‘Is dat niet gevaarlijk? Zo rondlopen dan?’ Waarom zou het gevaarlijk zijn. Net alsof het veiliger is al ik het shirt aanhad.
‘Ik heb niet echt een andere keuze en zolang het niet heel koud zal worden, zal het wel goed gaan. En misschien raken andere tributen wel afgeleid door mijn lichaam en kan ik van ze vluchten of vermoorden.’ Andere tributen zullen het vast ook wel mooi vinden.
‘Oh ja, misschien wel ja. Ik weet het niet.’ Ik lach om hem.
‘Zou het bij jou werken?’ Ik ga achterover zitten zodat hij mij bovenlichaam goed kan zien. Misschien is hij wel homo of bi. Hij kijkt kort naar mijn lichaam en haalt dan zijn schouders op.
‘Ik weet het niet.’ Weet het niet? Dat weet je toch wel.
‘Oh. Dan gaat dat plannetje dus niet lukken.’ Ik kijk naar Parveen.
‘Ik denk het niet nee.’ Hij staart me kort aan.
‘Is mijn lichaam zo lelijk dan?’ Ik laat mijn ogen kort over mijn lichaam gaan, volgens mij ziet het er nog steeds heel goed uit. Ik kijk weer naar Parveen.
‘Uhm, nee hoor. Maar-’ Hij haalt zijn schouder op.
‘Het is ook niet zo bijzonder.’ Dat heb ik echt nog nooit gehoord. Al mijn bedpartners waren helemaal weg van mijn lichaam. En niet alleen mijn bedpartners.
‘Oh, bedankt. Heb ik daar al die jaren voor getraind.’
‘Ik denk het ja. Heb je dan getraind hiervoor?’
‘Yep, drie jaar lang is trainen het enigste wat ik deed. Het was mijn doel om naar de Hongerspelen te gaan.’ Nog steeds dom van mij.
‘Waarom zou je hier naartoe willen? Het is verschrikkelijk.’ Goede vraag, Parveen. Heel goede vraag.
‘Omdat ik wraak wou nemen op de tributen uit District 2. En ja ik weet dat dat heel kinderachtig is.’ Het klinkt echt zo kinderachtig als ik het nu zeg.
‘Ik denk niet dat het kinderachtig is. Er moet vast een goede reden voor zijn.’
‘Ja, mijn tweelingbroer en vriendin hebben drie jaar geleden meegedaan aan de Spelen en zijn toen vreselijk vermoord door de tributen uit twee en daarom wilde ik wraak nemen.’
‘Dat klinkt inderdaad vreselijk. Het moest vast zwaar voor je zijn geweest dat zo te zien.’
‘Dat was het ook en het heeft me echt een monster gemaakt. Totdat ik hier kwam en nu heb ik er echt spijt van.’ Parveen kijkt naar de traan die over mijn wang loopt.
‘Er is nu ook niet een weg terug.’ Joh, dat had ik nog niet door.
‘Nee, ik weet het.’
‘Het spijt me.’
‘Geeft niet. Het is gewoon de waarheid.’ Parveen knikt een paar keer.
‘Weet jij hoe je vuur moet maken?’ vraag ik zodat we het ergens anders over kunnen hebben. En ik was hier voor de krabben, dus dan moeten we er wel iets mee doen.
‘Oh, ja dat weet ik wel. Hoezo?’
‘Wel, het lijkt me niet verstandig om die krabben rauw te eten. Als je voor mij een vuurtje zou willen maken, zou je me daar erg blij mee maken.’ Ik weet eigenlijk niet of je krab rauw kan eten, maar het lijkt me niet verstandig.
‘Ja, dat kan ik wel. Alleen dan moet er iets van hout zijn ofzo, iets dat brand en stenen misschien.’ Hout? Hoe kom ik hier aan hout. En dan valllen mijn ogen op het vissershutje.
‘Dan breek ik gewoon het vissershutje af. Iets dat brand? Daar moet ik even voor kijken. Of heb jij iets dat brand?’
‘Ik? Nee. Misschien een jas. Maar ik heb wel stenen.’
‘Ik kan mijn jas wel geven, maar dan heb ik helemaal niks meer. We hebben wel dekens maar daar slapen Alex en May nu onder. Ik heb ook nog een touw van vijf meter. Kan dat?’ Ik heb dat touw toch niet meer nodig en er zitten alleen maar nare herinneringen aan.
‘Ik denk het wel. Weet je zeker dat je dat niet meer nodig hebt?’
‘Nee, er is hier voedsel genoeg en er is ook nog een boom vol fruit, dus ik heb het niet nodig om een val te zetten.’
‘Oh, oké. Dan zal het moeten werken.’
‘Top.’ Ik spring op en ren naar de plak waar Alex en May liggen. Ik kan me niet inhouden en druk voorzichtig een kus op de voorhoofd van Alex en pak dan het touw. Ik pak een pan uit de rugzak van Alex en ren weer terug naar Parveen, die een paar stenen uit een zakje pakt en ze vervolgens tegen elkaars slaat.
‘Oh ja, hout. Wacht.’ Ik ren weer terug naar de plek waar Alex en May liggen en pak nu mijn zwaard. Ik denk dat die wel van pas kan komen. Ik ren dan naar het vissershutje en sloop het met de hulp van mijn zwaard. Ik pak wat hout van de grond en met mijn handen vol hout en een zwaard loop ik terug naar parveen.
‘Is dit genoeg?’ Hij kijkt naar het hout in mijn armen.
‘Dat moet wel genoeg zijn ja.’
‘Mooi.’ Ik gooi het hout op de grond en plof naast Parveen neer. Ik steek de zwaard in het zand naast mij.
‘Zeg maar als ik je kan helpen.’.
‘Ja, natuurlijk. Zal ik doen.’ Hij slaat de stenen tegen elkaar boven een stapel hout met het touw en blijft net zolang slaan totdat het brand.
‘Ik denk fat je nu wel de krabben in de pan kan leggen en dat boven het vuur kan houden,’ zegt hij.
‘Top.’ Ik vul de pan met water en gooi de krabben erin en zet de pan op het vuur.
‘Bedankt, Par.’
‘Graag gedaan hoor. Zoveel moeite is het ook weer niet,’ glimlacht hij
‘Als jij er niet was geweest had ik ze rauw moeten eten en aan Alex geven.’
‘Ik weet niet of dat erg is, maar het zal vast niet zo lekker zijn.’
‘Dat denk ik ook niet. Maar deze gaan wij gewoon opeten. Ik vang nog wel nieuwe voor het ontbijt.’ Ik heb eigenlijk wel weer wat honger.
‘Oké. Dat is goed, denk ik.’ Natuurlijk vindt hij het goed.
‘Hoelang moeten die dingen koken? Sorry, ik weet echt niks.’ Ik kook echt nooit.
‘Geen idee eigenlijk. Niet lang denk ik, aangezien ze zo klein zijn.’ Dat lijkt me logisch.
‘Ik ga ze gewoon proberen.’ Ik pak de pan van het vuur en giet het kokende water in het meer.
‘Is goed,’ Ik zet de pan op de grond en ren voor de zoveelste keer naar de plek waar Alex en May liggen. Ik pak weer een mes uit de rugzak van Alex en ren dan weer terug. Het is niet gek dat ik weer honger begin te krijgen.
Ik pak een krab uit de pan en snij hem doormidden. Ik pak een stukje vlees en stop het in mijn mond. Het vlees is precies zoals het hoort.
‘Precies goed.’Ik bied de andere helft van de krab aan Parveen aan. Hij neemt de krab aan en stopt een stukje vlees in zijn mond.
‘Ja, het is eerlijk.’
‘We zijn echt een goed team,’ zeg ik lachend. Parveen knikt.
‘Dat vind ik ook wel.’ Ik gooi mijn helft van de krab weg en pak een nieuwe krab, die ik weer door de midden snij.
‘Wil je ook nog?’
‘Is goed. Ze smaken echt goed.’
‘Echt hé, ze smaken nog beter dan thuis.’ we aten thuis best vaak krab, maar ik heb ze nog nooit zo lekker gehad.
‘We hadden ze thuis niet. Wel jammer dat ik die smaak dan zo lang moest missen.’ Krab is ook echt wel een luxe product. Ik denk dat 90 procent van de mensen in de districten nog nooit krab hebben gegeten.
‘Ben blij dat ik jet het heb kunnen laten ontdekken.’
Parveen glimlacht en knikt en dan eten we in stilte de rest van de krabben op.
‘Zo dat was de laatste. We hebben aardig ons best gedaan.’ We hebben echt de hele pan leeg geteen met z’n tweeen.
‘Ja, inderdaad. Misschien moeten we het vuur doven.’ Waarom zouden we dat doen? Vuur is altijd handig.
‘We kunnen het beter aan laten. Dan kan ik zo nog wat krabben voor het ontbijt koken.’ Parveen knikt.
‘Dat is prima. Het zal vast nog lang blijven branden,’ zegt hij starend naar het vuur.
‘Het is wel lekker warm,’ zeg ik
‘En ik kan zo nog wel wat hout halen als het nodig is,’ stel ik voor.
‘Misschien is extra wel handig.’
‘Dan zal ik het even halen.’
‘Oké.’ Ik pak mijn zwaard en loop weer naar het hutje of wat er van over is. Ik sloop hem verder en neem het hout weer mee naar Parveen.
‘Zo dat moet wel even genoeg zijn.’ Ik gooi het hout weer op de grond. Parveen kijkt naar het hout.
‘Dat ziet er inderdaad goed genoeg uit.’ Ik plof weer naast Parveen neer.
‘Zo en nu maar wachten tot het ochtend is.’ Dat gaat nog lang duren, al ben ik wel blij dat ik nu gezelschap heb.
‘Ja.’ Hij wrijft in zijn ogen waardoor zijn bril omhoog gaat. Het lijkt mij echt irritant om de hele dag een bril te dragen.
‘Al moet ik eerlijk gezegd ooit nog slapen.’
‘Oh. je kunt wel gaan slapen. Ik houd wel de wacht.’ Al zou ik dat wel heel saai vinden.
‘Weet je dat zeker? Is het dan niet dat lastig dat je op zoveel mensen tegelijk moet letten?’
‘Nee joh, dat lukt me wel. Al gaat het wel weer saai worden.’
‘Oh. Ik kan ook gaan liggen en praten tegelijk hoor. Gewoon mijn ogen dicht doen en praten moet wel lukken.’ Dat hoeft hij echt niet voor mij te doen. Hij moet ook gewoon slapen.
‘Dat zou ik heel fijn vinden, maar jij moet ook gewoon slapen. Maar het is wel makkelijker voor mij als je in de buurt van Alex en May gaat slapen.’ Anders moet ik op twee kanten opletten.
‘Oh, dan ga ik wel slapen in hun buurt ja. Al weet ik bijna zeker dat als jij gewoon blijft praten, ik wel terug praat. Zo moe ben ik ook weer niet.’ Ik lach
‘Oké,’ Ik spring op en steek mijn hand uit naar Parveen. Hij grijpt mijn hand vast en ik help hem overeind.
‘Waar moet ik dan heen?’ Is dat niet duidelijk? Ik wijs in de richting van May en Alex.
‘Moet ik iets voor je dragen?’
‘Oh nee hoor. Het gaat wel.’ Hij begint te lopen. Ik loop rustig achter hem aan, met het zwaard in mijn handen, die laat ik echt niet achter. Parveen stopt vlak bij May en Alex.
‘Is dit een goed plekje?’
‘Yep,’ Ik pak mijn fles water en neem er een slok van, wat natuurlijk weer pijn doet. Ik wil Parveen wat aanbieden, maar hij is al gaan liggen.
‘Heb je nog wat te vertellen?’ Ik zou het niet weten.
‘Even denken.’ Ik denk even na en eigenlijk heb ik niks te vertellen.
‘Wel vandaag was niet zo heel interessant. Ik heb alleen maar liggen slapen. Mijn leven is eigenlijk niet zo heel interessant.’ lach ik. Parveen lacht ook.
‘Nee, echt niet? Die van mij ook niet echt, eerlijk gezegd.’
‘We zijn best wel zielig.’Ik lach en ga dan weer verder met praten.
‘Ik kan wel vertellen over al mijn trainingen, maar dat is saai en ik kan vertellen over mijn ruige leven, maar daar ben je nog iets te jong voor.’ Als ik zo naar hem kijk kan hij nooit ouder dan vijftien zijn.
‘Hoezo ben ik daar te jong voor?’ Hij doet zijn bril af en legt het naast hem.
‘Wel ik heb nogal met veel mensen het bed gedeeld en volgen mij ben jij daar nog te jong voor.’
‘Ja nee, daar ben ik inderdaad nog wat te jong voor.’ Zie je. Hij is niet ouder dan vijftien. Ik lach.
‘Inderdaad. Wacht daar nog maar even mee.’ Daar moet je toch wel minstens zestien voor zijn. Dat was ik ook.
‘Oké. Dat zal ik dan wel inderdaad doen.’
‘Goed zo.’ Parveen draait zich zuchten dom.
‘Waarom zijn we eigenlijk zielig? Dat zei je net nog.’
‘Omdat we beide niks interessants hebben te vertellen over onze levens. Behalve dan het gedeelte dat niet voor jou oren zijn bestemd.’ Ik heb echt niet zo’n interessant leven.
‘Ja, dat is eigenlijk best triest. Niet dat ik dit hier wilde, maar dat was niet mijn keuze.’
‘Het was wel mijn eigen keuze om hier te zijn. De domste keuze die ik ooit heb gemaakt.’ Echt de meest domme keuze die ik ooit heb gemaakt.
‘Je wilde gewoon wraak. Dat is logisch. Daar kan je niks aan doen.’
‘Ja en als ik hier niet was geweest had ik Alex niet leren kennen.’ Ik kijk even naar Alex, die nog lekker rustig ligt te slapen.
‘Je vindt Alex echt aardig hé?’ Ik knik instemmend.
‘En ook nog eens heel knap.’ Parveen lacht om mijn opmerking.
‘Heb jij eigenlijk een vriendinnetje? Of vriendje?’ vraag ik aan hem.
‘Nee. Ook nooit gehad. Niet dat ik het erg vind.’
‘Heb je ook geen crush op iemand?’ Hij zal toch wel een oogje op iemand hebben?
‘Niet dat ik weet.’
‘Oh, ik was lange tijd niet geïnteresseerd in een relatie, maar nu ik weer een relatie heb weet ik weer hoe fijn het is.’ Het is echt fijn om samen met Alex te zijn.
‘Heb je er dan weer een? Met wie?’ Ik dacht dat hij slim was, maar dat valt nu echt tegen.
‘Ik heb net een andere tribuut heel knap genoemd. So..’
‘Oh. Nee ja, ik begrijp het al.’ Ik lach.
‘ Maar jij krijgt het dus van niemand warm of kriebels in je maag?’
‘Uhm, nee niet dat ik heb gemerkt.’
‘Oké, er is dus niemand in District 3 of hier met wie je wel zou willen zoenen?’ Kom op, iedereen heeft toch wel een oogje op iemand.

Reacties (1)

  • Samanthablaze

    Kom op, iedereen heeft toch wel een oogje op iemand.
    Nee, Flynn, niet iedereen. Sommige mensen zijn niet zo met liefde bezigxD

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen