Foto bij OO7 • Chaos

Ethan Carson

We zijn klaar om te vertrekken. Rose heeft net haar rugzak dichtgeritst en ik heb het mijne, die ik in een aparte kamer op het bureau heb gevonden, ook dichtgeritst. Ik wil het niet toegeven, maar met de extra wapens die we nu bij ons hebben, voelt het een stuk veiliger aan om naar buiten te gaan.
Het was natuurlijk leuk geweest als we kogelvrijevesten hadden gevonden of iets anders waarmee we ons konden beschermen, maar voor nu zouden we het met dit moeten doen. Zo lang we niemand onder de voet lopen, denk ik trouwens niet dat we kogelvrijvesten nodig gaan hebben, maar zeg nooit nooit.
Ik gooi mijn rugzak naast die van Rose in de auto en ga dan zitten, klaar zijnde om te vertrekken. Ik wil mijn autosleutels in het contactslot rammen als ik merk dat Rose zich over de stoelen gebogen heeft zodat ze haar rugzak netjes kan leggen op de achterbank. Ze is ver naar mijn richting geleund en als ze zich terugtrekt, botst haar hoofd zowat bijna tegen mijn oor aan.
Alsof Rose in de gaten heeft dat ze te ver naar mij geleund is, draait ze net op dat moment haar hoofd naar mij toe waardoor onze gezichten slechts enkele millimeters van elkaar verwijderd zijn. Onze neuzen raken elkaar bijna aan, maar daar ben ik niet mee bezig. Het is niet dat ik me ongemakkelijk voel of iets in die richting – ik voel me over het algemeen niet erg snel ongemakkelijk over iets – maar het is meer dat ik bezig ben met de blik in haar ogen.
Ze kijkt me aan als een dier die naar een aanstormende vrachtwagen kijkt. Haar ogen zijn groot opgezet en ze lijkt zowat verstijfd te zijn. Paniek is in haar ogen te lezen en ik merk dat ik heel stil blijf zitten.
Terwijl we elkaar zo aankijken, merk ik pas hoe lichtblauw haar ogen wel niet zijn. Als de zon op haar ogen zou schijnen, zou het net de zee zijn die schittert dankzij de zon dat erop schijnt. Zo blauw zijn ze.
Rose trekt zich terug op hetzelfde moment dat ik verward om mijn eigen gedachten met mijn hoofd schud. De blik van paniek is verdwenen en in plaats daarvan zijn er blosjes op haar wangen verschenen. Hoewel ik vrij zeker ben dat ik het zelf ook warm heb gekregen door mijn eigen stomme gedachten, rol ik een keertje met mijn ogen naar haar en start dan de auto.
“Je keek me aan alsof ik je elk moment ging neersteken,” probeer ik grappend te zeggen, maar het komt niet half zo grappend over als dat ik bedoelde.
Ik zie dat Rose haar schouders ophaalt en dat ze haar hoofd van me weggedraaid heeft, waarschijnlijk om te voorkomen dat ik de emotie in haar ogen kan zien. Of misschien omdat ze weer moet huilen en vindt dat ik daar genoeg van heb gezien voor vandaag. En ja, misschien vind ik dat ook wel zo.
Ik herinner me weer het lelijke litteken op haar schouder en vraag me dan oprecht af wat ze voor me verbergt. Of wat ze niet wil zeggen, want ze verbergt het niet echt omdat ik er nooit naar gevraagd heb. Er is een verschil.
Rose draait eindelijk haar hoofd weer terug naar me toe en ik probeer er zo nonchalant mogelijk uit te zien door mijn arm tegen het raampje naast me te laten steunen en mijn hand losjes op het stuur te laten rusten, maar al mijn aandacht is op haar gericht.
Ze lijkt te twijfelen en ik zie vanuit mijn ooghoeken dat ze haar mond opent, maar hem daarna weer terug sluit. Hm. Zo komen we natuurlijk nergens. Moet ik haar een duwtje in de rug geven door iets stoms te zeggen zoals dat ze altijd tegen me kan praten als ze daar nood aan heeft? Want om eerlijk te zijn, wil ik dat soort persoon niet zijn, noch het soort persoon dat haar huilbuien opvangt. No thank you.
“Het is gewoon…”
Ik steek snel mijn hand op.
“Je hoeft het niet te vertellen, hoor,” zeg ik nonchalant. “Ik zat toch niet op een huilbui te wachten.”
Het is misschien gemeen van me om zoiets te zeggen, maar het helpt wel, want ze sluit direct haar mond weer en kijkt snel van me weg. Misschien is dat ook maar beter zo. Sure, ik ben benieuwd naar haar verleden, maar het is vandaag al emotioneel genoeg geweest voor haar en ik heb geen zin in een ongemakkelijk gevoel omdat ze begint te huilen door een stomme, nieuwsgierige vraag langs mijn kant.
“Hoe kwam je trouwens op het idee om naar dat kamp in de bergen te gaan?” vraagt ze. “Ik bedoel niet nu, maar de eerste keer. Wist je dat die plek daar was?”
Oh oh. Nu wordt de aandacht weer naar mij geleid en jammer genoeg voor mij ook niet naar zo’n leuk onderwerp. Ik wil het liever niet hebben over hoe ik op die plek ben gekomen, want dan moet ik toegeven dat ik heb vertrouwd op andere mensen en dat die mensen weten dat ik daar verblijf. En dan zal ze misschien niet meer willen gaan.
Weet je, ik kan haar natuurlijk ook gewoon achterlaten, maar er is iets in me dat dat niet wil. Niet alleen omdat ik geloof dat ze zal sterven als ik haar achter zou laten, maar ook omdat… omdat… ik weet het niet, oké? Het voelt gewoon niet goed om haar alleen achter te laten. Ik word moe van mijn eigen gedachten.
“Ik ben er wel eens gepasseerd,” zeg ik schouderophalend.
“Maar hoe ben je zomaar op het idee gekomen om juist daar te gaan? Het lijkt me niet de meest voor de hand liggende route,” gaat ze verder.
“Als je probeert te overleven, vind je wel manieren,” zeg ik vaag.
“En je bent daar echt helemaal alleen op gekomen of heb je…”
“Ik weet niet waar je naartoe wilt gaan, Rose, maar dit begint op mijn zenuwen te werken. Ik heb je al verteld wat ik weet en dat is de waarheid. Als je niet mee wilt gaan naar dat kamp, dan moet je het maar zeggen en dan laat ik je hier alleen achter. Ik heb je al gezegd hoe ik achter dat kamp ben gekomen en ik ga mezelf niet constant herhalen. Laat me gewoon met rust, oké?”
Het was niet echt de bedoeling om zo hard voor haar te zijn, maar ik word gewoon zo geïrriteerd door die constante vragen van haar. Als ik naar opzij kijk, zie ik dat ze haar hoofd weggedraaid heeft en dat ze op haar onderlip bijt. Ik probeer net te doen alsof ik het niet zie, maar vanbinnen voel ik een knagend gevoel.
Een knagend gevoel dat me niet alleen zegt dat ik een eikel ben geweest, maar ook dat ik om bepaalde praktische redenen niet tegen haar had moeten liegen. Ik onderdruk het gevoel zo goed mogelijk en probeer me op de weg te concentreren.
De sfeer is voor de rest van de rit uiteraard bedorven.

Reacties (1)

  • AmeranthaGaia

    Ze moeten duct tape om hun armen doen. Daar kunnen de zombies niet door heen bijten.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen