Foto bij H.46.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Ik hoorde je voor haar zingen’, zegt Evan,’ doe je dat vaker?’
Ik bijt zachtjes op mijn lip.
Het is iets intiems.
Iets privés.
Maar weet hij toch niet al vrijwel alles van mij?
‘Alleen als ze bang is. Of ik bang ben. Vaak allebei.’ zeg ik zachtjes.
‘Ben je bang?’ vraagt hij in een toon die ik niet kan plaatsen.
Ik strijk een lok haar achter mijn oor.
Mijn vingers trillen.
‘Ik weet niet eens meer hoe het is om niet bang te zijn.’
Dan loopt hij naar me toe.
Ik sta met mijn rug naar hen toe, maar voel zijn aanwezigheid.
Dan slaat hij zijn armen om mij heen en ik sluit zijn ogen.
Zijn warmte voelt als een bevrijding.
Dan begint hij te zingen en na een tijdje zing ik mee.
‘You are my sunshine. My only sunshine...’

Midden in de nacht schrik ik wakker.
De schreeuw die in mijn borst opborrelt kan ik maar net binnenhouden.
Ik sta op.
Het is koud in de kamer, de kou van een heldere nacht, maar dat is niet de rede dat mijn handen trillen, ik kippenvel heb, huiver.
Toen ik wakker was, bleef de scène van het koude pistool tegen mijn hoofd maar door mij heen schieten, maar nu blijkt hij mij ook in mijn dromen na te jagen.
Ik weet niet waarom ik niet meteen terug durf naar mijn bed, maar het is wel zo.
Ik loop naar de keuken, naar het raam.
Hoe laat is het?
Vier, misschien vijf uur?
Ik zie aan de bosrand al waar het donker in het oosten plaats maakt voor een oranje streepje licht aan de horizon.
Mijn blik glijd naar de sterren aan de donkerblauwe hemel, naar de lucht, naar het oneindige.
Waar zou mijn moeder op dit moment zijn?
Dan hoor ik een geluid achter me, te plotseling om mijn geest te kunnen dwingen na te denken over mijn reactie.
Ik draai mij gehaast om.
Bang.
Als een opgejaagd dier.
Ik adem scherp in.
Het is Evan.
Wie anders?
Hij haalt een hand door zijn haar, nog steeds half in slaap.
'Gaat het?' vraagt hij een beetje sloom.
Ik wil nee zeggen, vertellen wat er gebeurd is, dat ik misschien wel een moordenaar ben, dat ik het misschien wel zeker weet.
Ik wil dat hij verteld dat alles goed komt, dat het een droom is.
Dat mijn moeder niet bestaat, dat ze niet slecht is, dat Ammay zichzelf niet in slaap hoeft te huilen, dat zijn ouders niet dood zijn.
Ik wil dat hij me wakker maakt.
Maar ik lieg.
'Het gaat wel. Ik werd gewoon wakker en kon niet meer slapen.' zeg ik, hopend dat hij te moe is om te kunnen zien dat ik de waarheid niet spreek.
Blijkbaar is hij dat niet.
Hij schud zijn hoofd.
'Nee. Ík werd wakker en kon niet meer slapen, jíj voelt je ellendig.' doorziet hij me.
Ik kijk weg.
De toon in zijn stem die mij zo veilig laat voelen zorgt ervoor dat ik een zwak moment krijg, dat het voelt alsof ik hem alles kan vertellen en hij het dan oplost.
'Het voelt alsof ik verdrink en iedereen om mij heen gewoon blijft ademen.' zeg ik zachtjes en ik weet niet precies waarom ik hem dat toevertrouw.
Ik draai mijn hoofd nog verder de andere kant op, hoop dat hij niet ziet dat een pijnlijke traan uit mijn ooghoek glijdt.
Hij loopt naar me toe, legt voorzichtig een hand op mijn wang, stuurt mijn gezicht richting de zijne, zodat we elkaar aankijken
Hij kijkt alsof hij pijn heeft.
'Het spijt me zo.' prevelt hij.
Ik bijt op mijn lip, wil opnieuw wegkijken, maar doe het toch niet.
'Het is niet jouw schuld.' zeg ik.
Ik stap naar hem toe en hij vouwt zijn armen om mij heen.
Mijn vingers wrijven zacht tegen het T-shirt dat hij aanheeft en ik leg mijn wang tegen zijn borstkas, laat het ritme van zijn ademhalen mij kalmeren.
'Je zou eens moeten weten.' fluistert hij dan en ik weet niet zeker of het wel de bedoeling is dat ik dat hoor.

Reacties (5)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • Luckey

    Eindelijk

    3 jaar geleden
  • Diago

    Als Gioa en Evan niet verliefd op elkaar worden ga ik mijn schoen opeten

    3 jaar geleden
  • BethGoes

    Nice chapter 👌👌👌

    3 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    Pam pam paaaaam

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen