Foto bij 4. Laketown 1645

De wind raasde door Dylan’s haar terwijl hij op de loopbrug stapte. Hij bleef even staan en keek omhoog. Het geluid van zeemeeuwen oversteeg de rest, vechtend op een plaatsje in het nest. Hij ademde diep in en glimlachte naar de hemel. ‘Hmm, iets dat niet is veranderd’ zei hij terwijl hij lachend de brug afliep. De brug was ietwat gammel en hield zich daarom goed vast aan de touwen. Er stonden veel mensen aan de kade. Één van hen was een vrouw geheel gekleed in zwart. Ze droeg een grote hoed die over haar hoofd viel en de helft van haar gezicht bedekte. Zodra ze hem zag liep ze naar hem toe en gaf hem een stevige hand. ‘Welkom in Laketown. Ik ben de burgemeester hier. Je kunt me mevrouw Beaugarde noemen. Ik begrijp dat je hierheen bent gekomen omdat je al het moois wil zien wat onze stad te bieden heeft. Aangezien je een goede schilder bent zou ik je graag willen rondleiden, maar ik ben een zeer bezette vrouw van mezelf. Ik moet daarom dus even iemand voor je vinden die dat kan doen. Terwijl Dylan luisterde viel zijn oog op een meisje dat achter de groep mensen stond. Ze droeg duur uitziende kleding en was rond de 20 schatte hij. Ze keek bezorgd en het leek alsof ze iets zocht onder haar rok. ‘Wat heeft je aandacht getrokken, jongen?’ vroeg de burgemeester. Ze draaide haar hoofd en zag Gill staan. Een kleine grimas ontstond op haar gezicht. Ze glimlachte en liep direct op Gill af. ‘Goed om je te zien, Gill. Ik heb iets perfects voor jou. Zal je wat afleiding bieden na alles wat er is gebeurd. Ik zou graag hebben dat je deze beste man rondleidt in ons dorpje. Toon hem wat leuke bezichtingen. Als je hier zin en tijd voor hebt natuurlijk.’ Gehaast liep ze naar een ander groepje mensen. Hier begon ze ook weer het gesprek. Gill keek naar haar en naar de jongen die op een afstandje stond. Ze was een beetje overrompeld door het spontane verzoek. De jongen zag uit als een echte schilder, zijn baret en schildersezel op zijn rug meeslepend. Ze leek hem een aardige jongeman. Ze liep naar hem toe en gaf hem een hand. ‘Hallo, mijn naam is Gill.’ zei ze. ‘Dylan’ antwoordde hij, terwijl hij zijn baret af- en opzette. Ze liepen zwijgend weg naar een stiller plekje. Zonder woorden wisten ze beiden waar ze op dit moment behoeften aan hadden. Door de menigte liepen ze een zijstraatje in. Andere mensen begroetten reizigers uit de Belvidera. Ze vroeg zich af of hij ook zoveel geheimen en herinneringen met zich meedroeg als zij.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen