Foto bij 24. Naar de IKEA

Zodra ik mijn ogen open, besluit ik dat ik genoeg stabiliteit om me heen heb om mijn woonkamer eens grondig te veranderen. Het is eens tijd voor iets nieuws. Ik spring snel onder de douche en trek een lichte jeans met een simpel shirtje aan. Tijdens het ontbijt stuur ik Casper een berichtje of hij al wakker is en iets te doen heeft vandaag. Als hij binnen een paar minuten terugstuurt dat hij inderdaad wakker is en nog geen plannen heeft, bel ik hem.
‘Heb je zin om onze relatie of wat het ook is aan een flinke test te onderwerpen?’
Casper schiet in de lach. ‘Dat ligt eraan wat je in je hoofd hebt.’
‘Ik wil mijn woonkamer opnieuw inrichten en daarvoor heb ik nieuwe spullen nodig. Dus ik wilde je eigenlijk vragen of je zin had om mee te gaan naar de IKEA.’
‘Durf je dat aan? Als we dat samen overleven, zitten we voor altijd aan elkaar vast hè?’
‘Ik zou niets liever willen,’ zeg ik zacht.
‘Dan gaan we. Ik ben over een half uur bij je.’
Ongelovig kijk ik naar de telefoon in mijn hand die aangeeft dat het gesprek is beëindigd. Snel eet ik mijn ontbijt op en ik was het bord, de beker en het bestek af. Ik heb net mijn spullen bij elkaar gepakt als de bel gaat. Gehaast gris ik de sleutelbos van tafel en ik doe mijn tas op mijn rug. Ik open de deur, terwijl ik mijn gympen stap en mompel een begroeting.
‘Doe rustig aan, ik zei niet dat we per se nu moesten vertrekken.’ Casper geniet er zichtbaar van dat ik me zo gehaast heb.
Ik zucht diep. Plotseling verstijf ik. Wat ben ik een waardeloze zus. Hoe kan het dat ik er niet eerder bij stil heb gestaan dat Mica de afgelopen nacht niet thuis is gekomen? Ik toets met trillende vingers zijn nummer in en probeer de telefoon te dwingen om sneller over te gaan.
‘Hey.’
Langzaam laat ik mijn adem ontsnappen. ‘Hoi. Is alles oké met je?’
‘Ja hoor, wat dan?’
‘Ik bedacht me ineens dat je niet thuis was gekomen vannacht.’
‘Het gaat goed. Ik wilde nog één keer hier slapen. De huur heb ik opgezegd. Als ik weer uit die kliniek ben, ga ik een frisse start maken. Zonder al die typische studenten en bijbehorende verleidingen erbij. Dat zit in de familie hè Sky? Wij zijn niet subtiel. Bij ons is het of zwart of wit. Er is geen middenweg. Waarom ben je al zo vroeg wakker?’
Het gaat goed met hem, gelukkig. ‘Je bent geweldig, broertje,’ laat ik me ontvallen. ‘Ik ga naar de IKEA. Met Casper. Ik wil mijn huis opnieuw inrichten. Nou ja, de woonkamer dan. Niet dat het zoveel groter is dan dat, maar…’
‘Ik snap je,’ onderbreekt Mica me kalm. ‘Durf je het aan om met je vriendje naar de IKEA te gaan? Je weet dat het de ultieme relatietest is hè?’
‘Nee, dat is het in elkaar zetten van een IKEA-kast.’
‘Je zou zelfs ruzie met mij krijgen als we uren in die stomme winkel waren.’
‘Ik kan niets anders dan dat bevestigen, Mica.’ Ik grinnik. ‘Ik ben blij dat het goed met je gaat. Kom je vanavond weer thuis?’
‘Ja. Dan kan ik nog twee nachten me ergens thuis voelen.’
Mijn hart breekt. ‘Blijf vechten Mica. Echt, vanaf nu gaat het zoveel beter worden.’
‘Dat hoop ik maar. Tot vanavond. En wees een beetje lief voor die jongen.’ Lachend verbreekt Mica de verbinding.

‘Deze wil ik. Dit moet niet al te ingewikkeld zijn toch?’ Ik sta voor een grote , grijsblauwe, open kast die lijkt te bestaan uit verschillende blokken. In enkele blokken zitten kastjes met een deurtje ervoor.
‘Deze kleur?’ Casper fronst.
Zonder aarzeling knik ik. ‘Er komt een turquoise muur achter namelijk.’
‘Wat voor muur?’
‘Turquoise. Van dat blauwgroene?’ Ik wacht tot er bij hem een lampje begint te branden. ‘En in het vloerkleed dat ik heb gezien komt deze kleur ook terug. Oh, en ik wil zo’n leuk bijzettafeltje. Zo’n ronde. Meerdere.’
‘Waarom ben ik eigenlijk mee?’ Casper grijnst breed.
‘Om me tegen te houden als ik teveel koop. En voor de gezelligheid.’ Ik glimlach.
‘Iets in me zegt dat je toch niet naar me gaat luisteren als ik je tegen wil houden. Bovendien weet jij zelf wat je wilt kopen. Die gezelligheid die heb ik wel meegenomen.’ Casper duwt zachtjes tegen me aan.
‘Gelukkig maar.’ Ik pak zijn hand vast.
Binnen een uur staan we bij de uitgang. ‘Ben ik heel dom als ik niet heb nagedacht over hoe ik het bij mij thuis ga krijgen?’ In mijn hoofd antwoord ik al bevestigend.
‘Ik kan mijn vader wel vragen. Hij kan zo een busje lenen bij zijn werk om het te vervoeren. Dat wil hij vast doen.’ Casper haalt zijn telefoon tevoorschijn.
‘Nee joh, dat hoeft niet. Ze bezorgen het vast ook wel.’ Ik zet een paar stappen verder naar de uitgang.
‘Sky, mijn vader doet dat graag. Bovendien zou ik het leuk vinden jou aan hem voor te stellen. Geen paniek.’
Aarzelend stem ik in, terwijl de zenuwen door mijn lichaam gieren.

Halverwege de middag stopt er een wit busje voor mijn huis. Casper en een grote man stappen uit en ik haast me naar de voordeur. Zo zelfverzekerd mogelijk stap ik op de man af en ik steek mijn hand uit.
‘Hallo meneer, ik ben Sky.’
‘Zeg maar Cees hoor. Dag Sky, leuk je te ontmoeten. Mijn zoon heeft al veel over je verteld.’ De man heeft een fijne handdruk, stevig maar niet strak.
‘Positieve dingen hoop ik?’ Ik glimlach zwak.
De man lacht hard. ‘Natuurlijk, natuurlijk. Alleen maar goeds, jongedame.’
‘Gelukkig. Bedankt dat u mijn nieuwe spullen op wilde halen.’
‘Jij.’ Hij knikt vriendelijk naar me. ‘Waar mag het heen? Dan tillen Casper en ik het even naar binnen.’
Ik ga de beide mannen voor en niet veel later staan alle spullen in mijn woonkamer en zitten Casper en zijn vader aan mijn keukentafel. Stiekem steekt het als ik zie hoe vriendschappelijk ze met elkaar omgaan en hoe hun band overduidelijk hecht en warm is.
‘Nou, dan ga ik maar weer. Bedankt voor de koffie, Sky en geniet van je mooie spulletjes. Je weet wat ze zeggen hè? Als je relatie het in elkaar zetten van een IKEA-kast overleeft, dan zit je goed.’
‘Dat moet wel lukken. Nogmaals bedankt, Cees. Weet je zeker dat je er niets voor wilt hebben?’ vraag ik voor de vierde keer.
De man schudt zijn hoofd. ‘Graag gedaan. Kom je dit weekend weer eens langs, jongen?’ Hij tikt Casper tegen zijn achterhoofd.
Casper knikt. ‘Dank je pa.’
‘Leuk je te leren kennen, Sky.’ Hij loopt naar buiten en als hij wegrijdt in de bus, steekt hij zijn hand op.
‘Wat heb je een leuke vader.’ Ik glimlach.
‘Dank je.’ Casper komt overeind en tilt me overeind van mijn stoel. Hij duwt me tegen de tafel en kust me liefdevol.
‘Ook goedemiddag.’
Ik schrik en maak me los van Casper.
Mica staat grijnzend in de deuropening. ‘Nog twee dagen, dan ben je van me af. Maar tot die tijd zal ik je blijven plagen als je je vriendje op staat te vreten.’
‘Mica!’ Ik pak een lege koekjesverpakking van tafel en gooi die naar hem toe.
‘Casper, voed dat vriendinnetje van je eens op.’ Mica vangt de verpakking.
‘Volgens mij redt ze zichzelf wel.’ Casper grijnst.
Eindelijk heb ik het vertrouwen weer dat ik het inderdaad wel red.

Reacties (2)

  • tubbietoost

    Je weet wat ze zeggen hè? Als je relatie het in elkaar zetten van een IKEA-kast overleeft, dan zit je goed.’


    Dit is geniaal en helemaal de waarheid =')

    3 jaar geleden
  • Long

    Aaaaah dit maakt me zo blij. <3

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen