NOAH AVERILL


Do you remember who you were, before the world told you who you should be?

Ondanks dat zijn woorden niet meer dan een fluistering waren geweest, hadden ze onmiddellijk effect op Nath. Ze worstelde en Noah moest haar wel neerzetten om te voorkomen dat hij haar zou laten vallen. “WHAT THE HECK???” riep ze uit. Het was precies dezelfde reactie die hij gegeven zou hebben als iemand hem twee uur geleden verteld had dat hij zou vragen om te worden neergeschoten. Het was echter geen twee uur geleden en in die uren was er zoveel veranderd.
“Denk je verdomme… nou echt… dat ik… je neer… schiet. Ja, hallo!” riep ze uit. Noah beet hard op zijn lip om de tranen in zijn ogen terug te dringen en hij keek strak langs haar heen. Hij wilde haar niet laten zien wat het met hem deed om dit te moeten vragen, om te moeten toegeven dat hij bang was.
“Alsjeblieft, laat me niet in hun monster veranderen,” fluisterde hij zacht. De situatie was zo, zo fucked up. Hoe was hij hier terecht gekomen? Hoe had het ooit kunnen zijn dat zijn enige uitweg de dood zou zijn? Hij had nooit echt over de dood nagedacht en dan zeker niet over zijn dood. Hij was ervan uit gegaan dat hij zou sterven op 85-jarige leeftijd, in de nabijheid van Kyra en hun kinderen en kleinkinderen. Of misschien als hem geen lang leven was gegund een pijnloze dood bij een ongeluk.
Maar Kyra had met een ander gezoend en zou nooit de zijne zijn, zij zouden samen geen kinderen hebben en hem was geen lang leven gegeven. Zelfs de pijnloze dood zonder dat hij een besef had wat er aan de hand was, was hem niet gegund. Hij wist maar al te goed wat hem te wachten stond en het maakte hem bang. Hoe had hij ooit voor het onbekende van het hiernamaals kunnen kiezen?
Nath’s hand dwong hem om haar aan te kijken. Hij knipperde een paar keer met zijn ogen in de hoop te verbergen hoe vochtig ze waren. “Hey,” zei ze. “Jij kan er tegen vechten. For god’s sake, jij vecht tegen alles en iedereen die je dromen in de weg staan,” raasde ze. “Ik leef nog, en zolang ik nog rondwaggel vinden we wel iets. Het gaat al beter met me, ik loop het laatste stukje zelf!” zei ze. Dat laatste betwijfelde Noah, maar hij hield zijn mond.
Ergens had ze ook wel gelijk. Hij had altijd gevochten tegen alles wat op zijn pad kwam. Hij had altijd zijn eigen pad gebaand en daarbij tegen alle beren op de weg gevochten. Heck, met zijn houding had hij zelfs extra beren gecreëerd die hij met open armen had ontvangen om tegen te vechten. Hij was een vechter, iemand die doorging, no matter what. Maar hij was niet onoverwinnelijk. Ook hij zou uiteindelijk verslagen worden.
“Maar wat als ik het deze keer niet kan?” vroeg hij haar zacht, maar hij betwijfelde of ze het gehoord had, want ze liep – waggelde – al verder. Of misschien negeerde ze het bewust.
Ze wenkte hem en ging zelf de hoek om. Op precies dat moment klonk er binnen in Noah een hels kabaal, wat hem met twee handen met een getergd gezicht naar zijn hoofd liet grijpen. Wat ze ook gedaan had, het was niet goed.
Hij zag de angst op Nathalie’s gezicht en wilde zijn armen om haar heenslaan en haar dicht tegen zich aantrekken. Haar vertellen dat alles goed zou komen en dat er niks was om bang voor te zijn. Dat had hij heel vroeger ook gedaan wanneer hun ouders weer naar elkaar aan het schreeuwen waren geweest of het weer eens hard onweerde. Dan had hij haar afgeleid met oude mythes over het onweer of andere natuurverschijnselen. Dan had hij haar verteld over hoe Phaëton met de zonnewagen was neergestort en waarom de woestijn bestond, of hoe het onweer een bericht van de god Jupiter was en hoe ze als ze goed luisterde de boodschap zou kunnen horen.
“De software herstart!” De paniek was duidelijk te horen in haar stem. “Verdomme, hoe krijgen we die chip uit je?”
Noah beet nogmaals op zijn onderlip, al was het deze keer niet bewust. Het was een tikje dat hij had als hij hard nadacht. Zijn onderlip zat dan ook constant onder de kleine plekjes als hij weer eens te hard gebeten had zonder dat hij het doorhad.
Er waren maar een paar opties die ze nog hadden. Ze zouden nooit op tijd bij de ruimte zijn waar het apparaat stond om de chip op de juiste manier te verwijderen. Die optie viel dus af, dus ze moesten improviseren. Nath zou hem ook niet neerschieten, al hoopte hij echt dat ze dat toch zou doen als het te laat was voor hem. Dat hield de optie chip verwijderen op creatieve wijze over. Noah had al wel verhalen gehoord over mensen die vastzaten en hun eigen arm of been eraf hadden moeten hakken, maar het toch hadden overleefd. De mens was een wezen dat altijd wilde overleven en zich altijd aan de situatie aan wist te passen. Zo hadden zij het als soort op deze planeer gered en zelfs tot de top van de voedselketen weten te schoppen. Aanpassen en overleven.
Zijn arm er volledig afhakken ging Noah wat ver, ironisch genoeg. Hij zou zich laten neerschieten, maar zijn arm wilde hij niet opgeven? Hoezo scheve prioriteiten? Toch kon het wel eens zijn dat dat zij enige optie was, al wilde hij eerst proberen of de chip er zonder verlies van zijn arm uit gehaald zou kunnen worden. Zijn arm lag al open door de schotwond. Hoeveel meer schade zou het opleveren om de chip eruit te halen?
“Heb je een mes bij je?” vroeg hij Nathalie. "Je zal hem eruit moeten snijden." Het zou geen pretje worden om met een mes in de wond de chip eruit te snijden, maar was er echt een keuze? Hij wist ook helemaal niet of het zou werken. Misschien zouden ze wel op een of ander mechanisme stuiten die hem per direct dood zou laten neervallen. Het was het risico dat ze zouden moeten nemen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen