Foto bij H.38.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik ga nu ook liggen, naast haar, starend naar de hemel, en eventjes later doet Evan het ook.
'Vind je de kleur van de lucht niet prachtig?' zegt Ammay dan, met een stem vol bewondering.
'Ik vind het vooral grijs.' reageer ik.
Ze kijkt me niet aan wanneer ze haar hoofd schudt.
'Dat bedoel ik niet. Nu is het grijs, maar ik heb het over de kleur die de licht kan hebben, achter de wolken misschien wel heeft. Dat jet bij zonsopgang van bijna zwart naar donkerblauw en naar roze overloopt, om dan zo lichtblauw te worden dat het bijna wit is. En hoe de zonsondergang toch klopt, van blauw naar oranje en rood, wat totaal miet op elkaar lijkt. En toch klopt het.'
Vind je de kleuren van de lucht niet prachtig?

Het regent.
De druppels zijn klein, maar het zwaar genoeg om zich iets van de zwaartekrachtvaan te moeten trekken.
Het is niet het soort regen met de dikke druppels die op je huid vallen, koud en nat, maar meer alsof je door een naar beneden vallende mist loopt.
Je wordt nat, maar zonder dat je het doorhebt, heel geleidelijk en onopvallend.
Misschien is dat op zijn eigen manier wel het mooiste wat er bestaat.
Het is de enige regen waar ik geen hekel aan heb.
De hoofdpijn bonkt en schreeuwt en klauwt en maakt me duizelig, maar mijn benen zijn lusteloos, mijn lichaam roept om verzadiging.
Dus door de regen, van waar ik mijn motor geparkeerd heb om geen aandacht te trekken naar het steegje bij de supermarkt waar ik James Grint moet ontmoeten, ren ik.
Het water en de wind verfrist mij, geeft mij het gevoel dat al mijn fouten en problemen wegspoelen, vervagen en het is bijna onrechtvaardig dat het dat niet doet.
Ik kom aan bij de ontmoetingsplaats, in mijn versleten spijkerbroek, mijn zwarte capuchontrui en afgeragde gympen.
Vermoeid van het rennen leun ik met mijn rug en achterhoofd tegen een muur, zwaar ademend, met op en neer deinende adem.
Evan heb ik verteld dat hij bij Ammay moet blijven, wat er ook gebeurd, heb ik hem gesmeekt.
Eigenlijk is het niet eerlijk dat ik zoveel van hem vraag.
'Je had niet hoeven rennen', zegt een stem die ik pas kort ken, maar gelijk identificeer,' Dat trekt onnodige aandacht.'
James Grint.
'Sorry, maar ik... ik moest.' zeg ik, niet wetend of er woorden bestaan om het te beschrijven.
Hij maakt een ontevreden gromgeluid, maar meer gewoon om te zeuren dan omdat ik hem nou zo diep teleurgesteld heb.
'Je bent niet eens te laat.' zegt hij.
'Het was niet dat soort moeten.' reageer ik met verfijnde, maar scherpe stem.
'Oh', zijn stem lijkt begripvoller te worden, maar nog altijd hard,' ik snap wat je bedoelt.'
Ik knik afwezig en kijk hem kort aan, onze blikken kruizen.
Zijn ogen zijn bruin en ik heb een hele hoop mensen met bruine ogen gezien, waaronder die van Ammay en mijn moeder, maar die van Janes Grint zijn anders.
In mijn hoofd en belevenis, is het altijd een warme kleur bruin, hoe donker ook, maar die van James Grint lijken koud, hard, misschien is het zo geworden toen hij iets meemaakte, misschien is hij ermee geboren.
We gaan naar de auto, zwart en glimmend en vol criminelen.
De rest van de groep zit in de auto.
Kenny rijdt, naast hem in de passagiersstoel zit Mitch.
Het onafscheidelijke duo.
De achterbank heeft drie plaatsen, waarvan diegene achter de passagiersstoel door de haast bodybuilder Max bezet is.
Achterin het busje, waar geen stoel zit, maar wel genoeg ruimte is, zit Philip in de schaduw.
Maar-twee-jaar-ouder-dan-ik-Phil.
Heeft-een-vaag-maar-verschrikkelijk-verleden-Phill.
Stille-Phil.
Ik ga in de middelste stoel zitten en naast mij, bij het raam, neemt Janes Grint aan.
Hij begint dingen te vertellen en ik luister, maar kijk hem niet aan.
'Eerst gaan we even iets drinken, dan ga ik kijken hoe goed jij jan schieten en daarna - om half twaalf - hebben we een afspraak. Twee. Een om te kopen, bij die meidengroep waar jij gisteren een aanvaring mee had en een om te verkopen met de gang van een of andere Geoff LeNoir. Jij gaat met mij en Phill mee naar LeNoir en de rest naar inkoopdeal. Oké?'
Ik knik, hoop dat ik de hoofdpijn weg kan laten sijpelen.
'Begrepen.'
De motor ronkt, kleine steentjes spatten weg of vallen ten slachtoffer aan de wielen van de auto en ik kan maar één heldere gedachte vormen wanneer ik tussen deze drugsdealers zit, die misschien ook wel moordenaar zijn: Wat heb ik in godsnaam misdaan om hier terecht te komen?

Reacties (3)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • BethGoes

    Waarom vraagt ze Evan niet gewoon om geld? Hij wilt haar helpen!!

    3 jaar geleden
  • Luckey

    ze moeten stoppen en wel nu
    het gaat helemaal niet goed met der!!!!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen