Foto bij Hoofdstuk 15 - Room 5 - Mary and Ken

Task 4

Mary was net bezig met twee metalen cylinders in elkaar te zetten toen er ineens zware voetstappen op haar af kwamen. Ze bleef stil zitten en luisterde. De voetstappen zochten haar en begonnen steeds dichterbij te komen. Twee handen grepen haar schouders en trokken haar van de grond. De handen draaide haar om en drukte zich tegen haar aan. Ze werd omhelst. Ze probeerde uit alle macht los te raken, maar wie haar dan ook vast had, had geen zin om haar los te laten. “Laat me gaan, jij gek!” schreeuwde ze. De armen werden losser en lieten haar uiteindelijk helemaal los. Ze durfde niet op te kijken. Ze voelde zich zelfs een beetje vies en dat was dan ook de eerste keer sinds ze hier aankwam. Haar kleren waren helemaal vies en zelf rook ze niet echt fris. “Mary, Ik ben het. Alsjeblieft, kijk me aan.” De stem was zacht en klonk bekend. Mary weigerde om te kijken. Ze vertrouwde het niet. “Mary, Je hoeft niet bang te zijn.” Dit keer keer Mary wel. Daar stond hij dan. Levend en wel. Hij was niet verdronken en niet dood. Ergens voelde ze zich schuldig, omdat ze hem niet had gered. Ken was dan wel levend, maar zij had hem daar achtergelaten zonder echt iets te doen. Ze wou dat ze terug was gegaan en hem had geholpen. Ze wou dat zij was verdronken in plaats van hem. “Waarom? Hoe?” Ze had zoveel vragen en ze kreeg zo weinig antwoorden, want die waren er simpelweg niet. Blijkbaar was er iemand die Ken heel graag in leven wou houden. Mary was er maar al te dankbaar voor. Ze omhelsde haar man stevig en drukte twee zoenen op zijn wang. Zo bleven ze een hele tijd staan. Ze durfde hem niet meer los te laten.
Ken keek nogal schuldig naar de grond. Hij had een klein beetje vals gespeeld en hij was misschien niet helemaal eerlijk over hoe hij het overleefd. Hij had het ook niet echt overleefd, maar dat ging hij niet tegen Mary zeggen. Zijn lichaam was vergaan met de golven. Hij was veranderd door dat water. Hij was niet meer de Ken die iedereen kende. Nee, Hij was nieuwer en anders. Hij hield Mary vast en probeerde niet alles eruit te gooien. Hij hield er niet van om haar niets te mogen vertellen. Hij herinnerde zich dat hij wakker werd in een operatieruimte met een wel heel vreemde dokter. Die dokter had wel zijn leven gered. Toen zag hij de cilinders waar Mary net nog mee bezig was. Ze zaten vast aan een soort lift mechanisme, dus waarschijnlijk moesten ze iets omhoog zien te krijgen. “Mary, die cilinders. Waar zijn die voor?” vroeg hij. Mary keek op en haalde haar schouders op. “Ze zijn voor een soort lift, maar er is geen stroom voor ze.” zei ze kalm. Ken liet Mary los en liep er naar toe. Hij deed precies hetzelfde wat Mary probeerde te doen en hij kreeg het wel voor elkaar. Mary stond verbluft te kijken. Ze was erg onder de indruk van hoe snel haar echtgenoot ineens was met alles. Normaal zou het dagen hebben geduurd. Ze was er aan gewend geraakt. Ze deed alsof het niks was deze keer en keek hoe de lift begonnen te rollen. Ken keek trots naar wat hij had gedaan en Mary kon het niet over haar hart verkrijgen om een opmerking te maken. De lift stopte en twee metalen deuren gingen open. Ze stapten in de lift en wachtten tot de deuren dicht gingen.

Dames en Heren, Jullie vragen je natuurlijk af wat er met onze Kenneth is gebeurd. Ik heb geen idee en Kenneth wel. Dat is voor het eerst dat ik iets niet weet. Er zijn bepaalde delen waar ik niet bij kan en delen waar geen camera’s mogen hangen. Ik hou hier altijd alles in de gaten, zodat het programma altijd leuk blijft. Blijkbaar is Kenneth in zo’n deel gekomen, maar ik weet niet hoe.

Kenneth keek angstig toe hoe de deuren van de lift open gingen en er iets vreselijks tevoorschijn kwam. De kamer stonk naar rottend vlees en bloed. Overal lagen dode dieren over de vloer. Mary voelde zich al niet goed worden, maar Kenneth was niet eens onder de indruk. De dokter had hem hier al voor gewaarschuwd. Hij wist wat hij moest doen. Ze liepen hand in hand de ruimte in en Kenneth had meteen gevonden wat hij zocht. Bij een dode koe lag een sieradendoosje met wat bloed erop. In het kistje zat een sleutel en een kleine rozenkrans. De rozenkrans had zwarte kralen en puur zilveren sluitingen. Aan het eind hing een klein kruisbeeldje van ook puur zilver. Het was prachtig. Het leek bijna te zeggen dat je moest bidden om hieruit te kunnen komen. Levend. Kenneth nam de rozenkrans in zijn hand en hing het om zijn nek. De sleutel gaf hij aan Mary. Ze moest dit samen doen, want vanuit de hoeken kwam zeer bloeddorstige vleermuizen. Ze vlogen meteen op Kenneth af en probeerden hem te bijten. Hij bleef ongedeerd, maar toen gingen ze op Mary af. Zij had geen rozenkrans om. Kenneth tilde haar op en rende naar de deur van de volgende kamer.
Ze hadden het gehaald, maar dit was nog maar het begin.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen