dit team aankwam zetten. Er hangt een bekende energie rond hen heen, maar ik weet het niet te plaatsen. ‘Die energie. Het komt me bekend voor.’ Ik kijk verbaasd op als ik Atsuya hoor praten en zie hem onderzoekend naar het team tegenover hem kijken. Daarna draait hij hen de rug toe en haalt zijn schouders op. ‘Maar het voelt zwak, jullie zijn het niet waard om tegen te spelen,’ zegt hij nonchalant en loopt bij hen vandaan. De spelers van Raimon kijken vol ongeloof naar Atsuya en ik kan Shiro zacht zien lachen, maar zodra ik een duistere energie op voel rijzen, keer ik me meteen naar het andere team. Er verzamelt zich een paarse gloed om de zwarte voetbal van de jongen heen. ‘Astro Break,’ kan ik hem nog horen zeggen, voordat hij een trap tegen de bal geeft en het op Atsuya afraast.
Mijn ogen verwijden zich als er een beeld van vroeger aan mij voorbij raast. Ik zie mezelf tegenover Atsuya staan en zie hem van me vandaan lopen. Net zoals de jongen op dit moment doet, schiet ik de bal achter hem aan. Door de immense kracht die ik erachter zet, wordt Atsuya weggeblazen. Hij komt tegen een boom tot stilstand. De rode sneeuw die langzaam om hem heen kringelt, laat de tranen in mijn ogen opwellen. Atsuya..?
Een vlaag van woede overvalt me en ik laat de bal in mijn handen, los. Voordat de bal de grond kan raken, heb ik al mijn energie verzamelt en trap ik hard tegen de bal. Het raast op volle kracht op het veld af en laat een enorme muur van ijs achter zich. Er is een harde knal te horen zodra de twee ballen met elkaar in aanraking komen en knappen vervolgens uiteen. De ijsmuur versplinterd door de kracht die vrijkomt en een koude wind blaast in het rond. Alleen mijn felrode ogen zijn zichtbaar in de dikke mist die door de klap is opgestuift. Een krachtig aura draait om mij heen als ik mij een weg naar de zijlijn baan en stop bij de lijn. Iedereen is stil en het is duidelijk dat ze vol spanning toekijken hoe de mist langzaam opklaart en ik langzaam in zicht begin te komen. Zodra het veld volledig zichtbaar wordt, laat ik mijn blik van de ene kant van het veld, rustig langs alle spelers van Hakuren en Raimon glijden, naar de andere kant van het veld gaan, waar het andere team staat. Eenmaal bij de jongen met de groene haren aangekomen, vernauw ik mijn ogen en kijk hem scherp aan. Meteen deinst de jongen achteruit. ‘W-Wat is dit. Die kracht. Het is bijna net zo sterk als van hén,’ stottert hij. De jongen herstelt zich snel en kijkt me met een kille blik aan. ‘Wij van Aliea-,’ ‘Hou je mond!’ snauw ik hem toe. Opnieuw zet de jongen een stap terug en kan ik hem lichtjes zien beven. ‘Ga staan. En speel.’

Reacties (2)

  • Duendes

    Ik vind dit verhaal zo ongelofelijk goed en dat wilde ik je even zeggen. Je manier van schrijven, de verhaallijn, het is echt heel erg goed en zo goed uitgedacht! Geweldig!

    3 jaar geleden
  • Luckey

    Omg!!!
    Creepy!!
    Give me Møre!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen