Tijd om op te stappen. De Hoorn is een goudmijn, maar trekt de dood erger aan dan twee loslopende Beroeps. Ik heb wat ik nodig heb, dus wegwezen hier. Snel veeg ik mijn zwaard nog even vluchtig af aan de kleren van het onbekende meisje, zodat de grijzige schede van het wapen, dat ik net van zijn houder heb gepakt, niet bevuilt wordt met zijn bloed. Het zwaard in mijn hand steek ik in zijn schede, die ik daarna snel om mijn middel gesp. Twee zwaarden voor de zekerheid, ik trek nog een ander zwaard van de wal, en nog eentje om me te verdedigen.
      Voor mijn gevoel ben ik veel te lang in de Hoorn gebleven, maar hier lijkt het pas alsof het gevecht nog maar net is losgebroken. Op mijn hoede zet ik een aantal stappen opzij. Met mijn rug naar het grote zilveren geval achter me gekeerd, doorzoek ik het bijna onoverzichtelijke slagveld naar mijn tengere teamgenote. Hoewel de adrenaline zich als gif door mijn aderen verspreidt, blijf ik er vreemd rustig onder. Het zilveren mes dat op me af komt suizen, ontwijk ik soepel.
      Dan zie ik haar. Diep in de problemen.
      Het blonde meisje is druk in gevecht met de gespierde jongen uit 8. En het ziet er niet goed uit.
      Haastig begin ik me een weg naar haar toe te banen, om andere vechtende tributen heen. Onderweg gris ik een set werpmessen van de grond mee, mijn geest gefocust op het tengere meisje, dat het onderspit aan het delven is. Tegelijk met het klikje dat aangeeft dat de riem van de messen goed om mijn middel zit, besef ik dat ze niet de enige is die in problemen zit.
      Twee stormachtig grijze ogen belemmeren me op mijn weg naar mijn teamgenote toe. Of eigenlijk, het lange mes dat de jongen vasthoudt en dat nu twee centimeter voor mijn keel zweeft. Ik vloek in stilte.
      Voor heel even kijken we elkaar alleen maar aan, misschien allebei hopend dat we dit niet hoeven te doen, dat er nog ergens een spoortje van vriendschap over is. Wetend, dat als de één de ander aanvalt, er ook maar één iemand straks weg zal lopen. Het behuilde gezicht van Cabes broertje verschijnt voor mijn geestesoog. Mijn belofte dat ik goed op Cabe zou letten heb ik ondertussen al gebroken.
      ‘Aderyn.’ Zijn stem klinkt vreemd, bijna gesmoord. Heel even lijkt hij lichtjes te trillen, alsof er een rilling door hem heen trekt bij de gedachte aan wat hij gaat doen. Een mengeling van verdriet en boosheid knijpt echter mijn keel dicht, en weerhoudt me ervan om iets terug te zeggen. Zijn ogen verharden, een hartslag voordat hij zijn dolkachtige mes met kracht in mijn richting duwt.
      Haastig spring ik achteruit om het scherpe metaal te ontwijken en ik ben maar nauwelijks op tijd om zijn volgende uithaal te kunnen blokkeren. Het knarsende geluid van de twee wapens als ze langs elkaar glijden, geeft me de rillingen. Hij is zo ontzettend snel. Zelfs het veel grotere bereik van mijn zwaard geeft me maar nauwelijks een voorsprong.
      ‘Haast ironisch dit, niet? Je hebt nooit echt geweten hoe ik kon vechten.’ Hij zegt het op een terloopse manier en het klinkt bijna nonchalant, maar zijn ogen staan koud en hard. ‘Niet getreurd, je lieve Florian zal je vast graag vergezellen in de Hel.’
      ‘Oh, nu gaan we ineens de eikel uithangen? Zal ik eerst een potje je-kunt-mijn-rug-op-thee zetten?’ Een spottende lach verlaat mijn lippen. ‘Doe je best, jongen.’ Zijn blik verdonkert.
      ‘Zoals je wilt.’ Een onaangename grijns speelt rond zijn lippen als hij zonder waarschuwing fel uithaalt. Ik duik eenvoudig weg, zoals bij elke uithaal die hij maakte in de trainingszaal van de Klem. Het tweede mes in zijn linkerhand zie ik echter pas als het al bijna te laat is. In een wanhopige poging aan het dodelijke ijzer te ontsnappen werp ik me naar achteren, maar het mes raakt me nog net. Het wapen maakt een kleine snee boven mijn wenkbrauw, waarna er iets warms en kleverigs over mijn gezicht stroomt. Een metalige smaak verspreid zich door mijn mond terwijl ik met mijn rug hard de grond raak. Het mes dat naar mijn hoofd schiet weet ik maar net te ontwijken, zodat het met een luid gekletter op de grijze grond terecht komt. Ik krijg maar net genoeg tijd om weer rechtop te komen, voordat hij opnieuw aanvalt.

Reacties (3)

  • Samanthablaze

    Ik ben niet vaak team Adey, maar in dit gevecht wel. Go Adey!

    3 jaar geleden
  • Slughorn

    Je lieve florian (': gezellig. Zal ze leuk vinden die zin!
    Oh help! Kom op Adey!

    3 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Ik was al bang dat je niet meer verder ging. Top verhaal!

    3 jaar geleden
    • ProngsPotter

      Hahaha, het heeft wat stil gestaan, maar ik ga dit sowieso afmaken ^^

      3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen