||Rosemary Tyler Ahotley

Ik zit met Will op de kamer waar ik nog god weet hoe lang ik moet zitten. Als het goed is moet Will Embry gisteren geïnformeerd hebben, maar vierentwintig uur is al verstreken en er is nog steeds niets gebeurd. Langzaam maar zeker begin ik te twijfelen aan Will, maar hij is nog altijd wel degene die me eten heeft gegeven en hoewel ik gisteren ook heb gedoucht, zie ik er volgens mij weer net zo erg als voor het douchen uit.
      Ineens klapt de deur van de kamer met een overweldigend geluid open en staat een panikerende Nathan in de deuropening.
      'Ze zijn er! Allemaal, de Volturi, de Cullens en zelfs die verrotte rot mormels!' gilt hij overstuur.
      Een gevoel van opluchting overspoelt me, Embry heeft toch wel iets gedaan en Nathan is dus gewoon een enorme leugenaar. Zoals Will gezegd heeft.
      Over Will gesproken, die weet niet hoe snel hij de kamer uit moet vluchten om de andere groep te zien, maar laat mij daarbij wel over met een woedende Nathan. Die mij dood wil hebben.
      Mijn hart begint overuren te werken en het koude zweet breekt me uit. Langzaam begin ik naar achteren te krabbelen, maar daardoor lijkt Nathan alleen maar bozer te worden.
      'Je wist het, jij hoer!' gilt hij. 'Je wist dat ze zouden komen!'
      Als Nathan een mens had geweest, dan zou hij helemaal rood aanlopen, maar voor nu lijkt hij op een kind met een driftaanval. Ik heb hem hiervoor ook nog nooit horen gillen en daar ben ik blij mee ook. Ik erger me al dood als ik dat verwende gezicht zie, ondanks dat hij me in minder dan een seconde van het leven kan beroven. Mijn god, waarom ik?
      'Ik...' stotter ik, terwijl ik mijn gezicht warm voel worden. Geen nuttig woord kan ik over mijn lippen persen en voel de angst door mijn lichaam gieren. Nog nooit heb ik me zo zwak en kwetsbaar gevoeld. Zo menselijk.
      'Geen zorgen hoor,' grimast Nathan eigenaardig. 'Ik kan je nog steeds een hoop pijn bezorgen.'
      Hij zet een paar stappen op vampierssnelheid naar voren en knielt voor me neer. Zijn ogen glimmen van eigenaardigheid en het lijkt alsof hij regelrecht uit een horrorfilm gestapt is.
      Ik hoor ergens ver weg wat gestommel en ik voel me angstig en opgelucht tegelijk. Nog maar een paar seconden, een paar seconden moet ik het volhouden voordat Embry komt en alles weer terug gaat naar hoe het was.
      'Haha, dat mocht je willen,' zegt Nathan, alsof hij mijn gedachten kan lezen. Hij pakt in een ruwe beweging die botten zou kunnen breken mijn pols beet en duwt zijn lippen tegen mijn wild kloppende ader. Hij staat in een soepele beweging op, waardoor ik op mijn knieën gedwongen word en zet zonder genade al zijn tanden in mijn pols.
      Ik gil het uit. De felle pijn die in mijn pols ontstaat zorgt ervoor dat de tranen over mijn wangen beginnen te rollen en ik wens vurig dat Embry op tijd komt. Het is zo zuur, zo dichtbij, maar zo ver weg.
      Mijn vingertoppen beginnen te tintelen van gevoelloosheid en zwarte vlekken beginnen voor mijn ogen te dansen. Dan kom ik ineens met een doffe klap op de grond terecht en wordt alles eindelijk zwart en pijnloos.

Reacties (4)

  • Slughorn

    Oh help. Opschieten Embry!!

    3 jaar geleden
  • Shibui

    Oh nee!

    3 jaar geleden
  • EvaSalvatore

    Ph boy oh boy oh boy

    3 jaar geleden
  • Butterflygirl

    Ik snap het niet. Verandert ze nu dan wel eindelijk in een vampier??? Dat zou wel sneu zijn maar ook wel cool haha

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen