Foto bij 017 • Een schokkende openbaring


Harry Potter p.o.v.

      'Hagrid! Ben je gewond?' Harry kroop uit de zijspan van de druipende motorfiets. Zijn natte haar plakte aan zijn gezicht. Adrenaline raasde nog door zijn aderen en hij had het gevoel alsof zijn hart nooit meer langzamer zou kloppen. Harry keek zijn grote vriend aan, die zijn motorbril van zijn gezicht smeet. 'Ik ben oké, Harry. 'T spijt me van de noodlanding.'
      'Nee, geen probleem.' Hij gaf de grote man een arm en hielp hem uit van de zitting, waardoor Harry's schoen diep in de drassige grond wegzakte. Hij keek achterom naar de Burrow en zag de lampjes brandden in de keuken. Hij vroeg zich af wie er al binnen waren. Samen met Hagrid liep hij richting de voordeur, waar Mevrouw Weasley en Ginny naar buiten kwamen hollen. Harry's hart maakte een kort sprongetje toen hij Ginny zag, maar toen hij de bezorgde blik op haar gezicht zag, drukte hij het gevoel meteen aan de kant.
      'Wat is er gebeurd? Waar zijn de anderen?' vroeg Mevrouw Weasley en Harry keek haar beduusd aan. 'Is er nog niemand terug?'
      'Ze hadden ons opgewacht, Molly, we hadden geen schijn van kans,' jammerde Hagrid.
      Harry keek haar aan. Hij voelde zich schuldig dat hij niet wist wat er met haar zoons en man was gebeurd. Hij hoopte maar dat ze het hem niet kwalijk nam.
      'Godzijdank ben zijn jullie ieder geval veilig,' zei ze en omhelsde Harry stevig, al vond Harry dat hij dat niet verdient had. De rest was daar nog. Misschien leefden ze niet eens meer en hij had niets gedaan om ze te helpen. Hij dacht aan Hedwig, zijn lieve uil. Hij had niet gezien welke Dooddoener daarachter zat, maar hij was furieus, zelfs al was het schot waarschijnlijk voor hem bedoeld geweest.
      'Ma! Kijk!' Er gloeide een blauw licht op achter hen in het hoge gras en er klonk geroep. Niet veel later strompelde Remus het erf op, George voortslepend. Donkerrood bloed droop over de linkerhelft van zijn gezicht.
      Harry rende naar hen toe en ondersteunde George zo goed als hij kon. De jongen zag lijkbleek en kon zijn ogen bijna niet openhouden. Zijn voeten sleepten hij half over de grond mee, terwijl Harry en Remus hem het huis indroegen en hem voorzichtig op de bank legde.
      'Oh, mijn jongen,' zuchtte Mevrouw Weasley bezorgd. Ze knielde naast de bank en nam het gezicht van haar zoon in haar handen.
      Met een ruk werd Harry door Lupin aan zijn kraag tegen de muur gesmeten en Harry klapte pijnlijk met zijn hoofd tegen het ruwe steen. Hij hoorde Hagrid Lupins naam roepen, maar voor hij het wist had de professor zijn staf naar zijn gezicht gericht. 'Wat voor wezen zat er in de hoek, de allereerste keer dat Harry Potter op mijn kamer in Hogwarts kwam?' vroeg hij en schudde Harry door elkaar. 'Geef antwoord!'
      'Een Wierling!' riep Harry en de professor liet hem los. 'Het spijt me, Harry. We zijn verraden. Ik moest zeker weten dat je geen bedrieger was.'
      Een kabaal van buiten trok hun aandacht en Harry rende achter Lupin en Hagrid aan, waar Kingsley en Hermoine het erf op liepen, gevolgd door Fleur en Bill op de Thestral en Tonks samen met Ron. Harry rende naar zijn vrienden toe en omhelsde ze stevig. 'Godzijdank dat jullie in orde zijn.'
      'Mij slaan ze niet zomaar van mijn bezem,' lachte Ron.
      'Zijn we de laatste?' vroeg Meneer Weasley, die samen met Fred de rest voor het huis vergezelden. 'Waar is George?'
      Er viel een stilte en toen Fred zijn antwoord niet direct kreeg, rende hij het huis in. Meneer Weasley keek Lupin verbaasd aan, maar de man zei niks. Hij volgde zijn zoon naar binnen, waar ze George met gesloten ogen aantroffen op de bank. Mevrouw Weasley had het bloeden ondertussen gestelpt en in het licht van de lampen zag Harry een schoon maar gapend gat op de plek waar George zijn oor had gezeten. 'Hoe is het met hem?' vroeg hij schor.
      Fred knielde neer naast de bank. 'Hoe voel je je Georgie?'
      De jongen opende zijn ogen en lachte naar zijn broer. 'Ik ben op één oor na gevild. Op één oor na, Fred, snap je hem?'
      Mevrouw Weasley snikte, maar Freds gezicht kreeg weer kleur en toen hij glimlachte, gebeurde hetzelfde bij zijn broer. 'Zielig. Je hebt de hele wijde wereld aan oorgrappen voor je openliggen en jij neemt genoegen met op één oor na gevild?'
      George haalde zijn schouders op. 'Ach, zie het zo, Ma. Je kan ons nu in ieder geval uit elkaar houden.'
      Harry glimlachte. Wat was hij dankbaar voor de tweeling, die in de duisternis altijd een kaarsje durfden aan te steken.
      'Het was het werk van Snape,' zei Lupin nijdig. 'Zijn kap waaide af voordat hij wegvloog. Sectumsempra was altijd een van zijn favoriete spreuken geweest.'
      'Snape?' vroeg George verbaasd en ging voorzichtig overeind zitten. Mevrouw Weasley probeerde hem tegen te houden, maar George duwde haar arm zachtjes weg. 'Het was Snape niet,' zei hij.
      'Ik weet het zeker, George. Ik zag je vallen en ik zag Snape wegvliegen.' Lupin keek hem meelevend aan, waarschijnlijk gelovend dat de jongen zich in de ophef heeft vergist, maar Harry voelde de spanning in de kamer opbouwen. Het beviel hem niet. Zijn onderbuik roerde akelig, alsof hij nieuws verwachte die hij niet wenste te horen.
      'Nee, nee, ik weet het zeker,' ging George vastberaden verder.' Ik weet wie ik zag en ik kan het zelf amper geloven, maar het was niet Snape die mijn oor nam.'
      'Wie was het wel?' vroeg Harry toen en George keek hem aan. Hoewel de shock en verbazing nog op zijn gezicht te lezen waren, blonken er nu voorzichtige tranen in zijn ogen. 'Het was Eleanor.'



Reacties (9)

  • GossipGirl21

    mooi

    1 jaar geleden
  • Chantilly

    Oh nee.. Ik ben zo benieuwd!

    2 jaar geleden
  • Altaria

    Poor Ella, please dont hate her

    2 jaar geleden
  • DieEneSaar

    Nu gaan ze haar haten:(, laat haar alsjeblieft terug naar de goede kant keren

    2 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Aawhh, ga haar nu niet haten D:

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here