Ik had het gordijn opzij geschoven en had gewoon op mijn bed gezeten in een kleermakerszit, naar buiten starende. Ik had de hele nacht gezien. Van Jamie had ik niet verwacht dat hij wakker zou blijven. Hij moest per slot van rekening sowieso naar de les. Ik ging dat dus echt niet doen. Ik kon verlof krijgen en dat ging ik dus ook echt nemen. Er was geen reden om naar de les te gaan wanneer ik iedere 5 minuten een break down ging krijgen en de klas uit moest lopen. En dus had ik de hele nacht doorgehaald, eigenlijk constant in tranen. Starende naar de schooltuinen. Er was werkelijk niemand te bekennen. Niet vreemd. Ik moest het zo zachtjes mogelijk doen, gezien ik Jamie ook zijn rust gunde. Zodra ik het gevoel had dat ik meer geluid moest maken, ging ik naar het toilet. Daar viel ik niemand lastig met mijn gejank.
Ik had me in de ochtend afgemeld door naar de schoolreceptie te bellen. Er viel weinig aan te betwijfelen. Ze moesten me wel mijn verlof gunnen. Over zulke dingen lieg je niet. Ik moest wel nog doorgeven wanneer de begrafenis zou zijn, zodat ze dat ook konden noteren. Nou ja, dat wist ik zelf momenteel ook nog niet. Ik was sowieso niet echt in de stemming om goed na te kunnen denken. Ik was voor het grootste gedeelte nogal verlamd. Ik kon niet meer logisch nadenken. Ik kon me nergens toe zetten. Ik wou een boek lezen om mijn gedachten er van af te leiden, maar ik kon me niet concentreren. Ik wou een film kijken, maar had het concentratievermogen van maximaal 5 seconden. Alle dingen associeerde ik met het overlijden van mijn moeder. Letterlijk alles.
Lottie had me gebeld rond half 1 die middag. We hadden eigenlijk niet veel meer gedaan dan naar elkaars gejank luisteren aan de telefoon. We waren dan ook beide niet in de stemming om herinneringen op te halen. Daar was dit alles te vers voor. Ik had nog amper tranen. Het was onderhand onmogelijk om er iets uit te krijgen.
Ik had geen honger. Ik had geen dorst. Ik wou helemaal niets. Ik staarde het grootste gedeelte van de tijd gewoon voor me uit. Soms vielen mijn ogen voor zo'n 10 minuten dicht, maar een fatsoenlijke slaap was het niet te noemen. Dat ging ik waarschijnlijk niet krijgen de komende paar dagen. Niet dat ik dat überhaupt gehad had de afgelopen paar weken. Maar goed, ik wist nu wel waar ik aan toe was.
En dus was ik rond kwart over vier van mijn zoveelste keer doezelen opgeschrokken, om vervolgens een envelop op de grond te vinden. Ik fronste. Die lag er tien minuten geleden nog niet. Het lag bij de deur. Het was er overduidelijk onderdoor geschoven. Ik had weinig zin om op te staan en te gaan kijken. Kwam Jamie binnenkort thuis? Geen flauw idee. Ik wist niet eens wanneer hij klaar was met lessen. Was hij al thuis geweest? Vast niet. Dat had ik wel gehoord. Net op het moment dat ik daar over nadacht, ging de deur open. Jamie keek me aan en glimlachte subtiel. Zijn blik viel ook op de envelop op de grond. Nou ja, het was dus overduidelijk niet van hem. Tevens kon hij overduidelijk niet bedenken van wie het kon zijn. Dave was niet zo medelevend. Hij zei heus wel gecondoleerd. Maar daar stopte het onderhand ook wel.
"Liam komt straks even langs" deelde Jamie mede, voordat hij zich voorover boog om de envelop op te pakken. Hij liet zijn schooltas op de grond zakken en staarde naar het handschrift op de envelop. Vervolgens liep hij langzaam naar mij toe met een frons.
"Ik heb geen idee van wie dit moet zijn, maar het is voor jou" zei hij voordat hij me de envelop overhandigde. Ik keek naar de letters op de envelop. Oh ja, dat handschrift herkende ik wel.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen