Foto bij 1: Laketown 1643

Opmerking: de hoofdstukken verspringen in de tijd. Kijk goed naar het jaartal. Sommige hoofdstukken gebeuren dus eerder of later dan het hoofdstuk ervoor. Ook volg je het verhaal vanuit meerdere personages.

‘Niet zo snel Anna!’ Gill rende achter haar vriendin aan, niet in staat haar bij te houden. Zelfs toen ze moest afbuigen om smal zijstraatje naar links in te gaan was ze niet in staat om haar in te halen. ‘Wil je nu eens een keer stoppen! Waarom ren je zo snel?’ ‘Je snapt het echt niet hè?’ slaakte Anna uit terwijl ze hijgend doorging met rennen. Toen ze nog een zijstraat afsloeg stopte ze eindelijk en nam de tijd om op adem te komen. ‘Waar ging dat over?!’ Gill pakte haar bij haar schouder en ging tegenover haar staan. Haar blik ging naar haar buik en zag eindelijk waarom ze rende. Ze hield een banaan onder haar met ondertussen gaten gevulde, vlekkerige shirtje. ‘Kijk groentje, nu hoeven we niet hiervoor te betalen snap je?’ Gill keek naar de banaan die als een zielige troost werd vastgehouden door Anna, beiden handen omklemden deze stevig, alsof ze geen enkel grip erop wilde verliezen. ‘Het is niet goed om dingen te stelen..’ zei ze tegen Anna terwijl ze samen de straat afliepen. Anna pilde de schil van de banaan en begon te eten. ‘Wie geeft er wat om?’ zei ze terwijl ze op haar banaan kauwde. ‘Nu heb ik tenminste een fatsoenlijke maaltijd voor mij alleen! Anders kreeg ik toch geen eten tot aan de avond. Het is niet fijn om in een arm gezin te leven. Jij kan daar niet over meepraten omdat je ouders rijke stinkerds zijn en ze goed voor je zorgen.’ Het floepte er gemener uit dan ze er erg in had. Gill staarde naar de grond. Ze wist niet wat ze hierop moest zeggen. Het was waar dat ze goed leefde. Altijd at ze drie maaltijden per dag. Ook wist ze dat Anna geluk had als ze misschien één maaltijd per dag krijgt. ‘Waarom is het zo oneerlijk?’ vroeg Anna. Ze gooide haar bananenschil achter haar neer op de grond. ‘Ja, het is niet eerlijk.’ Zei Gill. ‘Ik wou dat ik iets voor je kon doen.. maar ik kan niets verzinnen op het moment. Misschien kan ik geld lenen, maar ik denk niet dat mijn ouders dat leuk vinden als ik dat achter hun rug doen.’ Ze liepen zwijgend een paar straten verder. ‘Hee.. weet jij waar we zijn? Dit lijkt niet bekend.’ Gaf Gill opeens aan. Ze keken beiden rond in de straat waar ze stonden. Het was een smalle straat en het begon al donkerder te worden buiten. Alle winkeltjes waren al dicht. Anna stond stil voor een winkel waar ze plusche knuffelbeesten en kinderspeelgoed verkochten. Ze tuurde door het raampje naar binnen om te kijken of er iemand binnen was. Er brandde namelijk een klein peertje in het midden van de kamer. Ze zag haar eigen reflectie en staarde terug ernaar. Pas toen zag ze dat er iemand achter haar stond. Ze draaide zich om en slaakte een kreetje. Ze keek naar het gezicht van een man die ze niet kende. Het was een lange man met een smal postuur, misschien 60 jaar oud. Hij droeg een lange, grote bruine jas en hield zijn gezicht ietwat verborgen achter een bruine hoed. ‘Je hebt iets laten vallen.’ zei hij, en hij gaf haar een lege bananenschil. Langzaam reikte ze naar de banaan en pakte hem snel van hem over. ‘H-het spijt me, meneer.’ zei ze nauwelijks hoorbaar. Hij staarde naar de bananenschil. ‘Zorg er goed voor, wil je? Ik wil niet dat het weer pijn wordt gedaan.’ Gill keek naar Anna met een opgetrokken wenkbrauw. ‘Waar heeft hij het over?’ fluisterde ze. ‘I-ik zal het niet meer laten gebeuren, meneer. Ze keek hem aan. ‘Goed, anders zal het haar kwaad maken. Je zou wat voorzichtiger moeten zijn. Iemand kan erover vallen en zijn net breken. Oh god.. wat zouden jullie in de problemen raken..’. Al pratend draaide hij zich om met zijn rug naar de meisjes en loopt weg.

‘Wie was die gek?’ fluisterde Anna naar Gill, bang dat hij nog ergens in de buurt zou zijn. ‘Ik weet het niet zeker’, zei Gill. ‘Maar mijn ouders vertelden me dat er een man in het dorp woont die niet helemaal bij zinnen is. Ik moet van hem wegblijven, vertellen ze me altijd. Ik weet niet waarom.’ ‘Ik weet waar we heen moeten om thuis te raken.’ zei Anna. Ze draaide zich om en wees naar een kleine vuurkolf die buiten bij een kapper hing. ‘We kwamen op de heenweg ook langs. We moeten dus ook weer terug om thuis te komen.’ Ze liepen de straat uit. ‘Maar hoe wist hij dat ik die bananenschil heb laten vallen? Dat was een paar straten geleden.’ zei Anna. Gill stopte opeens met lopen en staarde voor zich uit. ‘Hij wist niet dat het van ons was.’ antwoordde ze langzaam. ‘Tenzij hij ons de hele tijd lang al volgde.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen