Ik zat net in de auto om naar huis te gaan toen mijn telefoon ging. Hoewel ik verwachtte dat het meneer Johnson of zoiets dergelijks zou zijn, kwam de foto van Louis op het scherm. Wat? Nou, dat was ook snel. Ik gokte dat het zo'n 20 minuten geleden was dat ik de brief onder de deur door geschoven had. Ik was aangenaam verrast. Of hij moest nu een boze preek gaan houden over dat ik hem met rust moest laten. Dat kon natuurlijk ook nog. Hij was vast enorm geprikkeld momenteel.
"Louis?" vroeg ik voorzichtig zodra ik de telefoon op nam. Vrijwel gelijk volgde gesnik aan de andere kant van de lijn als respons. "H-Harry?" stotterde hij ongemakkelijk.
"Hey" zei ik zachtjes terwijl een glimlach zich op mijn gezicht vormde. Het deed me goed om zijn stem te horen, ondanks de omstandigheden.
"Hey" zei hij hees terug tijdens het snikken. Het deed me pijn om hem zo te horen. Ik wou dat ik iets kon doen. Betekende het dat ik iets kon doen nu hij me belde? Het was alsof ik met een vreemde belde. We hadden elkaar al lang niet meer gesproken en toen we elkaar wel nog spraken, waren onze gesprekken niet bepaald spannend. De laatste keer dat ik een fatsoenlijk gesprek met hem gevoerd had en dat we samen gelachen hadden was zeker 5 maanden terug. En dat is behoorlijk lang geleden.
"Kan ik iets voor je doen, Louis?" vroeg ik hem vervolgens. Louis reageerde niet echt. Enkel gesnik. Uiteindelijk kwam er een "ik weet het niet" heel zachtjes.
"Waar ben je?" vroeg ik vervolgens.
"Op mijn kamer" antwoordde hij vrij snel dit keer.
"Wil je dat ik naar je toe kom?" vroeg ik hem vervolgens. Ik wist niet of dit te veel van het goede was. Maar goed, ik wou er voor hem zijn. Er was geen reden om er omheen te draaien aan de telefoon. Ik hoorde Louis tegen iemand praten in de kamer voor een halve minuut voordat hij weer antwoord op me gaf.
"O-Oké Harry, je mag komen" zei hij zachtjes. Ik stond inmiddels al buiten de auto. Al mijn spullen liet ik dan ook gewoon in de auto liggen terwijl ik terug liep naar het campus. Ik had niet erg veel te vertellen aan de telefoon. Niet wetende wat ik precies moest zeggen. Maar geen van ons beide hing eigenlijk op. Ik luisterde zwijgzaam naar Louis' gesnik terwijl ik met grote passen door het gebouw beende, naar zijn kamer.
"Ik ben er" zei ik zachtjes aan de telefoon terwijl ik de deur naderde.
"De deur is open" zei Louis tegen me. En dus duwde ik de deur voorzichtig open. Ik liet de telefoon zakken en keek sprakeloos naar Louis, die op bed zat met een enorm betraand, rood gezicht. Er was niemand anders meer in de kamer aanwezig. Ik hing nu wel het gesprek op, voordat ik de deur achter me sloot en naar hem toe liep, om me vervolgens naast hem op het bed te laten zakken.
We keken elkaar een tijdje aan zonder überhaupt iets te zeggen. Louis was nog steeds emotioneel en ik wist echt niet meer wat ik moest doen. Mocht ik hem omhelzen? Ik had het graag gedaan hoor. Maar wou hij het wel? Hij was vast nog wel boos. Maar goed, wat deed ik hier anders?
Ik schoof ietwat ongemakkelijk naar hem toe. Louis keek me aan voor een tijdje, waarna hij zich uiteindelijk een beetje tegen me aan op trok en zijn gezicht in mijn schouder groef. Ik sloeg mijn armen om hem heen en ging geruststellend met mijn hand over zijn rug. Louis' huilen werd er alleen maar erger op. Ik zei niets. Ik durfde hem ook geen kusjes te geven of lieve woorden toe te zeggen, hoewel ik dat ten tijde van onze relatie overduidelijk wel gedaan zou hebben.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen