3.

(1984)

      Nog steeds kon ze niet over de schok heen komen van wat ze ter wereld had gebracht. Het had er in de verste verten niet menselijk uitgezien. De misvormde foetus leek symbool te staan voor wat het leven haar aldoor voorschotelde. Niet het op één of twee na beste, maar het smerigste afval.
      Toen ze ten slotte haar appartement binnen was gestapt, was ze erachter gekomen dat haar vriend was vertrokken, al haar bezittingen had verkocht en de woning aan een ander had onderverhuurd. Terwijl ze op de stoep van het armoedige gebouw had gestaan, was haar verbittering gecomprimeerd tot een harde knoop. De bevalling had haar haast alles ontnomen - het kind, haar vriend en bijna ook haar leven - en het had Gabriella Rhodes juist in een koningin veranderd.
      Ze had woest tegen een plant geschopt en op weg naar buiten de klep van de brievenbus afgebroken. Hoe hard de medische staf van Lassiter General ook had geprobeerd hun inferieure werkwijze goed te maken, het was een feit dat terwijl zij vanbinnen had liggen rotten, ze zich om Gabriella hadden verzameld als bijen rond een honingpot, haar op haar wenken bedienend en overdreven veel aandacht schenkend aan haar baby’s.
      Ze had wel dood kunnen zijn.
      Wat haar betrof stond Gabriella Rhodes bij haar in het krijt.
      Uiteindelijk had Annie niet zelf hoeven bedenken hoe ze wraak kon nemen. Twee jaar later was Gabriella overleden, ironisch genoeg tijdens de bevalling. Ze was niet tevreden geweest met alles wat ze al had, was zo stom geweest een derde kind te willen en had daarvoor de prijs betaald.
      Barry was door verdriet overmand geweest, een gemakkelijke prooi voor Annie. Ze was bij hem langsgegaan, had hem dronken gevoerd, was zijn bed in gekropen en had zichzelf onmisbaar gemaakt als oppas en huishoudster - uitstekend geschikt als echtgenote. Ze had zich er ook van verzekerd dat ze direct in verwachting raakte van hem.
      Het doen van een aanzoek had hij aldoor uitgesteld, maar toen ze net zo verzwakt was als bij haar eerste zwangerschap, was hij eindelijk over de brug gekomen. Lassiter was een kleine gemeente en de Rhodes’ een vooraanstaande familie, dus iedereen in het ziekenhuis had geweten dat ze zijn kind droeg. Bovendien had ze degenen die het niet wisten zelf wel ingelicht.
      Een maand voor Aiden’s geboorte hadden ze elkaar op de ziekenzaal het ja-woord gegeven en deze keer had ze de zwangerschap voldragen. De baby was klein geweest maar volmaakt tot in het geringste detail. Toen Barry het kind voor het eerst had gezien, was de grauwe, droevige uitdrukking eindelijk van zijn gezicht verdwenen. Zelfs hij had zich gerealiseerd dat hij als kersverse echtgenoot met een pasgeboren zoontje niet kon blijven treuren om Gabriella.
      Annie’s blik schoot naar de drie jongens in de salon. Voor deze dag had ze nette pakken voor hen aangeschaft en dat geld was goed besteed, ook al had het haar tegen gestaan kosten voor hen te maken. De begrafenis was groots geweest; zelfs de burgemeester had hem bijgewoond. In haar hele getrouwde leven was het de deftigste gelegenheid waar zij ooit samen met Barry heen was geweest en het wrange feit dat hij dood moest zijn om het zover te laten komen was haar niet ontgaan.
      Haar mond vertrok. Gabriella was altijd meegenomen naar dans gala's en op buitenlandse reisjes, terwijl zij was weggemoffeld als een beschamend geheim.
      De verbittering groeide terwijl haar blik op de tweeling bleef rusten. Zelfs vanuit het graf had Gabriella haar te kort weten te doen en Barry was niet veel beter geweest. Toen ze erop had gestaan dat haar eigen zoon de naam droeg die zij had gekozen - Aiden- had Barry niet geprotesteerd.
      Annie nam haar zoon op. Aiden was niet zo groot en sterk als de jongens van Gabriella, maar wat haar betrof en wat de school leraren aanging, was hij een stuk slimmer.
      Ze maakte een bruusk hoofdgebaar naar Jayden en Leroy. “Kiezen.”

Leroy keek toe hoe Aiden’s vingers zich om de sleutel sloten. Zijn halfbroer had een gezonde angst voor zowel Jayden als voor hemzelf. Wanneer Annie niet oplette, aarzelden ze niet om hem af te ranselen, maar Aiden was nog banger van Annie dan voor hen.
      Hij wilde niet kiezen, maar hij wist dat als hij het niet deed, Annie hen alle drie de put in zou sturen.
      “Wurm,” mompelde Jayden met een boosaardige blik.
      Er ontsnapte een laag, sissend geluid uit Annie’s keel. Haar hand schoot naar voren en Jayden’s hoofd klapte achterover. Toen het weer terug veerde, droop er bloed over de wang waarin ze met haar nagel was blijven hangen.
      Leroy slikte, zijn rug recht, zijn blik strak vooruit gericht. Er viel een zware stilte. Het was zo benauwd geworden in de salon dat het zweet uit zijn poriën gutste en koud werd op zijn huid. Hij kon het verse bloed ruiken dat over Jayden’s wang droop en de verstikkende zoetheid van Annie’s parfum, en hij voelde hoe er werd gewikt en gewogen. Als Aiden verkeerd koos, zou de volgende klap voor hem zijn.
      Aiden’s adamsappel ging op en neer, zijn blik verplaatste zich naar Leroy en hij knikte.
      “Goed zo,” koerde Annie. “Ik wist wel dat je het kon.”
      Met een rukje van haar hoofd wees ze naar de deur. Aiden mocht dan wel de sleutel hebben, het was nog steeds Annie die de dienst uitmaakte. Heel even overwoog Leroy te vluchten, of zelfs in opstand te komen, maar de stok aan haar zijde overtuigde hem het er niet op te wagen. Zijn vader was een grote kerel geweest, maar Annie was haast net zo lang, haar schouders breed, haar armen stevig. Hij zou niet zo dom zijn de dikke lagen vet te onderschatten. Annie sloeg harder dan zijn vader ooit had gedaan.
      Mismoedig ging hij hen voor naar de schuur, dook omlaag en stapte de put in. Het luik viel met een dreun dicht, hij werd door het duister overspoeld en hij hoorde hoe aan de andere kant de grendel verschoof en de sleutel knarsend in het hangslot werd omgedraaid.
      Gelaten wachtte hij tot zijn ogen zich hadden aangepast, zodat hij het schemerige strookje licht rond de randen van het luik kon onderscheiden. Toen dat zichtbaar werd, liet hij zich op de vloer zakken, hield zijn blik gefixeerd op de contouren en probeerde nergens aan te denken. Als hij niet nadacht, zou hij niet bang worden, maar het was vandaag moeilijk om niet na te denken. Toen hij zijn vaders kist in dat gat in de crypte had zien verdwijnen, was het pas tot hem doorgedrongen dat hij nooit meer terug zou komen.
      De pastoor had hem verzekerd dat zijn vader nu op een betere, mooiere plek was, maar Leroy kon het idee niet van zich afzetten dat zijn vaders lichaam in net zo’n donker hol lag als dit, maar dan nog kleiner.
      De stilte omsloot hem. De tijd verstreek en hij begon niet alleen honger maar ook dorst te krijgen. Geleidelijk verdween de strook licht rond het luik.
      Met dichtgeknepen ogen probeerde Leroy zich voor te houden dat het verschil tussen licht en donker er nog steeds was, dat hij zo lang naar het streepje had zitten staren dat zijn ogen het simpelweg niet meer waar namen, maar toen hij ze opensloeg, zag hij geen silhouet.
      De paniek sloeg toe. Zijn hart hamerde tegen zijn borstkas en een lang moment kon hij geen lucht krijgen. Door pure wilskracht wist hij zijn longen weer vol te zuigen, stootte de adem daarna moeizaam uit, herhaalde het tot zijn hartslag rustiger werd.
      De reden waarom het licht was verdwenen, werd verklaard door het rammelen van zijn maag. Het was nacht.
      Opnieuw dreigde de paniek zijn klauwen naar hem uit te slaan en hij worstelde met de pijnlijke behoefte om te plassen. Annie had hem nog nooit zo lang onder de grond laten zitten, behalve die ene keer toen zijn vader een week weg was geweest voor zaken en Jayden binnen was opgesloten.
      Maar ja, zijn vader was meestal thuisgekomen uit zijn werk en had, nuchter of niet, verwacht al zijn zoons aan tafel te zien zitten. Annie had hem er wel uit moeten laten.
      Nu zijn vader er niet meer was, hoefde ze niets te doen waar ze geen zin in had.
      De gevolgen van zijn vaders dood drongen door en met een scherpe steek leegde zijn blaas zich.
      Kwellende seconden later schoof hij naar voren, weg van de natte plek, hoewel hij aan zijn broek niets kon doen. Hij kwam tegen het ruwe oppervlak van de wand terecht en drukte zijn voorhoofd tegen de koele stenen. Hij kon niets zien; hij kon zich niet eens herinneren wat voor of achter was. Het duister was volmaakt, drukte op zijn keel en borst, waardoor hij moeite had met ademhalen, maar zolang hij iets kon aanraken hield hij het wel vol.
      Zijn ogen sluitend en zich richtend op de grove textuur van de muur onder zijn hand, kroop Leroy in het donker ineen en wachtte af.

Reacties (1)

  • FollowYourDream

    Arme Leroy.
    Ik heb besloten toch geen medelijden te hebben met Annie. Ze is vreselijk als ze Leroy dit aandoet!

    Je schrijft echt fijn!

    Xxx

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen