Het eerste wat ik deed toen ik opgestaan was, was kijken of Jonathan en Jinnie veilig waren. Maar door de hoek kon ik de balk nergens zien en het was te gevaarlijk om te gaan roepen. Wat ik in elk geval wel wist wat ik moest doen, was om ze zo snel mogelijk terug te vinden. Ik begon te lopen, continu om me heen kijkend of er iemand was die me iets aan kon doen. Pas nadat ik twee rondjes was gelopen kwam ik er achter dat ik in cirkels liep en nog steeds nergens en trap of een doorgang had gevonden. Maar eigenlijk durfde ik geen kamers in. Er brandden lampen op de verdieping, wat betekende dat dit gedeelte van het huis niet ongebruikt was. En aangezien ik geen flauw idee had hoe veel mensen er van die bende bestonden, konden ze zo goed als overal zitten. Wat als ze mij te pakken kregen en me in zo’n koelcel gooiden!? De verdieping was op de deuren naar kamers en een kar met een aantal lege dozen leeg. Nergens een trap of een ladder te bekennen. Ik wou net mijn hand op een deurklink leggen toen ik een deur hoorde opengaan aan de anderen kant van de verdieping. Vertsop je, idioot! Ik keek in paniek om me heen en toen viel mijn blik op de kar met lege dozen. De voetstappen kwamen dichterbij, ik had geen keuze meer. Zo snel als ik kon sprong ik in de grootste doos en trok de flappen dicht. Ik had verwacht dat na een paar seconden mijn kieën zeer zouden gaan doen door het lange zitten op de harde grond in zo’n positie. Maar hoe langer ik zat, hoe gewichtlozer ik leek te worden. Het was alsof ik viel, maar dan langzaam en rustig alsof ik in de ruimte of op een maan was. (Chastrifol heeft net als Aarde ook gewoon een maan) En toen kwam ik neer. Ik zat niet meer in de doos, en alles was even donker. Er schoot een pijn door mijn knieën waar ik op neer was gekomen en waarschijnlijk bloedde ik en was mijn broek gescheurd. Langzaam werd de kamer lichter en ontstond er een gedaante in het donker.
Ik kon het niet meer aan, na alles wat was gebeurd was dit het laatste wat ik wou tegenkomen. Het was een reusachtige, pikzwarte slang. En met reusachtig, bedoel ik ook echt réúsachtig. Zijn kop kwam tot het plafond die wel drie meter hoog moest zijn. De slang zijn ogen gloeiden donkerblauw in het schemerduister wat steeds lichter werd. Mijn adem versnelde en zo deed mijn hart. ‘Is dit echt?’, fluisterde ik in paniek. What the fuck is this place? ‘Dat is aan jou om te beslissen. Maar wat maakt het uit? Waarom obsederen mensen zo erg over of dingen echt zijn terwijl wat werkelijk uit maakt is wat je er mee kunt?’ Als het niet zojuist een reusachtige slang was geweest die dat tegen me gezegd had, had ik misschien nog even verward de tijd genomen om na te denken over wat hij had gezegd. ‘J-Je kunt praten?’ ‘Wat hoor je me anders doen?’ ‘Waar ben ik?’ ‘Waar je bent maakt niet uit, wat uit maakt is waar je naartoe wilt.’ Waarom bleef de slang steeds van die vage dingen zeggen? Een waarom zei de slang überhaupt dingen!? ‘Ik wil hier weg. Ik wil terug naar mijn vrienden.’ De slang bewoog dichterbij. ‘Laat me je bijten.’ Meteen stapte ik achteruit en paniek kroop op in mijn borst. ‘W-Waarom w-wil je dat?’ Wat een domme vraag, het was een vieze serpent en ik was een zwak mens, natuurlijk wou hij me gebruiken als maaltijd. ‘Je wilt hier toch weg?’ ‘Maar ik wil niet dood!’ De slang siste geïrriteerd. ‘Je gaat niet dood. Mijn gif veroorzaakt hallucinaties waardoor je door de magische camouflages heen kunt kijken.’ ‘M-Magische camouflages?’ ‘Alle verborgen doorgangen en deuren, hoe denk je anders dat je hier bent gekomen? Hoe die criminelen zich zo snel en gemakkelijk door het huis bewegen?’ ‘Heb jij hun geholpen en gebeten?’ ‘Ik ben gecreëerd door hun om dat te doen. Het is niet dat ik veel keuze heb.’ ‘Waarom zou je mij dan willen bijten als je door hun gecreëerd bent?’ De slang leek zich erg aan mij te ergeren; hij zat nog net niet met zijn ogen te rollen. ‘Kind. Ik ben een serpent, wat maakt het mij nou uit of ik je help of niet, ik houd van mensen bijten hoe sadistisch dat ook klinkt.’ Ik deinsde langzaam achteruit, twijfelend. Wat als hij loog? En misschien zou het gif mij niet doden, maar als ik door die reusachtige tanden gebeten zou worden, zou ik als nog doodbloeden. ‘Dus?’, drong de slang op. ‘Ik.. Ik weet het niet. Je.. ehm.. je tanden zijn nogal groot..’ Alsof hij een ballon was die leeg liep, krom de slang tot het formaat van een normale slang, maar toch nog aan de dikke, angstaanjagende kant. Ik gaf een luide gil van schrik en pijn toen de slang zonder waarschuwing met een laag sissend geluid op me af dook, me tegendeel grond smeet en zijn tanden in mijn nek boorde. Een stekende pijn gloeide in mijn nek, en er vloeide een licht gevoel door mijn lichaam als koud water. Mijn hoofd begon te tollen en ik maakte een laag kreunend en snikkend geluid door de pijn in mijn nek. Het was alsof de vloer onder me weg viel, ik voelde me losgescheurd van de realiteit en vreemd licht maar toch zwaar tegelijkertijd. Alsof ik zweefde, maar er een zwaar kussen zich op me drukte. Langzaam keerde ik weer terug naar de realiteit en de pijn in mijn hals werd iets dragelijker. De slang was nergens meer te bekennen.

Reacties (4)

  • aarsvogel

    Wooow, dit is wel echt heel gaaf! Maar nu kan hij overal doorheen kijken, toch? Wat als een van die mensen dan op de wc zit? Dat is eigenlijk best wel pedo... vreemde slang dit...

    Leuk hoofdstuk, verder!

    3 jaar geleden
  • Butterflygirl

    Huh ik snapte het niet haha.

    3 jaar geleden
  • Shibui

    Wooow!

    3 jaar geleden
  • LaLoba

    wooow cooool

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen