Foto bij Story of the month - Wanneer?

Het thema van deze maand (12/2017) is: sprookjes



Het meisje zuchtte en nam haar notitieboekje vast. Daar stonden ze, allemaal op een rijtje. De bestemmingen die ze reeds had afgestruind, altijd op zoek naar de woorden op haar onderarm. Sophie bracht haar mouw omhoog en zag ze daar staan, altijd aanwezig. In diepe, donkere lijnen stond er op haar arm te lezen 'Wauw, wat mooi'.
Als zestienjarige was ze er erg blij geweest met de zin. Het leek haar makkelijk om op die manier haar lotgenoot te vinden, ze moest simpelweg op zoek gaan naar dingen die mooi waren. De waarheid was echter niet zo simpel. Weer gleden Sophie's ogen over het lijstje in haar notities. Ze had het warme Italië bezocht, Londen, India en zelfs Australië. Ze had trekplijster na trekplijster bezocht, bijna bedolven onder de toeristen. Maar zelfs de lichtjes van Parijs of de slagen van de Big Ben hadden haar niet naar haar lotgenoot gebracht.
Sophie legde haar notitieboekje weg en leunde met haar hoofd tegen het raamkozijn. Buiten zag ze de wolken onder het vliegtuig verdwijnen. Op naar haar volgende bestemming.

Jonathan was opgegroeid met de wetenschap dat ook hij ooit zijn lotgenoot zou ontmoeten. Op zijn zestiende verjaardag zou er, precies zoals bij iedereen, een zin op zijn onderarm verschijnen. Die woorden, die luttele letters zouden de eerste dingen zijn die zijn lotgenoot tegen hem zou uitspreken. En zodra ze dat zou doen, zou hij van haar zijn en zij van hem.
Op de eerste dag van Jonathan's zestiende levensjaar, deed hij echter zijn ogen open en zag hij... helemaal niets. Hij wachtte, wel de hele 24 uur lang, maar zijn bleke onderarm bleef leeg. Eerst had Jonathan gedacht dat het een grap was, dat er iets mis was gelopen. Hij had een stille hoop gekoesterd en bleef soms wel uren naar zijn arm staren. De jaren waren echter verstreken en er was niets gekomen om Jonathan's onderarm te vullen.
Hij had zich er ondertussen bij neergelegd, tot het besef kwam dat de liefde niets voor hem was. Het lot, hoe tragisch dat ook mocht zijn, had ervoor gekozen dat hij maar alleen door het leven moest. Dus vulde hij zijn dagen met het enige waar hij dacht goed in te zijn: schilderen. Hij verslond het ene doek na het andere. Sommigen zeiden dat hij de verf gebruikte als medicijn, om de onzichtbare woorden op zijn onderarm te vergeten. Anderen zeiden dat hij het deed om via beeld zijn lotgenoot te vinden. Wat zijn redenen ook mochten zijn, Jonathan schilderde en schilderde.


Sophie liep de zoveelste luchthaven binnen, om haar volgende vlucht te halen. Deze keer zou haar reis haar naar Noorwegen brengen, naar de zoveelste schoonheid die de aarde te bieden had. Wat was er immers mooier dan het noorderlicht? Sophie voelde het vlammetje van hoop in zich oplichten. Misschien zou ze in het koude noorden eindelijk haar lotgenoot vinden, die de woorden op haar onderarm zou uitspreken.
Sophie had zo vaak het verhaal van haar ouders gehoord. Op haar vader's arm kon je lezen: 'Wat een sprong!'. Het waren precies de woorden die Sophie's moeder had uitgesproken, toen ze beiden in hun twintiger jaren zaten. Haar vader had net een zijwaartse sprong gemaakt, vanaf de schans in de sneeuw. Het antwoord van haar vader stond in sierlijke letters op het vel van haar moeder: 'Gelukkig was er iemand om hem te zien'. Zodra ze de woorden hadden uitgesproken wisten ze het zo zeker als de wetenschap dat gras groen is. Er was geen twijfel mogelijk: ze hadden hun lotgenoot gevonden.
Sophie had enkele jaren gewacht, steeds op zoek naar datgene, dat 'mooie', dat haar lotgenoot zou opmerken en haar dan zou linken aan hem. Tot ze besefte dat ze het in haar thuisland niet zou vinden. Dus ging ze op jacht naar alle mooie dingen in het leven. Ze was heel wat moois tegengekomen, dat wel, maar haar lotgenoot bleef achter.

Jonathan keek peinzend naar het lege doek voor hem. Hij had al enkele dagen het doek onberoerd gelaten, aangezien de ideeën aan hem leken te ontsnappen. Hij had inspiratie nodig - en er was maar één plaats waarvan Jonathan zeker was dat hij inspiratie zou vinden. Hij zocht de weersverwachtingen op en nam toen wat spullen bijeen. Blauw, groen, zilver, wit, rood,... eigenlijk had hij zijn hele verf-repertoire nodig om de kleuren te kunnen vatten op het doek. De noorderlichten waren één van zijn favoriete inspiratie-bronnen.

Sophie nam haar spullen, klaar om te vertrekken naar het busje dat haar naar de uitkijkpost zou brengen, waar ze de meeste kans had op het noorderlicht. Sophie knikte naar de buschauffeur en ging daarna vanachter zitten. Stilletjes aan vulde de bus zich, tot ook de laatste passagier instapte en zich genoodzaakt voelde om naast Sophie te gaan zitten - één van de laatste vrije plekken. Sophie vervloekte zichzelf dat ze niet één van de éénzitjes gekozen had en keek naar de passagier. Het was een goedlachse vrouw, die Sophie hartelijk begroette. Sophie had geen woorden, dus ze knikte enkel.

Er waren teveel mensen. Jonathan zuchtte klagend toen hij zag hoe er een zoveelste busje vol toeristen kwam aangereden, op de berg die hij uitgekozen had. Hij had zijn schildersezel ergens vanachter gezet, weg van de mensen die aan de balustrade stonden. Hij had gemakkelijk een andere plek kunnen kiezen, maar vanaf hier kon je het meer in het dal zien schitteren. Jonathan wist dat - als het noorderlicht zijn hoogtepunt zou bereiken - de kleuren zouden weerspiegelen op de oppervlakte van het water. Het was werkelijk prachtig en vandaag zou Jonathan voor het eerst één van zijn favoriete herinneringen proberen vast te leggen op het doek.
Hij nam de tubes verf bij zich en verdeelde één voor één de kleuren op zijn palet, volledig in gedachten verzonken.


Sophie liep met de groep mensen mee naar buiten, richting de balustrade. Ze keek even vreemd op toen ze de jonge schilder achter zijn doek zag, die peinzend naar de verf voor zich keek. Daarna ging ze aan het houten hek staan en keek rond zich. Er stond een groep jonge mannen naast haar. Elk van hun zou die opmerking kunnen maken, die haar leven zou veranderen. Sophie bracht haar mouw omhoog en las voor de zoveelste keer de woorden, 'wauw, wat mooi'. Misschien vandaag.
Sophie wou zichzelf geen valse hoop geven en richte haar ogen naar het dal, dat ook zonder het noorderlicht oogverblindend was. Van op de berg had je zicht op het meer dat daar beneden lag, volledig bevroren. Rechts en links stonden een paar huisjes, die een warm licht verspreidden en bedekt waren met sneeuw. Boven het kleine dorpje spreidde de hemel zich uit, met wel duizenden sterren. Sophie bedacht zich dat ze nog nooit zoveel van de kleine lichtjes gezien had.
Ze was zo benomen door het zicht op het dal, dat ze het begin van het noorderlicht bijna gemist had. De golven kwamen geleidelijk, als een storm. Ze begonnen als kleine vlekjes, eerst amper zichtbaar. Maar hoe langer de tijd verstreek, hoe meer de vlekjes zich verspreiden, groeiden, tot ze de hemel oplichtten. Blauw, groen, wit, paars schoten over de winternacht. En voor heel even dacht Sophie niet meer aan de mensen rondom zich, of haar potentiële match. Ze kon enkel de kleurrijke golven zien, die de nacht oplichten.

Jonathan's hand bleef voor het doek steken. Hij had groen gemengd met blauw en probeerde op die manier het noorderlicht te vatten in verf. Maar net voor hij het doek wilde beroeren, werd hij tegengehouden door iets wat hij nog nooit gezien had.
Ze had donkere haren, die afstaken tegen haar bleke huid. Haar mond stond lichtjes open en haar ogen waren groot opengesperd. Maar het was niet haar hartvormige gezicht of de vormen ervan dat zijn aandacht trok. Het was het beeld, de uitdrukking van complete verrukking op haar gezicht.
Voor hij het wist verlieten de woorden al zuchtend zijn lippen, net iets te luid: 'Wauw, wat mooi,'
Het meisje draaide zich bruusk om en meteen had hij spijt van zijn uitspraak. Hij had haar gestoord in haar gelukzalige moment. Maar zij, zij leek het niet te deren. Ze draaide de prachtige kleuren de rug toe en liep op hem af met een nieuwsgierige tinkeling in haar ogen. Eventjes, heel eventjes, dacht hij dat dit het was. Dit zou het moment kunnen zijn dat zijn leven voorgoed zou veranderen. Het moment waarop hij zijn lotgenoot zou ontmoeten. Maar één blik op zijn lege onderarm was genoeg om die hoop de grond in te boren.
Het meisje was zich van geen kwaad bewust en liep nog steeds op hem af, tot ze recht voor zijn doek stopte.
'Hé,' stamelde Jonathan. 'Wie ben jij?' Ze keek naar hem op, met een spijtige blik in haar ogen. Haar lippen persten zich opeen. Toen haar vingers de woorden begonnen te vormen, wist hij het. Ze kon niet praten met haar stem, maar haar vingers zeiden eens zo veel. Terwijl haar handen dansten in de lucht, kon Jonathan het voelen. De enorme aantrekkingskracht, het besef dat hem vervulde van top tot teen. Het meisje had geen stem om de zinnen te vormen, maar haar stilte zei genoeg. De leegte op zijn arm behoorde haar toe, net zoals zijn verloren hart.


Reacties (1)

  • Shibui

    Wat mooi!

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen