||Diana Cassandra Volturi

Langzaam en op mensensnelheid om Paul niet af te schrikken, spring ik uit de boom. Soepeler dan een mens ooit zou kunnen land ik op een bodem van aarde en blaadjes en vragend kijk ik Paul aan. Ik vraag me af waarom ik zijn nek nu niet in tweeën breek, zo kwetsbaar als hij hier staat, maar alleen de gedachten al zorgen ervoor dat ik van mezelf walg. En ik heb geen idee waarom.
      'Waarom ben je me achterna gekomen, Paul?' vraag ik nieuwsgierig, alhoewel mijn stem geen emotie verraadt.
      'Ik wilde sorry zeggen voor mijn reactie. Het moet je ongetwijfeld pijn gedaan hebben,' zegt Paul zachtjes en ik kan aan zijn stem horen dat hij niet vaak zijn excuses aanbiedt.
      Ik laat zwarte rook uit mijn handen ontsnappen en Paul omsingelen, maar het hem niet aanraken. Tot mijn ergernis lijkt hij niet bang en ik hoor zijn hart ook niet versnellen. Waarom rent hij in vredesnaam niet gillend en met zijn staart tussen zijn poten naar zijn alfa?
      'Ik heb je zonet ook verlamd, waarom zou je in vredesnaam achter me aan komen?' vraag ik opnieuw, terwijl ik intimiderend over probeer te komen. Van nature kom ik kil en emotieloos over, maar bij Paul lijkt het wel alsof mijn lichaam zich automatisch tot mijn menselijkheid keert. Mijn zachte kant, al is die voor velen jaren opgeborgen geweest.
      'Omdat ik weet dat je het niet opnieuw gaat doen,' zegt Paul met een zelfvoldane grijns op zijn gezicht.
      Als ik een kloppend hart gehad zou hebben, zou mijn hart nu een slag over geslagen hebben. 'Je weet helemaal niks! Ik ben hier de gedachtelezer,' antwoord ik direct, mijn geduld verliezend.
      'Zonet raakte je in paniek, maar nu zou je me met gemak af kunnen maken,' antwoordt Paul, opnieuw met die arrogante glimlach.
      'En dat feit maakt jou ontzettend dom,' kaats ik direct terug.
      'Dat doet het inderdaad,' antwoordt een nieuwe, gladde stem. De gracieuze stem van Alec, mijn broeder. Hij stapt samen met Jane in de opening achter mij.
      'De Cass die ik ken zou geen seconde aarzelen om dit mormel af te maken,' mengt een spottende stem zich in het gesprek. Felix stapt samen met Demetri vanachter de bomen achter Paul en schenkt me een scheve grijns.
      'Waar wacht je op, zuster?' vraagt Jane vanachter me en ik kan aan haar stem horen dat ze een gemene grijns heeft. Bloedlust.
      'En wat voor kleding heb je aan?' zegt Demetri terwijl hij me maar al te niet subtiel bekijkt. 'Leuke kont.'
      Ik rol met mijn ogen. Normaal is Demetri de meest professionele en de stille van ons, maar aangezien Demetri en ik zo'n sterke band al sinds het begin hebben, maakt hij van alles een grapje. En hoewel ik weet dat hij het niet meent, valt de opmerking bij Paul niet in goede aarde, want een seconde later klinkt het akelige geluid van scheurende kledingstukken en het gemene grom van een enorme wolf die beschermend om me heen cirkelt.
      'Oh, wat leuk, wil je een spelletje spelen, grote boze wolf?' vraagt Jane uitdagend en direct draai ik me naar haar toe.
      'Nee, zuster,' antwoord ik snel en scherp, misschien wel iets te snel en scherp. 'Daar is geen tijd voor. We moeten per direct naar de Cullens.'

Reacties (1)

  • Butterflygirl

    Oh ny gosh laat paul met rust monsters, of ik zwl jullie wat aandoen!!! Ggrrr

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen