Foto bij H31/H43/: Aanmelding bij Raad ~ Nick

“Bedankt”, zei ik tegen de taxichauffeur en hij reed weg. Ik draaide me om naar het hoge gebouw en zuchtte even. Hier zetelde onder andere het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Communicatie van Japan, maar daar moest ik niet zijn. Met een kleine wip tilde ik mijn rugzak wat hoger op mijn schouder en liep toen naar de draaideuren. Eenmaal erdoor, liep ik naar de balie en de vrouw keek glimlachend op. “Goede middag, wat kan ik voor u doen?” vroeg ze in het Japans en ik haalde een kaartje boven. Terwijl ik het aan haar toonde, zei ik: “Goede middag, ik ben Nick Newland en ik kom me aanmelden bij de Raad, code 1620.” “Natuurlijk, gaat u maar”, zei de vrouw met wat verbazing en ik glimlachte nog even naar haar, waarna ik mijn weg vervolgde. Het was al een tijdje geleden dat ik hier nog was geweest, maar gelukkig waren er niet veel structurele veranderingen gebeurd. Ik kwam bij een deur uit en ik stak mijn kaart in de muur voor mij, waarna ik een hele lange code in gaf en de deur open duwde. Eenmaal aan de andere kant, sloot ik de deur weer en mijn kaart kwam uit de muur. Nadat ik hem gepakt had, sprong er een licht aan en ik liep erheen, om dan op de knop van de lift de duwen. Hij was er vrij snel en ik stapte in, waarna ik op het enige knopje -1 drukte. Nog geen 10 seconden later was ik er en ik stapte de lift uit, om dan slechts duisternis te zien. Ook dit was niet verandert: het licht was nog steeds niet gerepareerd. Met een zucht creëerde ik een vlam in mijn hand, waardoor een tunnel zichtbaar werd en met een stevig tempo begon ik er door te wandelen.

“Eindelijk”, mompelde ik toen ik na 10 minuten het einde had bereikt. Deze keer was er enkel een trap en ik beklom hem, wat me uiteindelijk ook zo’n 10 minuten kostte. Eenmaal boven duwde ik de deur open en meteen werd ik door het daglicht begroet. Ik sloot de deur weer achter mij en liep via een klein padje naar de gebouwen 20 meter verderop. Zodra ik daar was aangekomen, veranderde ik naar mijn halve vosgedaante en liep naar een van de tempels die daar stonden. Opeens sprong er iets groot naar beneden en ik glimlachte. “Een goede middag”, groette ik het wezen en hij keek me onderzoekend aan. Zijn lichaam was bedekt met haar en zijn huid was blauw, maar het meest gevaarlijke aan hem waren toch zijn grote slagtanden en scherpe klauwen, die de uiteindes vormden van zijn vier poten. Hij snoof even, maar begon toen achter een duif aan te lopen. “Nick? Dat is lang geleden…”, hoorde ik opeens iemand zeggen en ik draaide me om, om dan een bleke vrouw met zwarte haren en een paarse oogkleur te zien staan. Meteen boog ik eerbiedig en zei: “Vrouwe Sana, het is inderdaad al een tijdje geleden sinds de laatste keer dat ik hier ben geweest… Zelfs de otoroshi leek me niet meer te herkennen.” “Inderdaad, maar kom verder… Laat me raden: inlevering, vergunning en aanmelding?” somde ze al grijnzend op en ik kon een glimlach niet onderdrukken. “U kent me te goed”, zei ik en liep met haar mee naar binnen.

Weer zette ik mijn handtekening op een papier en Sana glimlachte. “Mooi, dus jij en jouw reisgezel hebben een vergunning van vier maanden om in Japan te blijven, jij hebt jouw wapenvergunning, wat nog… oh en je bent aangemeld voor dienst. De rest van de papieren zijn ook al ondertekend, dus rest de inlevering nog”, somde ze nadenkend op en ik zette mijn rugzak op tafel. Zwijgend begon ik deze uit te laden, terwijl Sana alles opschreef. “Oh mijn… dat zijn wel heel speciale spullen”, zei ze verrast en ik knikte. Op tafel stonden verschillende spullen, gaande van klauwen tot organen. Ze stak alles in doosjes en ik zei: “Ja, ik had een handelaar onderschept… Helaas zijn we te laat voor deze wezens, maar nu zullen hun resten niet voor ongepaste zaken gebruikt worden.” Sana knikte en zei: “Ik handel het wel verder af hier, keer jij maar terug naar huis.” Toen ze mijn verraste blik zag, glimlachte ze en vulde aan: “De rest van de Raad heeft een hoorzitting nu, dus je hoeft niet voor hen te verschijnen. We contacteren je wel als we je nodig hebben.” Ik knikte en nadat ik afscheid had genomen, pakte ik mijn rugzak en begon aan mijn weg terug.

“Ik stap hier wel uit”, zei ik tegen de taxichauffeur en betaalde hem, waarna ik uitstapte. Op mijn gemak begon ik langs de stilstaande auto’s te wandelen, om uiteindelijk voorbij de plek van het ongeval te komen en ik zuchtte. Alles was afgesloten, dus ik kon evengoed te voet verder gaan. Mijn bezoek aan de Raad had langer geduurd dan verwacht, aangezien het al donker was geworden. Ik besloot een kortere weg te nemen en sloeg een dunne straat in, om zo via iets smallere straten naar huis te gaan. Opeens hoorde ik voetstappen achter mij en ik keek om, maar er was niemand te zien. Ik stopte met wandelen en ook de voetstappen stopten. Weer wandelde ik een stukje en hetzelfde gebeurde. Met een inwendige zucht liep ik naar de zijkant van de weg en zei met een buiging: “Na u, betobetosan. Een fijne nacht nog.” Opnieuw klonken de voetstappen en ze wandelden me voorbij, om dan langzaam weg te sterven. Pas toen het geluid volledig was verdwenen, stapte ik ook verder. Na een half uurtje was ik bij Miyuki’s huis en toen ik binnen was, riep ik: “Tadaima!” “Welkom terug Nick”, zei Miyuki terwijl ze glimlachend uit de keuken kwam. Khana kwam ook de keuken uit en knikte even met een flauwe glimlach, maar ik zag dat ze met iets zat. “Sorry Nick”, hoorde ik Maiko met een pruillip zeggen en ik fronste. Wat was er gebeurd?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen