6.

(1999)

Leroy sprong overeind, beklemd door de overvolle inrichting van Salon La Belle en geïrriteerd door de houding van de oude dame.
      Kil ontmoette Alexa zijn dreigende blik. “Wat heb je met Anne gedaan?” vroeg ze botweg.
      Het was eerder een commande dan een vraag. Na een stroef gesprek van een kwartier vol verkapte beledigingen liet ze eindelijk haar masker vallen. Leroy staarde naar het bejaarde echtpaar. Alexa was mager maar elegant in haar eenvoudige gesneden pantalon, fijngebreide trui en met parelsnoer. Haar echtgenoot, Brian, was zoals gebruikelijk in het grijs gehuld: grijze broek, grijs overhemd en gilet, zijn vlassige haar over de kale plek op zijn schedel gekamd, verschrompeld en uitgemergeld in zijn rolstoel.
      Grimming herhaalde Leroy de verklaring voor zijn aanwezigheid. Hij was ingehuurd om toezicht te houden op de bouw van een brug in Beaumont, net over de staatsgrens in Texas. Hij had de baan aangenomen omdat hij dichter in de buurt van Louisiana niets anders had kunnen krijgen. De reden dat hij terug was, was om een laatste poging te doen Anne te vinden en de adoptie kwestie op te helderen van haar zoon - zijn stiefzoon, Harry - waarmee ze bezig waren geweest toen ze twee jaar geleden was verdwenen. Hij wilde de Selley’s geen kwaad doen hij wilde alleen maar dat ze meewerkten.
      Helaas was meewerken wel het laatste wat Alexa in gedachten had. Ze had Anne niet meer gezien sinds hij haar als vermist had opgegeven; kennelijk had niemand haar nog gezien. En het kon haar niet schelen dat Harry weinig meer was dan een baby en onder de hoede was van de enige vader die hij zich kon herinneren.
      Gefrustreerd door de openlijke vijandigheid van het echtpaar liep hij naar het raam en trok het dikke kanten gordijn opzij. Hij keek naar de pick-up truck die langs de stoep stond. Plaisance Street was een van Lassiters betere straten, maar hij had reden om voorzichtig te zijn. Harry zat voorovergebogen op de rechterstoel, knabbelend aan een reep en bladerend door een prentenboek terwijl hij wachtte.
      Zodra Leroy zijn kruin zag, ontspande hij een beetje. Het joch mocht dan pas vijf zijn, hij was een verschrikking om in het gareel te houden. Het was nog een wonder dat hij het afgelopen kwartier niet had uitgevogeld hoe hij de truck zonder sleutel kon starten of eruit was gesprongen om de dichtstbijzijnde hond te aaien. Wanneer Leroy op pad moest, schakelde hij meestal een betaalde oppas in, maar na twee weken afwezigheid wilde hij Harry graag bij zich hebben.
      Hij had Alexa niet verteld dat haar kleinzoon buiten in de wagen zat. Als ze wist dat Harry in Lassiter was, zou ze door het lint gaan en kon hij verzeilen in wat hij juist probeerde te vermijden: een juridische veldslag.
      Zijn rug naar de beschaduwde straat toe draaiend besloot hij het nog één keer te proberen voor hij het idee liet varen om onderling tot overeenstemming te komen, in plaats van door bemiddeling van advocaten. “De reden dat ik telkens van baan wissel en door het land trek, is om Anne te kunnen zoeken. De afgelopen twee jaar zijn zwaar geweest.”
      Alexa’s uitdrukking was laatdunkend. “Leugenaar. Jij weet waar ze is. Ik heb de politie alles over je verteld.” Haar ogen vernauwden zich tot spleetjes. “Ik had al achterdocht toen Annie stierf en nu weet ik het zeker.”
      Er leek een gat te worden geslagen in Leroy’s maag. Alleen al het noemen van de naam van zijn stiefmoeder was genoeg om hem het koude zweet te doen uitbreken, terwijl hij normaal gesproken zo onverstoorbaar was. Het was inmiddels haast dertien jaar terug dat ze was overleden, maar het leek erop dat Annie vanuit haar graf nog evenveel macht had om ellende aan te richten als toen ze nog leefde. “Het was een natuurlijke doodsoorzaak.”
      "Op haar vijftigste?” Alexa’s blik was ijzig. “Annie was zo sterk als een os. Ik geloof al die onzin over een beroerte niet en ik geloof niet dat jij een geschikte vader bent voor Harry. Ik heb van begins af aan tegen Anne gezegd dat ze bij de Rhodes’ uit de buurt moest blijven.”
      Leroy klemde zijn kaken op elkaar bij die diepgewortelde haat. De afgelopen twaalf jaar was hij zo veel mogelijk weg gebleven uit Lassiter en wat hem betrof, zou hij nooit zijn teruggekeerd. De Selley’s waren oud geld, net als de Rhodes’ - ooit - maar de Rhodes’ hadden altijd de neiging om teveel te drinken. Voor Alexa was het altijd een schande geweest in verband te worden gebracht met de familie Rhodes.
      “Geloof maar wat je wilt,” zei hij nors, “maar als je probeert de voogdij over Harry te krijgen, ga ik langs bij de White Moons. Harry is nog altijd British. Zijn vader mag dan dood zijn, maar de familieband is sterk. Ze zullen allemaal over je heen vallen.”
      Alexa Selley’s uitdrukking veranderde van ijzige hooghartigheid in frustratie. Hij ving een glimp van tranen op en ervoer een moment van mededogen, maar hij kon het zich niet veroorloven te verzwakken. Ze had nooit onder stoelen of banken gestoken dat ze hem niet mocht, maar de White Moons boezemden haar angst in. Alexa wist dat als Harry bij Leroy bleef, ze contact met hun kleinzoon konden houden, maar als hij de voogdij verloor aan de White Moons, was ze ervan overtuigd dat zij en Brian de jongen nooit meer zouden zien.
      Ten onrechte, want de White Moons waren fatsoenlijke mensen, alleen waren ze arm. Als het nodig was, zouden ze de strijd aangaan omwille van Harry, maar met twee ongetrouwde inwonende dochters - met in totaal zeven kleinkinderen en nog een aantal op komst - was nog een ontheemd kind wel het laatste wat het oude stel kon gebruiken.
      Brian Selley hief zijn hoofd op en keek Leroy recht aan, zijn blik melkachtig door de grauwe staar. De bejaarde man was praktisch versteend, zijn trekken bevroren na de laatste beroerte. Een oog flakkerde alsof hij knipoogde, de vingers van zijn rechterhand bewogen spastisch en er steeg een doordringende stank op in de kamer.
      Vol weerzin rimpelde Alexa haar neus. Ze mompelde iets naar haar echtgenoot, maar nu de darmbeweging voorbij was, zakte de kin van de oude man terug op zijn borst. Hij was alweer in slaap.
      “Harry blijft bij mij,” zei Leroy tandenknarsend. Voor geen goud zou hij zijn stiefzoon in dit huis laten wonen. Niet voor niets was Anne op haar vijftiende weggelopen. Opgesloten in dit mausoleum met Alexa en Brian zou ze gek zijn geworden.

      Even later snoof Leroy de heldere, warme lucht van de herfstdag op terwijl hij in de cabine van zijn truck stapte en de wagen in de versnelling zette.
      Harry zette zijn rugleuning overeind, klikte zijn veiligheidsgordel vast en staarde uit het raam terwijl Leroy wegreed, zijn hoofd constant draaiend terwijl hij de voorbij stromende auto’s aanwees. Hij zag een grote kraanwagen, maar in plaats van het model en jaar te noemen, werd zijn gezicht bedachtzaam.
      Zijdelings wierp Leroy een blik op het jongetje dat het middelpunt van zijn bestaan was geworden. “Ja, ik moet binnenkort weer aan het werk.”
      Op de een of andere manier. Over tien dagen. En totdat ze naar Beaumont vertrokken, zou hij het druk hebben met de zoektocht.
      Hij had Anne al leren kennen toen ze allebei nog kinderen waren geweest en zelfs in al de jaren dat ze van de ene naar de andere relatie was gefladderd voordat ze met elkaar waren getrouwd, was ze nooit zo lang weggeweest.
      Haar verdwijning was verontrustend, zowel voor hem als voor de politie. Anne had zielsveel van haar zoon gehouden; het was niets voor haar om hem zomaar achter te laten. De laatste keer dat ze was gezien, was toen ze haar ouders had bezocht, nadat de oude Selley een reeks beroertes had gehad en ze hadden gedacht dat hij eraan zou bezwijken. Anne was een paar dagen bij haar ouders gebleven en was toen weer op huis aangegaan - alleen was ze daar nooit aangekomen.
      Leroy had bij alle mogelijke familieleden navraag gedaan, inclusief de White Moons, met het onwaarschijnlijke idee dat ze had besloten in Mississippi langs te rijden voor een bezoek, maar hij had overal hetzelfde antwoord, dat ze haar niet gezien hebben.
      De politie had hem verhoord, maar zonder lijk konden ze hem of wie dan ook geen moord ten laste leggen. Zijn vrouw bleef vermist, en hij en Harry bleven in het ongewisse.
      Het stof stoof op achter de truck terwijl hij het kerkhof passeerde. Zijn vader, Barry Rhodes, lag hier begraven, samen met de twee vrouwen met wie hij getrouwd was geweest: Leroy’s moeder Gabriella en zijn tweede echtgenote, Annie.
      Bij de herinneringen die opwelden, klemde hij zijn handen om het stuur. Zijn moeder kon hij zich maar nauwelijks herinneren. Annie daarentegen zou hij nooit vergeten.
      Hij sloeg een lange rechte weg op die ooit een drukke doorvoerroute was geweest toen de suikerteelt hier nog had gebloeid en alle plantages rond Lassiter vol in bedrijf waren geweest. Wat ooit een welvarend deel van de gemeenschap was geweest, was nu een doods gebied.
      Hoe eerder hij hier weg was, hoe beter. Hij zou nooit meer terugkomen.
      Hij vertrouwde Alexa voor geen cent.
      Op het moment had ze haar handen vol aan het verzorgen van haar oude echtgenoot, maar wanneer die eenmaal overleed, zou ze al haar aandacht op haar kleinzoon richten en wanneer dat gebeurde, wilde Leroy hem zo ver mogelijk bij Lassiter vandaan hebben.
      Hij remde af voor de bocht naar de oprijlaan van de Rhodes-boerderij en zag een vrouw en een klein meisje aan de kant zitten. Het kind leunde tegen de vrouw aan, die tegen een grote rugzak aan hing.
      Automatisch nam hij haar van top tot teen op. Lang donker haar, gemiddelde lengte, slank. Het lange haar klopte, maar de lengte niet. Deze vrouw was zeker een kop kleiner dan Anne.
      Het stof dwarrelde op terwijl hij hen voorbij reed.
      Hij fronste. Er was iets mis met hen…
      Hij schudde het vreemde gevoel van zich af en wierp een blik op Harry, die zich tegen het portier had genesteld en was ingedommeld. De afgelopen twee jaar had hij letterlijk duizenden vrouwen bekeken die ook maar in de verste verte een gelijkenis met Anne vertoonden. Hij had met haar foto gewapperd bij wegrestaurants, busstations, vliegvelden, overal waar ze eventueel langs had kunnen komen. In die tijd had hij met talloze mensen gesproken en eindeloos veel treurige verhalen gehoord. De vrouw en het kind zagen er verloren en vermoeid uit, maar hij mocht zich niet laten afleiden. Harry was zijn eerste prioriteit en om Harry’s veiligheid te garanderen, had hij maar één vrouw nodig en dat was Anne.

Reacties (2)

  • Long

    Ik hou echt van de mysteries die hier aan opgaan.:9~

    2 jaar geleden
  • FollowYourDream

    Wauw, dit verhaal is zo mysterieus, maar toch ook zo goed. Je introduceert zoveel personages, maar eigenlijk stoort het nooit. Je omschrijft ze goed!

    Leroy is dan toch geen crimineel! Zoals die politieagent en zoon van Annie zei (ik ben even de naam kwijt..)
    Ik vraag me wel af wie Alexa is. En Anne? Is Anne de vrouw van Leroy. En is Harry hun zoon?

    Topverhaal!

    Xxx

    2 jaar geleden
    • Smexy

      Ik zal het even uitleggen, Anne is de moeder van Harry, Leroy is haar man, maar niet Harry's vader, het is zijn stiefvader. Harry's vader is gewoon Des, maar die bestaat niet in dit verhaal. Brian en Alexa zijn de ouders van Anne, dus Harry's opa en oma.

      En de naam van de politieagent / zoon van Annie is Aiden.

      x

      2 jaar geleden
    • FollowYourDream

      Oh, dankjewel voor de opheldering!
      Ik had al door dat Anne Harry's moeder was, maar ik snapte het niet wat Leroy connectie was met Harry. Dankjewel! Xxx

      2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen