||Rosemary Tyler Ahotley

'Thorn!' hoor ik iemand roepen als ik naar mijn kluisje wil lopen. Een stevige hand wikkelt zich om mijn arm en een paar slapeloze ogen ontmoeten de mijne.
      'Heb je wel geslapen, Paul?' vraag ik enigszins bezorgd. Ik wil niet weten wat Paul uitgespookt heeft, maar het zullen vast geen meiden zijn aangezien hij er chagrijnig en erg moe uitziet.
      'Jaja, je moet na school met me meekomen,' spreekt de jongen gehaast.
      'Wacht even,' antwoord ik met een zachte stem. Ik wurm mijn arm uit zijn grip en steek ondertussen mijn sleutel in mijn kluisje. Nadat ik vlug een paar boeken gewisseld heb, draai ik me weer naar Paul, die ongeduldig op me staat te wachten. Ik trek vragend mijn wenkbrauwen op en sla mijn armen over elkaar. 'Waarom moet ik meekomen?'
      'Ik moet je wat vertellen, maar het kan niet op school,' zegt Paul dringend.
      Het moment dat hij stopt met praten, gaat de bel en buigt hij zich voorover om me een kus op mijn kruin te geven. 'Het is echt dringend,' is het enige wat hij zegt voordat hij in de menigte opgaat.
      Ik frons en sla mijn rugzak over mijn schouder. Ik vraag me af waar dat overging, want volgens mij heb ik Paul nog nooit zo aarzelend en dringend tegelijk gezien. Ach, ik zal er vanmiddag wel achter komen.
      Ik wil me net aan de stroom van mensen toevoegen, als er opeens iemand tegen me aanbotst en al mijn boeken uit mijn handen duwt. 'Verdomme,' mompel ik onder mijn adem. Ik kniel neer om mijn boeken op te rapen, maar dan knal ik ook nog eens vol met mijn hoofd tegen het voorhoofd van de persoon die me omver duwde.
      Dankzij de hersenschudding komt de klap overweldigend aan en met beide handen grijp ik naar mijn hoofd, zachtjes kramend.
      'Wat denk je dat je aan het doen bent?' hoor ik ineens de felle stem van Embry. Twee handen pakken me voorzichtig bij mijn bovenarmen en trekken me in een warme omhelzing. Embry klemt zijn arm stevig om mijn schouder en met een onwillige glimlach kijk ik naar zijn gezicht. Hij kijkt razend naar de jongen voor mij en ik wend mijn blik naar de jongen. Hij heeft krullende, blonde haren en donkerbruine ogen, die me oprecht spijtig aan lijken te kijken.
      'Als ik jou was, zou ik echt heel snel je excuses aanbieden want anders eindigt die kop van je in de eerste, beste prullenbak,' dreigt Embry oververhit. Ik voel zijn lichaam trillen en ik frons, Paul doet dat ook soms.
      'Hé, chill, oké?' Ik leg mijn hand kalmerend, maar dwingend op Embry's borstkas en het trillen neemt af. Zijn ogen blikken kort in de mijne en de woede lijkt in minder dan een fractie van een seconde verdwenen te zijn. Mijn mondhoeken kruipen omhoog, dat effect heb ik op hem.
      'Uhm, het spijt me,' biedt de nieuwe jongen kuchend zijn excuses aan. 'Ik ben Nathan en ik ben nieuw. Ik dacht dat dit een gang met lokalen was, het spijt me.' Met een hartverwarmende glimlach steekt hij mijn boeken uit en met een matchende glimlach pak ik de boeken aan. Het is dat ik Embry ontmoet heb, anders zou ik Nathan zeker als een van de knapste jongens ooit omschreven hebben.
      'Ik ben trouwens-'
      'Wij moeten naar een les. Volgende keer uit je doppen kijken, Nat-nog-wat,' kapt Embry me vol af. Hij sleurt me gewoon weg van Nathan en ik weet honderd procent zeker dat hij expres zijn naam verkeerd uitsprak.
      Ik wurm me uit Embry's warme omhelzing en kijk hem met een opgetrokken wenkbrauw aan. 'Bezitterig?'
      'Nee,' antwoordt Embry humeurig.
      'Nee,' imiteer ik hem met een grote grijns op mijn gezicht. Oh, hoe vervelend een persoon kan zijn.
      Embry werpt me een doodse blik toe en mijn grijns wordt nog groter.
      'Iemand is een ongestelde kut,' grijns ik. 'En een hint: ik ben het niet.'
      'Ha-ha, ik duw je zo in een prullenbak,' grijnst Embry quasi-zoet.
      Ik rol met mijn ogen. 'Tuurlijk, meneertje Bluf,' kaats ik terug.
      En dat had ik beter niet kunnen zeggen. Zo sta je met beide benen op de grond en zo hang je met je haar boven een prullenbak. En om te zeggen dat ik hysterisch begin te gillen is een understatement.
      'Niet mijn haar, ik heb dat gisteren gewassen!' schreeuw ik uit terwijl ik me aan Embry probeer vast te klampen.
      'Niet mijn haar, ik heb dat gisteren gewassen,' imiteert Embry me met een veelte hoge meidenstem, net zoals ik zonet bij hem deed. Gelukkig zet hij me weer met beide voeten op de grond en hoewel ik een sarcastische opmerking wil maken, besluit ik die maar even in te slikken.

Mijn excuses alvast voor de spellingfouten die er ongetwijfeld inzitten. Ik heb zojuist dik anderhalf uur aan Duits gewerkt en daar wordt je gewoon moe en gek van. Maar wie is Nathan denken jullie?

Reacties (1)

  • Butterflygirl

    Tja ik lees al je andere verhalen momenteel dus ik weet dathij "iemands" broertje is maar meer zeg ik niet want dan verklap ik het.
    Ik heb trouwens geen spellingsfouten gezien.
    En je maakt me zo nieuwsgierig ik MOET weten wat Paul gaat vertellen

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen