Laatste hoofdstuk 😭

(Daarna een epiloog en het dankwoord en dan is het klaar, rip. Ik ga het echt heel erg missen, maar mijn nieuwe verhaal wordt 10x beter dan deze!)

Keyon

Ik was verveeld en hongerig. Het was vier dagen sinds ik Luna voor het laatst gezien had en ik mocht van geluk spreken dat ze eten en drinken op mijn schoot had gezet om min of meer mee te overleven. Toen ik kleiner was had iemand me een keer verteld dat een mens gek werd als hij te lang alleen zou zijn, en nu pas kon ik dat werkelijk geloven. Mijn verveelde blik gleed naar de krant die Luna open had laten liggen. Het was het stukje over Yamada. Ik draaide mijn hoofd zo ver weg als ik kon. Ik durfde het niet te lezen, ik wou het niet nog op papier bevestigd te hoeven zien. Zou Yusaku al opgepakt zijn? In de gevangenis zitten? Was daar genoeg bewijs voor dan, om hem de gevangenis in te sturen? Opeens voelde ik hoop. Wat nou als iemand een shirt van Yusaku had gestolen en die had aangetrokken toen hij Yamada vermoorde om Yusaku er in te luizen? Maar dan toch... Wie wou Yamada nou zo graag dood buiten Yusaku? Na twee uur kon ik het niet meer aan en wierp een blik op het korte artikel. Langzaam viel mijn mond open, em tranen begonnen over mijn wangen te lopen. Yusaku.... Yusaku was onschuldig! Mijn borstkas deed pijn van opluchting, maar ook van schaamte. Ik had werkelijk geloofd wat Luna zomaar tegen me had gezegd... Ik had geloofd dat Yusaku een moordenaar was... Maar... waarom had Luna tegen mij gelogen? Wou ze dat ik niet meer terug naar de realiteit wou, dat ik Yusaku niet meer zou missen? Mijn instinct, mijn instinct die altijd diep van binnen tegen me had gezegd dat Yusaku onschuldig was, had gelijk gehad. Een kokende woede voor Luna borrelde in me op. Ze had mijn leven zowat uit elkaar laten vallen door die leugen, en ik was er pas na een week per ongeluk achter gekomen. ‘Hallo liefje.’ Ik hield mijn adem dicht en sloot mijn ogen. Ik kon Luna niet aankijken, zo furieus was ik. ‘Slaap je?’ Ik haalde diep adem en opende mijn ogen. Trillingen stuurden hun weg door mijn lichaam, mijn handpalmen begonnen te zweten. ‘Zo zo, jij kijkt niet blij.’, lachte ze. ‘Je hebt tegen me gelogen.’, knarsetandde ik. ‘Ach, zo haat het nou eenmaal soms.’ Ze kwam iets dichterbij. ‘Het leven is oneerlijk, je zorgt maar dat je er mee om gaat.’ ‘Je loet me geloven dat de belangrijkste man in mijn leven een moordenaar was!’ ‘Ach Keyon, liefdes komen en gaan. Hij is echt niet zo speciaal als je denkt hoor, er komen genoeg andere mensen in je leven waar je van kunt houden. Of nou ja, dat zou zo zijn als jij het hier niet allemaal naartoe had laten leiden.’ Ze klapte in haar handen en lachte hard bij het zien van mijn blik die op onweer stond. Ik kon elk moment weer gaan huilen. ‘Ik zit gewoon een beetje met je te dollen, liefje, neem het nou allemaal niet zo serieus.’ Ik kon de wolf in mij bijna hóren grommen, de agressie door mijn lijf voelen gieren en ik had plotseling de neiging om Luna te bijten, haar gezicht open te krabben en schedel open te kraken met mijn kaken. Maar ik was geen wolf, de wolf in mij werd gevangengenomen en bedrukt. Zonder hem kon ik niks, zonder hem was ik een zwakke, zielige en ondervoede zestienjarige die een lafaard was.
De volgende avond was een verschrikkelijk lange. De wolf in mij wou ope breken, me aan stukken scheuren zodat hij naar buiten zou kunnen en Luna in scherven kon breken. Elke keer dat ze haar mes in mijn arm vol schrammen zette, als ze me weer eens vertelde hoe het mijn schuld was en ik me daar voor schaamde, hij wou haar zien breken voor zijn ogen en haar kapot maken. ‘Mondje open.’ Ik was zo zwak, van de inwendige strijd met mijn Wolf, van het voedseltekort en alle pijn. De warme tranen kleefden in mijn ooghoeken en ik had me nog nooit zo machteloos en verslagen gevoeld. Dus opende ik gehoorzaam mijn mond en slok door wat ze me ook gaf. Het smaakte en voelde als water, maar al gauw begon het in te werken. ‘Actie.’, hoorde ik Luna fluisteren, die waarschijnlijk aan het filmen was. Mijn blinddoek zat scheef en was doorweekt met bloed, zweet en tranen. En toen was het alsof ik een klap op mijn kop had gekregen met een gigantische schep, of alsof er een bowlingbal op was gevallen. Even dacht ik dat ik knock-out zou gaan, maar ik wist bij te blijven. De hoofdpijn werd erger, alsof iemand de bowlingbal dóór mijn hoofd probeerde te duwen. Er begonnen stemmen op te doen in het niets, fluisterend in een taal die ik niet begreep en ik werd misselijk van angst en pijn. Naast de hoofdpijn drong er duizeligheid door mijn hoofd heen. Ik had niet door hoe wild ik met mijn hoofd had lopen zwaaien, gedesoriënteerd en bang. Luna vond het vast prachtig.

‘Het is tijd.’ Ik gilde van angst bij het horen van haar stem. Ik wist niet meer hoe lang ik vast zat. Ik wist niet meer wat de naam van mijn ontvoerder was, noch die van wie dan ook. Het was alsof alles wat ik had meegemaakt in een ander leven was geweest. Ik had toch een vriend gehad? Leefde die nog? Was die niet gestorven aan een hartaanval? Nee, dat was mijn broer geweest die dood was, toch? Had ik wel een broer gehad? De touwen om me heen sneden in mijn brost, aangezien ik al voor weken slap in de touwen ging, levenloos. De martelingen waren erger geworden. Het snijdende gevoel van machteloosheid en angst waren de enige emoties waarvan ik e kon herinneren dat ik ze ooit gevoeld had. Mijn schuld.. Dit was mijn schuld... Het was allemaal mijn eigen schuld dat ik hier was, ik wist de reden niet eens meer. ‘Ach sta op, kleuter.’ De touwen werden los en ik viel naar voren als een lappen pop. De pijn in mijn gezicht die tegen de harde grond viel, voelde ik niet eens. ‘Sta op, zei ik.’ Ik werd omhoog getrokken en probeerde rechtop de blijven staan. Mijn achterste en benen deden verschrikkelijk veel zeer, aangezien ik zo lang als ik me kom herinneren op een harde, houden stoel had gezeten. De duisternis ging weg en ik knipperde ik het schemerlicht. ‘Luna..’ Mijn stem was niets meer dan een fluister. Luna, dat was haar naam. ‘Het is oké Keyon, je bent oké.’, suste ze, en ze haalde het stuk stof uit mijn mond. Haar gezichtsuitdrukking was warm. ‘Ik zal je bevrijden, je zult weer gelukkig zijn en alles komt goed.’ Haar stem was warm en zacht, ze meende het. ‘Kom hier.’ Ze sloeg haar armen om mijn middel en omhelsde me. Ik knuffelde stevig terug. ‘Voordat ik je zal zegenen, wil ik je iets geven waar je je beter door zult voelen. Ze haalde een plastic boterhamzakje uit baar jaszak en overhandigde die aan mij. Mijn zwakke lichaam en verwarde geest duurde het even om het zakje te openen. Ik pakte een aantal pillen op die er in zaten. Luna bracht haar hand naar haar mond, voordoend wat ik moest doen. Ik gehoorzaamde en stopte een hele hand pillen in mijn mond, en slikte ze door. Niet wetend wat het met me zou doen, bracht ik nog een handvol pillen omhoog en slikte ze door. Hoeveel zou ik er al op hebben? Een stuk of dertig? Niet genoeg, zei een stemmetje in mijn hoofd. ‘Toe maar.’, drong de meisjesstem aan. Als een klein kind deed ik wat ze zei en stopte nog een stuk of tien pillen naar binnen. Mijn hoofd begon te tollen, maar ik at het hele zakje leeg. ‘Brave jongen, nu meelopen.’ Ze pakte mijn arm en na tien minuten was ik eindelijk de ladder op gekomen. Het hele huis waar ik in terecht was gekomen was duister en schemerig, kon mijn wazige blik nog net zien. En toen ging de deur open, en werd ik ruw naar buiten geduwd. Meteen sloot ik mijn ogen tegen het zonlicht dat brandde in mijn gezicht. Het was bewolkt, ondanks dat mijn blik zo wazig en door de war was dat ik het niet kon zien. De kou sneed door mijn lichaam en leek me nog zwakker te maken. Terwijl ik liep, leek alles door een soort wazige filter te gebeuren, alsof ik in een grote, pijnlijke bubbel zat. En het was stil, té stil. Ik kon mezelf niet meer overeind houden, ik... BAM! In een steegje, viel ik met een klap op de grond. Mijn lichaam leek niet meer te functioneren en het was alsof het licht uit werd gedaan. De kou werd te heftig, het deed zo’n pijn en alles leek net niet waar het hoorde. In mijn hoofd begon ik angstig te gillen en te schoppen terwijl een paar handen mijn bevroren lichaam aanraakten. Elke aanraking deed pijn door de kou, en mijn hoofd tolde en draaide en deed verschrikkelijk zeer. ‘Kun je me horen?’ Ik kreunde van de pijn die door mijn hoofd heen ging toen iemand luid sprak. Angstig probeerde ik me weg te trekken, mijn ogen te openen. Maar het werkte niet, mijn hele lichaam disfunctioneerde en ik kon alleen bange, snikkende en kreunende geluiden maken. En toen was het over. Poppetje gezien, kastje weer dicht. Licht uit, geest weg.

Reacties (1)

  • DeNaamIsGideon

    Dat was niet aardig.
    Ik heb letterlijk overgegeven nadat ik dit las.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen