*Michelle POV*


Ik opende mijn ogen en knipperde even. Een enorme hoofdpijn kwam opspelen en ik wreef pijnlijk over mijn slaap heen. Waar ben ik nu weer? Ik keek op om me heen en zag Merel naast me op bed slapen. Ik was duidelijk in mijn kamer, maar het leek alsof ik er al maanden niet was geweest. Ik probeerde me te bedenken wat er was gebeurd, tot opeens alle herinneringen van de afgelope tijd in een keer binnendrongen. Deidara! We waren… hij was…
Was het een droom? Heb ik alles van de afgelopen tijd gewoon gedroomd? Nee, dat kon toch niet? Hoe kon het zo zijn dat ik hier lag, met een slapende Merel naast me, in plaats van op het bed in de Akatsuki basis… wachtend tot Deidara terug zou komen?
Ik knipperde en dacht even na. Het leek de dag te zijn na dat Merel zou blijven slapen, zou dat het geval zijn geweest? Is het echt mogelijk dat het allemaal verbeelding was? Een droom? Maar waarom voelde alles dan zo… echt?
Ik zuchtte en stond op, terwijl ik naar mijn schooltas toe liep die in de hoek stond. Ik haalde mijn agenda eruit en wat ik vreesde werd bevestigd… ik was in mijn kamer, in de wereld waar ik vandaan kwam… het ik had nog dezelfde toetsen voorogen als daarvoor. Wauw! Wat had ik allang niet meer over mijn schoolwerk nagedacht. Misschien had ik ook stiekem wel gehoopt dat ik het nooit meer nodig zou hebben.
“Michelle! Oh mijn god Michelle, daar ben je!” riep Merel opeens hysterisch.
Geschrokken keek ik om naar Merel die net nog lag te slapen.
“Oh, ik maakte me zo’n zorgen over je. Opeens was je verdwenen en toen gingen Deidara en ik je zoeken en— oh,” dwaalde ze opeens af terwijl ze om zich heen keek. Haar wangen kleurde rood, terwijl ze, denk ik, hetzelfde dacht als ik net had gedacht. “Sorry, ik heb de raarste droom ever gehad…”
“Nee! Wat zei je?” vroeg ik opeens hoopvol.
“Nee, nee… het was niets,” mompelde ze teleurgesteld.
“Zei je Deidara? Omg Merel, ik had dezelfde droom. Nee, wacht, het voelt helemaal niet als een droom. Vertel me alles!”
Merel haar ogen werden groot en vervolgens vertelde ze me het hele verhaal. Alles vanaf het punt dat we daar wakker werden, tot onze avonturen met Kakashi en Kiba… tot alles wat we met de Akatsuki hadden meegemaakt. Helaas kon ze ook vooral de laatste details over hoe ze Deidara had aangetroffen niet voor zich houden.
Ik kon mijn oren niet geloven en bijna schoten de tranen me in mijn ogen. “Het was echt! Het was echt en nu zijn we opeens hier. Weer in dit stomme leven en Deidara…”
Merel sloeg haar armen om me heen. “Wat is er gebeurd?”
“Ik weet het niet,” zei ik gefrustreerd. “Maar we zijn terug.”

Maanden gingen er voorbij zonder dat Merel en ik een flauw benul had van wat ons was overkomen. We konden het niet plaatsen, niemand had ons ook maar een seconde gemist en we konden geen weg terug vinden. Bijna had ik overwogen om met een therapeut te gaan praten maar Merel had me dit afgeraden. “Ze stoppen je vast alleen in een gekkenhuis.” Dat was zeker waar.
“Ik mis ze zo,” had Merel op een sombere herfstdag gezegd toen we met een kopje thee aan tafel zaten.
“Ik ook.” En dat deed ik zeker.
Merel en ik hadden het er beide zwaar mee gehad. Nu dat we eindelijk op de goede weg waren geweest om Kiba en Kakashi achter ons te laten, werden we weggetrokken bij de gene waar we ons weer goed bij gingen voelen. Notabene op het beste moment dat ik me had kunnen bedenken!
Ondanks wat Muerte en Hanako hadden gezegd over Deidara voelde ik me toch nog erg aangetrokken tot hem. Mijn dromen waren gevuld met romantische momenten tussen ons twee en met hartverscheurende scenes waarin het lot ons uit elkaar trok. Nu had ik als ik wakker was door dat het nogal dramatisch was en dat ik helemaal niet verliefd op hem was, maar als ik dan zo in gedachten verzonken raakte merkte ik wel dat ik hem ontzettend miste.
Deidara was overigens niet de enige. Tobi met zijn grapjes, Hidan en zijn slechte humeur… Hanako en Aiko waren zulke goede vrienden van me geworden… zelfs Kisame miste ik een beetje. Hij was toch altijd wel aardig voor me geweest.
Merel had zelf de grootste moeite met het achterlaten van Itachi, waar ze toch wel het meeste om was gaan geven, maar ik kon aan haar merken dat het gemis van Tobi haar ook niet altijd even lekker zat.
“Konden we maar een weg terug vinden,” hadden we beide al zovaak tegen elkaar gezegd.
Maar dat konden we niet. En die waarheid was vreselijk om te accepteren.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen