Foto bij Hoofdstuk 7- Room 5- Ken and Mary

The second task.

Mary lag op haar buik en hoe Ken worstelde met een deur. Hij was in paniek geraakt, omdat hij had ontdekt dat ze opgesloten waren. Mary had hem nog nooit zo gezien en vroeg zich af waarom hij nou zo graag uit deze kamer wilde gaan. Het was hier zo slecht nog niet. De muren waren wit en er was een normaal licht. Er stonden twee stoelen en een tafel. Op de tafel lag een boek met kruiswoordraadsels. Mary stond op en liep naar de tafel. Ze bekeek het boek en las erin. Het waren simpele kruiswoordraadsels met sommige antwoorden al ingevuld. De woorden vormden overduidelijk een zin. Mary probeerde de woorden in een logische volgorde te zetten en zei het hardop. “Laat de beste winnen.” zei ze. Ken stopte met worstelen en keek naar Mary. “Wat zei je daar?” vroeg hij zachtjes. Hij was zijn stem kwijt van al het schreeuwen. “Dat staat hier in dit boek: Laat de beste winnen, maar wie is de beste? En waarin?” vroeg ze. Ken keek om zich heen. Er was niks op de muren te zien. “We hebben meer nodig dan een zin. Staat er niet nog iets in?” vroeg Ken wijzend naar het boek. Mary schudde haar hoofd. Dat was het moment dat de muur open ging. Een grote bak water verscheen. In de bak zaten waterslangen en ze hadden een beetje ruzie over de ruimte. Mary liep er meteen op af. Ze had medelijden met de beestjes.Ze hadden hulp nodig. Ken kwam ook naar de bak toe. Onderin lag een sleutel. Ze moesten die pakken en dan waarschijnlijk de deur openen. De slangen gingen voorlopig niet uit elkaar. “Ze willen eruit, maar als we dat doen gaan ze dood.” zei Mary. Ken knikte. Ze had gelijk. Misschien moesten ze het er gewoon op wagen. Gewoon de slangen eruit halen en de sleutel grijpen, want meer kansen kregen ze niet. Ken stak een hand in de bak en er was een klik te horen. Om zijn pols zat nu een ketting. Mary probeerde er niets van te denken, want dit was gewoon een ziek spel. Toch maakte het haar kwaad. Twee onschuldige mensen zaten vast voor het plezier van een zieke geest. Ze stak voorzichtig een hand in de bak en om haar pols kwam geen ketting. Ze kon gemakkelijk de sleutel pakken. Zelfs de slangen deden haar niks. De sleutel was niet voor de deur, maar voor de ketting. Mary bevrijdde Ken. Teleurgesteld keken ze elkaar aan. Het was duidelijk iets was ze niet verwacht hadden. “Er moet een andere oplossing zijn.” zei Mary zelfverzekerd. En ergens wist ze het ook echt zeker. Achter haar ging de muur verder open en verscheen er een andere kamer met een glazen wand ervoor. Achter het glas zaten twee mensen die ze niet kenden. Ze zaten naast elkaar op een stoel en zaten vastgebonden. Ze waren bewusteloos geslagen door iets en leken bijna dood. “Moeten we ze soms bevrijden?” vroeg Ken zich hardop af. Het antwoord kwam van nooit. Een soort plaat begon te draaien om de twee mensen heen en het geluid van zagen was te horen.

Dames en Heren, Mary en Ken hier hebben een lastige opdracht gekregen. Ze mogen maar eentje redden, maar wie zullen ze kiezen? De eerste is een vrouw. Zij had het lef om te weigeren mee te doen aan dit spel. De tweede is een man. Hij weet helaas net iets te veel. Hij heeft geen idee waar hij zichzelf in heeft gehaald. Herkennen jullie ze al? Of zal ik het licht aanzetten?

Mary was op de glazen wand aan het slaan, maar er gebeurde niks. Ineens ging er een licht aan in de kamer en ging ook weer snel uit. Ken begon nu ook op de wand te slaan. De twee wilden ze heel graag allebei daar weg krijgen, maar ze konden er niet in. Er begon iets te rommelen en de wand zakte een stuk naar beneden. Dat was niet de bedoeling, want een paar seconden erna ging er een alarm af. Alle lichten gingen uit en er klonken een paar klikken. De lichten gingen weer aan en Ken en Mary waren in een witte ruimte. Ze waren veilig, maar hoe waren ze hier gekomen? Een deur ging open en een onbekende man liep de ruimte binnen. Mary’s instinct was om hem te slaan en zichzelf te beschermen. De man hield een hand op en Mary deed niks. “Doe me alsjeblieft niks. Ik ben net zo in gevaar als jullie. Jullie zijn hier niet alleen. Er zijn vermoedelijk meer mensen hier die onschuldig vastzitten. Ik heb niet veel tijd en ik weet ook dat jullie veel vragen hebben, maar voor nu kan ik zeggen dat jullie de tweede opdracht hebben gehaald. Laten we nu het eerst hebben over die twee mensen in de andere ruimte. Dat zijn twee vrienden van mij. Het was aan jullie om er eentje te redden en de ander aan zijn lot over te laten. Het is vreselijk oneerlijk, maar zo zit dit spel in elkaar.” de man stopte even met praten en keek naar het stel. Ze waren nog bezig met het verwerken van de laatste paar minuten. “Ik zie dat jullie me nog niet vertrouwen en dat verwacht ik ook niet van jullie. Ik wil alleen dat jullie hier veilig uit komen. Ik heb weten in te breken in het systeem hier en weet nu hoe alles werkt. Ik help namelijk mijn vrienden die hier vast zitten en heel toevallig kwam ik jullie tegen. Dat was eigenlijk niet de bedoeling, maar nu vind ik dat ik jullie ook moet helpen. In de volgende ruimte zullen jullie het heel even zelf moeten doen, totdat ik weer bij het systeem kan. En...Wees niet bang.” zegt de man en verlaat de kamer, maar Mary houdt hem tegen. “Wacht! Ik heb nog niet gehoord hoe je heet. Ik ben Mary en dit is Ken. Ik wil je echt bedanken voor net, want ik had er even geen vertrouwen meer in.” zegt Mary. De man glimlacht zwakjes. “Ik denk dat het beter is dat je me niet kent, maar het was prettig om kennis te maken, Mary en Ken.” zegt hij en verdwijnt in het donker. Mary voelt een golf van medeleven door zich heen gaan. Ze weet precies waarom de man hun zo graag wil helpen en waarom hij die andere twee zo graag wou helpen. Het was allemaal uit liefde. Hij heeft iemand verloren tijdens het spelen van dit spel. Mary had hem nog willen vragen wie het was, maar dacht dat ze daar later wel achter zou komen. Ze moesten eerst verder.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen