Foto bij Chapter 57

Nola POV
‘We gaan vandaag verlammingen en verstijvingsspreuken oefenen. We hebben hiervoor Nola gevraagd, omdat zij als wolf een pantser heeft en weerbaarder is. Als je de spreuken al goed onder de knie hebt, mag je andere spreuken oefenen, maar als Nola hierbij betrokken is, moet je eerst toestemming vragen.’ In de reflectie van de spiegel achter de leerlingen zie ik mezelf. Ik ben enorm, bijna demoon achtig. Ik draai mijn hoofd iets om te kijken of mijn spiegelbeeld meebeweegt. Ik ben het echt. ‘Het is verboden, maar dan ook echt verboden om onvergetelijke vloeken te gebruiken. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet weet hoe makkelijk je Nola omver krijgt.’ Harry gebaart naar George die een stap naar voren neemt. ‘Ja, ondanks dat zij nu de grote boze wolf lijkt, weet ik waar jullie slapen.’ Hij strijkt zacht mijn zijn hand over mijn hals. ‘Nola heeft een van de meest bijzondere gaves ter wereld.’ Een derdejaars steekt haar hand op. ‘Is het waar dat toen Omber Nola vergiftigd had weerwolven uit Rusland kwamen om haar te redden?’ Hoe weten zij dat? Hermelien antwoordt voor George de kans krijgt. ‘Um, het was nooit zeker dat het Omber was…’ Iedereen geeft haar een blik. ‘Maar… Ja, dat is waar.’ ‘Waarom?’ George kijkt mij aan om om toestemming te vragen en ik knik langzaam. Als ze dat al weten komen ze vroeg of later ook wel achter de rest. ‘Omdat een hoop weerwolven, maar ook andere wezens denken dat zij de sterkste alpha ooit kan worden. De kant die Nola aan haar zijde heeft, heeft een groot voordeel.’ De leerlingen beginnen opgewonden te praten. Een zwadderaar werkt zich door de menigte heen naar voren. ‘Dat geloof ik pas tot ik het zie.’ Ik duw George aan de kant en recht uitdagend mijn rug. Kom maar op.

Ik knik naar alle leerlingen die naar mij zwaaien en het lokaal verlaten. De eerste jaars die als eerste naar mij toe kwam, komt nu weer naar mij toe. ‘I-ik wilde zeggen dat ik het heel erg gaaf vind dat je een weerwolf bent en… en ik weet zeker dat je een geweldige alpha zal zijn. Als ik niet nog een wolf was zou ik glimlachen. Ik buig mijn hoofd dankbaar en gebaar dat hij met de groep mee moet gaan. Hij grijnst nog even trots naar Fred en George en rent dan weg met de laatste mensen. Harry komt naar ons toe. ‘Dat ging veel beter dan ik had gedacht.’ Fred stoot mij aan. ‘Ik had eerlijk gezegd wel verwacht dat we je op een bepaald punt omver zouden krijgen, maar het was alsof we een veertje tegen een bakstenen muur aangooide.’ Het was waar. Het voelde zo vreemd. Het was net alsof ik een harnas droeg wat me beschermde tegen de spreuken. ‘Ik ga maar naar de leerlingenkamer.’ Harry knikt naar mij om mij nog een keer te bedanken en Fred loopt snel met hem mee. Wanneer de grote deuren dichtvallen kijkt George naar mij. ‘Het voelt vreemd. Ik ben deze versie van jou niet gewend.’ Ik ook niet. Ik concentreer me en voel mijn botten weer vervormen naar mijn menselijke vorm. George raapt een deken in de hoek van de zaal op en slaat dat om mij heen. ‘Hoe voel je je?’ Ik glimlach. ‘Beter dan in tijden.’ Ik trek de randen van het deken wat steviger om mij heen. ‘Ik denk dat een stuk meer mensen mij nu vertrouwen.’ George knikt instemmend. ‘Je hebt zelfs een mini fanclub. Nu heeft de S.V.P. twee V.I.P’s’ Ik schud lachend mijn hoofd. ‘Stop, George anders kom ik nooit meer terug!’ Hij begint ook te lachen en slaat zijn armen om mijn middel. ‘Dat zou zonde zijn.’ Ik haal mijn schouders onschuldig op en druk mijn lippen op die van hem. Ik snap soms niet waar ik George en mijn vrienden aan verdiend heb. ‘Ik denk dat je je gewaad maar weer aan moet gaan trekken voor de Kamer van Hoge Nood een andere betekenis krijgt.’

‘Heb je het gehoord?’ De eerste jaars die blijkbaar Will Brook heet komt naar mij toe rennen. ‘Goedemorgen, Will.’ Hij knikt ongeduldig. ‘Door de storm van de afgelopen nacht is een deel van Azkaban opgeblazen en zijn volgelingen van Voldemort ontsnapt. Ik laat mijn post vallen. ‘Wat?! Hoe weet je dat?’ Hij geeft me de krant die hij vast had. En ik zie meteen de grote kop staan. Will kijkt angstig over mijn schouder mee. ‘Wij zijn veilig toch? We hebben Perkamentus en Harry en jou.’ Als Voldemort dit op afstand kon doen weet ik niet wat hij niet zou kunnen. ‘Natuurlijk, Will. Waarom ga je niet ontbijten? Bedankt voor de krant.’ Hij glimlacht en haast zich dan naar zijn vrienden. Ik doe hetzelfde en ga naast Ginny zitten. ‘Alles komt nu ineens zo veel dichterbij.’ Ginny knikt. ‘Ineens geloven veel meer mensen dat Harry de waarheid sprak en dat Perkamentus niet gek is. Ze legt haar bestek neer. ‘Hoe voel jij je, Nola? Wat als ze jou of Harry komen halen?’ Ik haal mijn schouders op. ‘Het enige wat we kunnen doen is zorgen dat we klaar zijn wanneer ze komen.’

De lessen bij de S.V.P. gaan geweldig. Het feit dat de volgelingen van Voldemort ontsnapt zijn, geeft iedereen de motivatie om nog harder te werken. Ik heb nog twee keer vrijwilligd maar doe meestal zelf de lessen mee. Eerstejaars leren dingen die je normaal pas in het derde jaar leert en zelfs ik heb nu de spreuken onder de knie waar ik moeite mee had. Ik kijk lachend naar de patronussen van Fred en George die om elkaar heen springen. ‘Het is net alsof ze verliefd zijn!’ Dan klinkt er een doffe bonk en de lampen trillen. Iedereen stopt waar hij of zij mee bezig was en kijkt vragend om zich heen. Dan klinkt er nog een bonk. Het is net… alsof iemand door de muur wil breken. Er klinkt een luidere bonk en de spiegels vuilen in stukken van de muren. Mijn ogen worden groot wanneer ik de geur van mijn minst favoriete persoon opvang. Ik richt haastig net als de tweeling mijn toverstok op de trillende muur. Plotseling is er een luide explosie en de muur vliegt in brokken uit elkaar. Even is de volledige zaal geheven in rook, maar dan zien we haar: Omber. Mijn hart zinkt in mijn schoenen samen met dat van de kinderen om mij heen.

We zijn al ruim twee uur in het nablijflokaal van Omber onder toezicht van een aantal Zwadderaars. Iedereen van de S.V.P. Omber nam Harry meteen mee en ze mompelde venijnig iets over de minister van toverkunst. Ik zit in de kleermakers zit in het raamkozijn met mijn ogen gesloten in een poging om niet de controle te verliezen wat niet makkelijk is, aangezien mijn wolf dit meerekent als een bedreigende situatie. Daar komt bij dat ik weet dat ik nu niet mijn bruine ogen heb. ‘Wood, kom uit het raamkozijn.’ Probeert een van de zwadderaars moedig. Niet dat het uit maakt, want ik negeer hem. Blijkbaar vind Malfidus het nu nodig om “de leiding” te nemen. ‘Wood, zit aan een tafel zoals een mens, ook al is dat moeilijk voor wezens zoals jij.’ Nu open ik wel mijn ogen. Malfidus doet snel een stap naar achter wanneer hij ziet dat mijn ogen opgelicht zijn. ‘Malfidus, ik ben aan het proberen te onderhandelen met mijn wolfkant en het wordt niet makkelijker als jij één van je overbodige opmerkingen maakt.’ Ik zie dat ik in tweestrijd is of hij moet antwoorden, maar hij wordt gered door Omber die binnenkomt. Ze duwt Harry voor zich uit. De blik op haar gezicht staat mij niet aan. ‘Professor Perkamentis is door de Minister van Toverkunst ontslagen en is voortvluchtig. De Minister heeft mij aangewezen als nieuw schoolhoofd. Mijn mond valt open en er klinkt geroezemoes door de groep. ‘De komende twee weken blijven jullie iedere avond na en als jullie geluk hebben komen jullie er daarmee van af.’ Nu is iedereen stil. Niemand probeert haar tegen te spreken, maar volgens mij is dat in mijn geval niet eens nodig om het erger te maken. Malfidus wilde blijkbaar toch nog even zijn bijdragen leveren. ‘Professor Omber, Wood bedreigde ons net.’ Mentaal heb ik Malfidus al om en nabij honderd keer vermoordt. ‘Volgens mij hebben jullie lessen? Wood, volg mij.’

Reacties (2)

  • DieEneSaar

    Betekend dit dat je verder gaat?

    3 jaar geleden
  • FancyFairy20

    Wauw! I love this story!!!!
    Ga please verder!!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen