||Forrest / Cave||




Een sterke verse geur van menselijkbloed vulde mijn neusgaten, slaperig klapte ik mijn ogen open, wreef ik met de palm van mijn hand de slapen uit mijn ogen. Gapend, nog steeds uitgeblust van een korte nacht, drukte ik mij recht. Rekte mij sloom menselijk uit, draaide mijn hoofd, zoekend naar mijn kleinere oudere zus: Lily-June.
Na één paar seconden kwam ik tot de conclusie dat ze zich niet meer bevond in de grot.
Met een zucht besloot ik de sterke menselijke bloedgeur te volgen, diep in mij voelde ik de angst al borrelen dat er opnieuw bloed had gevloeid. Dat mijn kleinere oudere zus zich niet heeft kunnen bedwingen. Geritsel van bladeren, knerspen van takjes en het suizen van de wind vulde mijn trommelvliezen. Het bos door schietend kwam ik dichter en dichter bij de menselijkebloedgeur. Op zo'n 175 meter van mij vandaan zat mijn zus, naast haar lag een levenloos, menselijk lichaam. Ze had de ziel van het mens genomen, één tweede moord begaan.
Boosheid voelde ik mijn lichaam binnen dringen, kwaad, dat ze zonder wat te zeggen was gaan jagen.
Voorzichtig, zonder enig geluid te maken stapte ik achter de grote dikke beuk vandaan. Mijn oudere kleinere zus hoorde me nog altijd niet, misschien wel beter, ze zou mij zo hongerig als ze was nog zo kunnen vliegen en bijten. Had zichzelf, niet in de hand, de dorst nam vaak de overhand.
Af en toe had ik er bepaalde vragen over, zoals waarom ze steeds haar vragen herhaalde. Waarom ze keer op keer zelf geen halt kon toeroepen en haar actie's zou staken. Waarom ze niet groeide en nog altijd als een vierjarige gedroeg en eruit zag.
Maar ik wist ook dat mijn oudere kleinere zus er geen antwoordt op kon geven.
"Lily-June" tinkelde mijn melodieuze stem.
Het meisje met haar lange stijlen donkerbruin gekleurde haren, Darkorange/Crimson gekleurde ogen keek mij pinnend, fel aan. Haar ogen gleden over mijn gezicht naar mijn halsslagader in mijn nek. Ze likte met haar tong over haar lippen, waarbij haar ogen licht begonnen te flikkeren. Twijfelend bleef ik staan, het zag er niet naar uit dat mijn zus al klaar was met eten.
Het lijk waaraan ze eerder aan had zitten drinken, lag levenloos, leeg naast haar op de grond. Ze deed geen moeite het lijk te verdoezelen. In een milliseconden had mijn zus zich recht gedrukt. Kantelde nieuwsgierig, hongerig haar hoofd, likte opnieuw over haar lippen. Een woeste, gevaarlijke grom verliet haar mond, met haar schattige kleine kleuterhanden maakte ze twee vuisten.
Mijn zus, stond op zo'n 175 meter van mij vandaan.
Ik wist dat ze maar één paar seconden nodig had om zich te verplaatsen en mij zo kon doden.
Nu ze zo hongerig was, was ik mijn leven niet zeker.
"Honger, eten" tinkelde haar kinderlijke hoge belletjes stem. "Hmmm" sprak ze verder nadat ze opnieuw het bloed dat in mijn aderen stroomde rook.
Nog voor mijn zus op mij af kon vliegen schoot ik er vandoor. Rende, stoof en vloog tussen de struiken, bomen heen. Mijn oudere kleinere zus volgde me op de voet, of moest ik eerder zeggen. Jaagde me op, op de voet.
Tot nu toe wist ik haar nog altijd voor te blijven, had ik geluk op zo'n voorsprong, maar ik wist dat ik dit geen uren kon volhouden zoals mijn zus wel kon. Zei werd niet moe, zei raakte niet uitgeput en zei hoefde niet te slapen om bij te tanken.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen