Foto bij Hoofdstuk 1.

Fenna Queen.


Je hoort het vaak op TV, leest het in de krant of in een bestseller boek, maar nooit verwacht je dat het jou overkomt. Ik had in elk geval nooit gedacht dat ik de loop van een pistool tegen mijn hoofd zou voelen. Een verkeerde beweging en ik ging eraan. Mijn collega Phoebe zat in hetzelfde schuitje en ik hoorde haar zachtjes huilen. Een straaltje zweet liep langs mijn slaap en ik moest moeite doen om hem niet weg te vegen. Ik was te bang om te bewegen, bang om een kogel door mijn hoofd te krijgen. Ik balde mijn handen in vuisten en sloot mijn ogen. Wat kon ik doen? Onze collega Max was nergens te bekennen en ik durfde niet te denken aan wat ze met hem gedaan hadden. Twee mannen hadden hem meegenomen om alle alarmen en veiligheidssloten ongedaan te maken. Phoebe begon steeds harder te huilen en de man die haar vast had werd ongeduldig. Ik moest iets doen. Ik moest zorgen dat de man die Phoebe vast had haar geen pijn deed en ik moest de kunstwerken redden die op dit moment van de muren werden gehaald. Maar ik kon niks en ik voelde me machteloos. Opeens voelde ik de druk van het pistool niet meer en werd ik aan mijn arm meegesleurd naar het bankje in het midden van de zaal.

'Zitten,' beval de man.

Ik deed wat er van me werd gevraagd en ving Phoebe op die op dat moment ruw naast me neer werd gezet. Haar wangen waren nat van de tranen, haar ogen rood en vol paniek en toen ik mijn armen om haar heen sloeg voelde ik dat ze trilde.

'Waag het niet iets te proberen,' snauwde de man die Phoebe vast had gehad.

Nu we zo zaten kon ik zien dat ze allebei zwarte kleren en een goud masker droegen. De langste van de twee fluisterde wat in de ander zijn oor en liep daarna de ruimte uit.

'Het komt goed Phee,' fluisterde ik zo zacht mogelijk.

Mijn ogen vielen op de enorme blauwe vaas die rechts naast het bankje stond. De man stond met zijn rug naar ons toe en praatte in zijn telefoon, hij was duidelijk geïrriteerd en ik had niet veel tijd.

'Phee, ik wil dat je goed naar me luistert oké? Als ik zeg dat je moet rennen, ren dan zo hard als je kan via de linkervleugel naar het magazijn. Daar bel je de politie en verstop je je in de kast,' fluisterde ik met mijn ogen nog steeds op de man gericht.

Phoebe verstarde en toen ik opzij keek schudde ze met grote ogen haar hoofd. Nieuwe tranen rolde over haar wangen en ik wist dat ze op het punt stond om helemaal in te storten. Ik greep haar schouders vast.

'Phee, je moet! We kunnen niet anders en iemand moet de politie waarschuwen. Je kan dit, je bent een sterke vrouw en ik reken op je. Alsjeblieft?'

Met een trillende onderlip knikte ze en zonder verder nog na te denken greep ik de vaas.

'Nu Phoebe!' gilde ik.

Nog voor de man zich om kon draaiden smeet ik het ding tegen hem aan. Ik durfde niet op zijn nek of hoofd te mikken en dit leek net zo goed te werken. De vaas barstte uit elkaar en de man viel met een schreeuw op de grond, zijn mobiel en pistool vlogen uit zijn hand. Ik reageerde snel en pakte het wapen tussen de scherven vandaan. Het kon me niet schelden dat ik mijn hand open haalde, als hij het wapen in handen kreeg zou ik hier niet in een stuk weg komen. Het pistool voelde koud en zwaar aan in mijn handen en een misselijk gevoel overspoelde me. Ik moest hier weg en wel nu. Ik wilde het net op een lopen zetten toen een hand zich om mijn enkel sloot en hard trok. Ik verloor mijn evenwicht en met een gil viel ik voorover. Nog net op tijd wist ik mezelf op te vangen met mijn armen en meteen schoof ik het pistool hard voor me uit, zodat de man hem niet te pakken kon krijgen. Het wapen lag nu zo'n vijf meter bij ons vandaan en geen van ons kon erbij zonder eerst van de ander af te komen. De man vloekte en trok me aan mijn haren naar hem toe. Een nieuwe gil verliet mijn mond en trappend en zwaaiend met mijn armen probeerde ik los te komen. Toen hij me met mijn rug op de grond duwde deed ik het eerste wat in me op kwam; ik beet hard in zijn arm. Vloekend trok hij zijn rechter arm terug.

'Je gaat hier spijt van krijgen kreng,' siste de man kwaad.

Het geluid van gierende sirenes galmde door de ruimte en ik zag de rode zwaailichten door de bovenste raampjes. De man verstarde en toen zijn greep verslapte zag ik een nieuwe kans en trapte hem in zijn kruis. Kreunend van de pijn viel hij op zijn zij en zonder tijd te verspillen sprong ik overeind. Ik greep het pistool en rende met een bonkend hart naar het magazijn. Ik hoorde de mannen schreeuwen, maar geen van hen zat in het linker gedeelte van het gebouw.

'Phoebe? Ik ben het, Fenna' riep ik nadat ik een keer op de deur van het magazijn had gebonkt.

Het duurde niet lang voor de deur open werd getrokken en een huilende Phoebe in mijn armen viel. Samen zakte we neer op de grond.

'Het is oke Phee, we zijn veilig en je hebt het goed gedaan,' zei ik zacht.

'Nee,' snikte ze.

Verbaasd keek ik haar aan.

'Jij hebt ons gered Fenna. En het museum, je hebt alles gered.'

Zwijgend legde ik mijn hoofd op haar schouders. Ik had het museum misschien wel gered, maar we waren er nog niet. De mannen liepen nog steeds rond in het gebouw en we waren dus nog steeds in gevaar. Er hoefde er maar één te ontsnappen.. Ik kneep mijn ogen dicht bij de gedachte, verstevigde mijn grip op het pistool dat ik nog steeds vast had en hoopte maar dat de politie snel binnen zou vallen.

Reacties (1)

  • aarsvogel

    Wow! Het begint al spannend! Abo!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen