Foto bij 25. Midgetgolf spelen

Finn steekt zijn handen als een winnaar in de lucht en ik moet toegeven dat hij dat tot nu toe ook is. Waar ik steeds minimaal zes slagen nodig heb, tikt hij soms in twee slagen een balletje intikt.
‘Het is je gegund, broertje.’ Ik geef hem een bescheiden applaus.
‘Je bent plotseling een goede verliezer.’ Finn trekt zijn wenkbrauwen op.
Ik schud mijn hoofd. ‘We zijn nog lang niet klaar.’ Ik grijns breed.
We lachen beide en ik merk dat ik me schuldig voel over onze verbondenheid en het onbezorgde plezier. Waarschijnlijk worstelt Mica zich door de eerste praatgroep heen en ik hoop maar voor hem dat het inderdaad niet zweverig is of erger nog: direct over zijn gevoel of ons verleden gaat. Dat zou een veel te grote stap zijn.
‘Mica?’
Ik schrik op. ‘Ja.’
Finn glimlacht kalm. ‘Die redt zich wel.’
‘Hij is mijn kleine broertje, Finn.’ De wanhoop in mijn stem verbaast me. Ik dacht dat ik vrede had met de opname van Mica.
‘Ook die van mij. En ik denk dat hij zich wel redt.’
‘Het is geen wantrouwen, het is angst.’ Ik pak de club en tik tegen het balletje aan, die direct de baan uitvliegt. Ongeduldig leg ik het terug en ik sla opnieuw. Het balletje vliegt door de hindernis, recht op de hole af, maar ik schenk er geen aandacht aan. Winnen of verliezen in dit spelletje is plots zo onbelangrijk geworden.
‘Geldt dat niet voor alles?’

Die zin, geformuleerd als een vraag, maar ondertussen al een waarheid, houdt me de hele dag bezig, zelfs nog als ik ’s avonds in mijn eentje aan de eettafel zit. Was ik niet al die tijd zo voorzichtig, simpelweg omdat ik niet durfde? Ik schoof de schuld af op de harde, oneerlijke wereld, terwijl het altijd al ging om mijn eigen angst. Ik wilde geen pijn, geen verdriet. Niet nog meer, ik had genoeg gehad voor de rest van mijn leven. In de afgelopen tijd leerde ik dat ik zelf niet de touwtjes in handen had over wat er op mijn pad zou komen, hoeveel lijstjes ik ook zou maken. Het ging er om dat ik millimeter voor millimeter mijn angsten doorgrondde. Ik begon niet voor niets met ja zeggen tegen iets waar ik nee tegen wilde zeggen, ook al leek het willekeurig dat mijn vinger bij dat punt stopte. Al die tijd ging het om het aangaan van mijn eigen angsten, terwijl de grootste angst op mijn lijst met uitdagingen ontbrak. Ik laat mijn bestek op mijn nog halfvolle bord rusten en pak mijn telefoon.
‘Sky?’ klinkt er vragend.
Het kost me moeite mijn tranen te onderdrukken, terwijl ik absoluut niet degene ben die het recht heeft om verdrietig te zijn en me verloren te voelen. ‘Hey. Hoe gaat het met je?’
‘Wat wil je dat ik zeg?’
Mijn hart breekt. ‘Alles wat je wil zeggen.’
Twee uur later verbreken we de verbinding, volgens mij tegelijkertijd, zodat ik zeker weet dat hij alles heeft kunnen vertellen wat hij wilde. Nog nooit heb ik het op deze manier over onze jeugd gehad met Mica. Ondanks dat ik gewoonlijk telefoongesprekken haat, omdat ik de ander niet kan inschatten, was daarvan nu geen sprake. Ik ken hem door en door, ook al vreesde ik van niet nu hij leefde voor de drank. Ik glimlach zwak als ik hem in mijn gedachten hoor zeggen dat ik beter ben dan de beste therapeut daar. Had ik hem zelf maar voldoende kunnen helpen, dan was dit hem bespaard gebleven. Ik schuif mijn bord verder de tafel op, met het allang koud geworden eten.
Ik schrik op uit mijn gedachten als ik mijn mobiel hoor trillen. Glimlachend neem ik op. Eerst beangstigde het me als ik automatisch mijn pure emoties toonde, terwijl ik er nu alleen maar van kan genieten hoe ik in iedere vezel van mijn lichaam mijn gevoel ben. Er is geen enkele reden om mezelf nog langer te verbergen.
‘Is alles goed met je?’
Zijn bezorgdheid raakt me. ‘Ja.’
‘Gelukkig.’
‘Casper?’
‘Ja?’
‘Het was niet dat ik niet met je om wilde gaan. In het begin bedoel ik. Toen ik zo bot tegen je was. Het had niets met jou te maken. Ik was bang. Vanaf het moment dat we op dat bankje zaten.’
Ik kan hem bijna horen glimlachen door de telefoon heen.
‘Dat weet ik. Je zei dat ik je niet kende, maar het was alsof ik je al jaren kende en precies wist wat je ging doen. Totdat je me keer op keer verbaasde.’
Het blijft even stil, maar ik weet dat hij verder zal praten.
‘Ben je alleen?’
Ik knik, plotseling nauwelijks in staat om te spreken. Toch lijkt het alsof Casper mijn reactie heeft kunnen zien.
‘Zal ik naar je toe komen?’
Ik schud mijn hoofd. ‘Nee.’ Het is mijn oude mechanisme, mensen buitensluiten zodra ik zelf geen controle meer over mijn gedachten heb. Laat staan dat ik weet wat ik aan het voelen ben. Hoe kon ik een paar minuten geleden nog denken dat het fijn was om mijn puurste gevoelens te tonen?
‘Tot zo.’
Gelukkig kent deze jongen me beter dan ik mezelf soms ken. Angst, geen wantrouwen, spookt er door mijn hoofd.
Niet veel later gaat de bel en ik loop naar de voordeur. Als Casper me in zijn armen sluit, stroomt het laatste restje spanning uit mijn spieren. Hij kust mijn voorhoofd, zachtjes, alsof ik anders in stukken breek. Gewoonlijk zou ik het slechts lief vinden, nu voelt het alsof hij me daadwerkelijk kan vermorzelen.
‘Wat is je kamer mooi geworden.’ Casper kijkt bewonderend naar de nieuwe kleuren en inrichting.
‘Dank je.’
Hij fronst als hij het bord met eten op tafel ziet staan. ‘Wat is er met je?’
‘Ik weet het niet. Het is echt chaos in mijn hoofd. Ik heb net twee uur met Mica gebeld. Zo’n gesprek heb ik nog nooit met hem gehad. Alles is ineens zo onbelangrijk. Als ik hem en Finn maar bij me heb. En jou.’ Ik kijk hem aan.
‘Ik was niet van plan om weg te gaan.’ Hij trekt me dicht tegen zich aan.
‘Gelukkig.’ Ik sluit mijn ogen.
‘Hoe kan het dat we twee dagen geen contact hebben gehad?’
‘Je mag mij best de schuld geven hoor, ik was degene die niet antwoordde,’ mompel ik tegen zijn borstkas.
Casper lacht zachtjes. ‘Je hebt geen schuld. Ik ben alleen benieuwd.’
‘Finn en ik hebben Mica naar de kliniek gebracht, zijn naar het hotel gegaan dat ik had geboekt, uitdaging zeven trouwens, hebben vandaag midgetgolf gespeeld en toen was het chaos in mijn hoofd, belde ik Mica en toen was jij er.’
‘Welk nummer was midgetgolf?’
’25.’ Ik frons. ‘Hoe weet je dat het een uitdaging was?’
‘Jij speelt geen spelletjes als er heftige dingen om je heen gebeuren.’
Ik knik langzaam. ‘Dat klopt wel ja. Maar nu moest het.’
‘Wat is de volgende uitdaging?’
Ik kijk hem recht in zijn ogen en ondanks dat ik heel goed weet welke uitdagingen er nog openstaan, verdring ik die uit mijn gedachten. ‘Van jou houden zonder te vluchten.’
De kalme glimlach die nu op zijn gezicht verschijnt, is de allermooiste en ik volg de lachrimpeltjes op zijn gezicht met mijn wijsvinger.
‘Al moet dat niet zo moeilijk zijn.’ Ik kus hem en dat is alles wat er voor nodig is om de storm in mijn hoofd tot rust te brengen.

Reacties (3)

  • tubbietoost

    Ze zijn echt zo lief samen <3
    Ik word zo blij van jouw verhaal!

    2 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Ik word blij van jouw reacties!!

      2 jaar geleden
  • Shibui

    Aaaw.....cute!

    2 jaar geleden
  • Clarkley

    Dat einde zorgde echt voor een grote glimlach. Love it.

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen