Foto bij Hoofdstuk 1 - Verrassingsgast

“Mama! Mama!” weende de kleine jongen uit paniek toen een grote waas aan kleuren om hem heen cirkelden. Zo snel als het draaien begon, zo snel stopte het ook weer en hij stond plots voor een laaiend vuur in een fel verlichte kamer. “Mama! MAMA!” schreeuwde hij uit angst.

“Allemachtig!” riep een stem achter hem, vergezeld door iets wat klonk als rotjes. Het jongetje draaide zich om, tranen liepen over zijn wangen toen hij naar de twee verbaasde mannen keek. Beiden waren onmiddellijk op hun voeten, de donkerharige man met zijn toverstok in de aanslag. De roodharige man keek al even verbaasd als het kind; zijn spel knalpokerkaarten lag vergeten aan zijn voeten.

“Mama! Mama! Mama!” bleef het kind roepen. Zijn ogen waren stijf dichtgeknepen, alsof de wereld door hard genoeg te hopen zou zijn zoals hij wou dat die was.
“Allemachtig!” herhaalde de roodharige man nogal dwaas. “Wie is dit in hemelsnaam?”

De man met het verwarde, ravenzwarte haar zette zijn bril wat rechter en schudde zijn hoofd als antwoord op de vraag van zijn vriend, niet in staat iets te zeggen; het geluid van de kreten van het kind verhinderde hem helder na te denken.

“Hij was niet hier een paar seconden geleden. H-hij is juist verschenen,” vervolgde de roodharige, die zijn observaties luidop opsomde in de hoop dat zijn vriend ermee zou instemmen. De zwartharige man knikte als antwoord en nam een stap voorwaarts.

“Mama, mama, mama…” bleef het jongetje stilletjes herhalen doorheen zijn gesnik.

“Uhm… uh… h-hoi,” zei de zwartharige man onzeker terwijl hij voorover boog om het jongetje aan te kunnen kijken. Het jongetje opende zijn ogen om stil naar de man te kijken met een grote bange pruillip. Zijn ademhaling kwamen in scherpe, ongecontroleerde stootjes.

“Harry? Ron?” Riep een vrouwenstem van boven, vergezeld door snel naderende voetstappen. “Wat is er aan de hand? Ik-” De vrouw haar stem stierf onmiddellijk weg toen ze van de trap afstapte en bijna tegen de onverwachte bezoeker botste. “Uhm… wie is dit?”

“Weten we niet,” antwoorde Ron, de met stomheid geslagen roodharige, terwijl hij opkeek naar de jonge vrouw met hetzelfde rode haar en dezelfde sproeten. “Hij kwam uit het niets. Ik bedoel, hij was daar niet en toen was hij daar plots aan het schreeuwen.” Harry knikte in overeenstemming.

“Maar.. hoe kon-? Ik bedoel… wie is hij?” vroeg de vrouw, niet op haar gemak door het zonet verschenen kind.

“Ik weet het niet,” antwoorde Harry, die met zijn hand door zijn haar ging, wat ervoor zorgde dat het er nog verwarder uitzag.

De vrouw keek zelfs nog gefrustreerder door het gebrek aan hulp van de twee mannen. Ze zag hen beide doodgraag. Hoe kon ze ook anders, ze waren haar broer en vriendje, maar ze konden op bepaalde momenten zo nutteloos zijn.

“Hoi, liefje,” zei de vrouw vriendelijk terwijl ze knielde voor de kleuter. “Mijn naam is Ginny. Kun je me vertellen-?”

“Ginny?” vroeg Ron onzeker toen zijn zus plots stopte.

“H-hij is bedekt met bloed…” zei het meisje in afgrijzen. “Merlijns baard…”

“Wat?” Harry knielde zich ook snel voor de kleuter.

“Heb je pijn?” vroeg ze snel, terwijl ze het jongetje zijn wollen mantel probeerde te openen. Het jongetje rukte zich los, een nieuw vloed aan tranen stroomde langs zijn wangen.

“Mama…” jammerde hij droevig.

“Kijk,” zei Harry, wijzend naar het jongetje zijn gezicht. “Een bloedige handafdruk. Het is nog nat. Ik denk niet dat hij diegene is die gewond is.”

“Hoi… hoi, kleintje.” Ginny probeerde hem rustig te krijgen met een verzachtende stel. “Kun je me nu je naam zeggen?”

“Aurey,” antwoorde het jongetje doorheen zijn gesnik.

“Aurey. Oké. Nu, kun je-?”

“Wat is al dat gedoe hier beneden?” riep een andere rumoerige vrouw vanop de trap, vlak voor ze zelf verscheen. “Oh!”

“Mam? Ken jij deze jongen?” vroeg Ginny snel.

“Nee… zou ik hem moeten kennen?” vroeg de vrouw terwijl ze het kind in zich opnam.

“Dat weten we niet,” antwoorde Harry. “Hij verscheen hier letterlijk uit het niets.”

“Aurey? Wiens bloed is dat op jou?” vroeg Ginny nerveus.

“M-m-mama’s. Waar is mama?” piepte hij.

“Oh lieve hemel” zei de oudere vrouw, Molly, bezorgd terwijl ze hem wat beter bekeek. Ook zij knielde voor het jongetje.

“We willen jouw mama ook vinden, Aurey, maar dan moeten we eerste weten wie jouw mama is,” legde Ginny langzaam uit. “Kun jij ons jouw mama haar naam zeggen?”

“M-mama,” pruilde het jongetje.

“Wel, dat is nuttig,” merkte Ron sarcastisch op. Allebei de vrouwen wierpen hem een kwade blik over hun schouder.

“En jouw naam, liefje?” drong Ginny aan. “Wat is jouw achternaam? Jouw laatste naam?”

“Aurey,” antwoorde het jongetje opnieuw.

“Ja, lieverd. Aurey is jouw kleine naam, niet?” Maar je hebt toch ook een grotere naam, of niet?” vroeg Molly vriendelijk, de onnatuurlijke hoge toon in haar stem
verraadde dat ze toch niet zo kalm was. “Wat is jouw grote naam?”

“Aurelian,” antwoorde het jongetje, zijn ademhaling werd langzaamaan wat rustiger.

“Heel goed,” prees Molly hem. “Aurelian is een prachtige naam. Maar ik denk dat je nog een grotere naam hebt, niet?” Ik denk dat je mama je zo noemt als ze kwaad is op jou. Wat zegt je mama als je iets uitgehaald hebt?”

“Aurelian Jude, kom onmiddellijk hier!” blafte de jongen in de toon van een strenge moeder, terwijl hij naar de vrouw naast hem wees.

“Heel erg goed. En ik ben er zeker van dat je als een flinke jongen luistert.” glimlachte Molly, nog steeds niet op haar gemak door de hele situatie en het bloed op het kind zijn gezicht. Ze wou het zo graag afvegen, maar vreesde dat ze het jongetje nog banger zou maken.

“Jude? Dat klinkt niet echt vertrouwd,” antwoorde Ron, die de anderen vragend aankeek. Ginny en Harry schudden hun hoofd.

“Nee, het klinkt inderdaad niet vertrouwd,” antwoorde Molly over haar schouder, “maar ik heb het gevoel dat dat enkel zijn middelste naam is.”

“Aurelian, ik weet dat het moeilijk is, maar probeer eens na te denken. Waar waren jij en je mama voordat je hier kwam?” vroeg Harry serieus.

“Hier,” Aurelian wees naar de plek achter hem op de grond.

“Nee, voordat je hier kwam,” drong Harry aan. Hij werd steeds gefrustreerder door het gebrek aan nuttige antwoorden. “Wat waren jij en je mama aan het doen? Hoe komt het dat ze pijn kreeg?”

Het jongetje keek een beetje angstig en Ginny keek Harry kwaad aan. “Het is wel duidelijk dat hij het moeilijk heeft. Overweldig hem zo niet.”

“Sorry, maar er is ergens een vrouw aan het bloeden en ze verliest momenteel een hoop bloed en we moeten antwoorden uit hem krijgen voor we te laat zijn,” zei Harry opgehitst. “Dus, Aurey, waar waren jij en je mama? Wat deden jullie?”

“Lopen. We liepen naar hier,” antwoorde Aurey met een verlegen, benauwde pruillip.

“Waarom liepen jullie? Waar liepen jullie van weg?” vervolgde Harry.

“Van de enge mensen.” Aurelian haalde zijn schouders op en zijn pruillip werd nog wat groter door de herinnering.

“Wie zijn de enge mensen?” vroeg Ginny bezorgd. Om een of andere reden, had ze zichzelf ervan overtuigd dat het een aanval van een wezen moest geweest zijn dat zo’n grote hoeveelheid bloed veroorzaakt moest hebben, of misschien een versprokkelongeluk.

“De mensen in zwart. Die met zilveren gezichten,” antwoorde de jongen, tranen verzamelden zich opnieuw in zijn ogen. “Ik wil mama…” huilde hij.

“Dooddoeners?” Ron zei wat ze allemaal vreesden.

“Nee… onmogelijk,” hield Harry vol, te bang om anders te willen denken. “Voldemort is nu al twee jaar dood. De meeste Dooddoeners zitten in Azkaban en geen enkele van diegenen die vrijuit zijn zou zoiets riskant uit eigen beweging durven doen. We mogen niet te snel conclusies trekken, vooral als ze gebaseerd zijn op woorden van een tweejarige. Genoeg over ‘de enge mensen’, we moeten erachter komen waar hij vandaan komt.”

“Zeg ons nog eens waar jij en je mama waren voordat je hier bij ons was, Aurelian.” vroeg Ginny opnieuw, geïrriteerd door Harry zijn humeur.

“Daar,” Aurelian wees opnieuw naar de muur naast de haard. “Maar het was donker.”

“Wacht…” zei Ginny, haar ogen op zijn middel gericht. “Aurey, ik ga even heel snel naar je mantel kijken, oké? Ik ga gewoon even een kijkje nemen…” Ginny’s woorden waren kalmerend terwijl ze langzaam haar hand naar hem uitstrekte. Aurey keek onzeker toe hoe ze de voorkant van zijn zwarte wintermantel opzij duwde zodat zijn bleke groene gewaad tevoorschijn kwam. Ginny haar vingers waren vol bloed door zelfs maar even de mantel aan te raken.

“Waarom, in Merlijns naam, draagt hij eigenlijk een wintermantel en een sjaal in het midden van de zomer? Hij moet het gloeiendheet hebben,” observeerde Ron.

“Ik denk dat dit heel veel beantwoord,” zei Ginny langzaam terwijl ze de lange ketting om Aurelians nek naar voor trok zodat de anderen het konden zien.

“Een tijdverdrijver?” vroeg Harry verbaasd. “Aurey, waar heb je dit vandaan?”

“Mama,” antwoorde Aurelian.

“Heeft jouw mama hieraan gedraaid voordat je hier was?” vroeg Ginny.
Het jongetje knikte.

“Waarom? Waarom zou ze zo een klein kind alleen doorheen de tijd sturen?” wou Ginny weten terwijl ze zich haast verslikte door de prop die zich vormde in haar keel. “Hij heeft geen flauw idee van wat er aan de hand is. Hoe zouden wij nu moeten-?”

“Ginny, lieverd, wordt even rustig,” stelde Molly voor. “Ik ben zeker dat-“

“Wiens toverstok is dat, Aurey?” onderbrak Harry haar terwijl hij naar de gehavende stok in de jongen zijn hand keek.
Aurelian verstrakte zijn grip op de toverstok en keek Harry behoedzaam aan.

“Mag ik hem eens zien, alsjeblieft?” vroeg Harry en hij stak zijn hand uit.

“Mama zei niet loslaten” Aurelian hield de toverstok beschermend in beide handen dicht tegen zijn borst vast.

“Ik ben zeker dat ze gewoon niet wou dat je hem zou laten vallen, liefje. Waarom laat je Harry niet eens kijken? Hij zal hem zeker teruggeven, niet waar, Harry?” zei Molly lief.

“Natuurlijk,” antwoorde Harry, niet helemaal zeker of hij het wel zou doen als de tijd zover was.

Het jongetje gaf aarzelend de toverstok af en keerde zich dan snel naar Molly. “Ik wil mama.”

“Ik weet het, lieverd, maar-”

“Het spijt me ZO erg dat ik te laat ben,” zei een nieuwe stem gehaast toen een uitgeputte vrouw de kamer binnenkwam en een zak tegen de voordeur zette. “Ik was helemaal klaar om te vertrekken en-”

“MAMA!” schreeuwde Aurelian uit opwinding en opluchting. Elke volwassene in de kamer keek in shock toe hoe de kleine, radeloze jongen, plots vol van vreugde en energie, doorheen de kamer vloog en zijn armen om de nieuwkomer haar benen sloeg. “Mama! Mama! Op, mama!” Aurelian strekte zijn armen, zichzelf aanbiedend aan de verwarde vrouw voor hem.

“Uh… uh… hallo” antwoorde de vrouw onzeker, bang om het haveloze, onbekende kind aan te raken. “Uh… wie… wie is dit?”

De vrouw haar verbijsterde blik ging over de vertrouwde gezichten van haar vrienden, maar als ze naar een antwoord zocht, zou ze er daar geen vinden. Harry, Ron, Ginny en Molly staarden allemaal zonder te knipperen en met wijd open monden naar de krulharige heks.

“Jongens?” probeerde ze opnieuw om hun aandacht te trekken.

“Mama, op!” drong de kleuter wanhopig aan.

“Het spijt me, liefje, maar ik ben je mama niet.” antwoorde de heks met spijt. Ze was het niet echt gewoon om rond kleine kinderen te zijn en voelde zich erg oncomfortabel, maar ze kon het niet helpen medelijden te hebben met de droevige, smekende kleine jongen.

“Uhm… Hermelien…” zei Harry met een vlakke verbijsterde stem. “I-ik denk dat je dat wel eens zou kunnen zijn…”

Reacties (2)

  • HopeMikaelson

    Ja en dit is geen plottwist :')
    I <3 it!

    3 jaar geleden
  • XHeroes

    Okay ik ben er nu al verslaafd aan, snel verder

    3 jaar geleden
    • lvnalovgood

      Oh super! ;D De komende drie hoofdstukken zijn nog langer, dus daar heb ik best wel wat werk aan, maar mijn doel voor nu is elke zondag een nieuw hoofdstuk ;D

      3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen