Een ijzige kou slaat me in mijn gezicht, als Naeve me ingehaald heeft en we eindelijk de gang uit zijn. Een grote ijsvlakte strekt zich voor ons uit en de moed zakt me in de schoenen. IJs. Het heldere zonlicht weerkaatst echter niet op het vlakke ijs, wat ervoor zorgt dat we wel rond kunnen kijken zonder sneeuwblind te worden. Ontzet laat ik mijn ogen langs de helderwitte omgeving glijden. Sneeuw. We dragen een dun shirt, en dan krijgen we sneeuw? Achter me wrijft Naeve huiverend over haar armen. Wel ontzéttend leuk hoor, dat we een T-shirt hebben gekregen. Dat helpt ook zo geweldig goed tegen de kou.
      Vlak voor ons, strekt een prachtig diepblauw meer zich uit. Wonder boven wonder is het niet bevroren, wat betekent dat de temperatuur hier boven het vriespunt moet liggen. Hoe de sneeuw dan niet smelt is weer een ander raadsel, tenzij één van tweeën met zout hun vriespunt omlaag hebben gebracht.
      Zo heel vaak sneeuwde het niet, in District 1. Het weinige wat ik er van wist lijkt hier ook niet van toepassing. Als je wilde dat sneeuw smolt, ondanks dat de temperatuur te laag was om het proces natuurlijk plaats te laten vinden, moest je er zout op strooien. Het goedje zorgde ervoor dat het punt waarop het water in haar kristalvorm blijft, lager komt. Zo kon het dus twee graden onder nul zijn, waarbij de sneeuw blijft liggen, maar kon je met zout toch zorgen dat het witte spul smolt.
      Half en half was ik van plan naar het meer toe te lopen en te kijken of het water zout of zoet was- of vergiftigd, toen Naeve iets zei en me op die manier weer op haar aanwezigheid attendeerde.
      ‘Wat een vreselijke kou. Zullen we teruggaan, of hopen dat we hier ergens beschutting kunnen zoeken? Jagen op de rest heeft hier niet zo heel veel zin en in de gangen al helemaal niet.’ En zelfs als we teruggingen en naar een ander deel van de Arena zouden gaan, zouden we toch in het nadeel zijn zodra we de open vlakte bij de Hoorn moesten oversteken.
      ‘Terug is niet echt een optie, laten we hier maar er het beste van maken.’ Het meisje knikt even bedachtzaam.
      ‘Ik heb dorst,’ verklaart ze dan. ‘Heb jij water?’ Ja. Ga ik je dat geven? Nee. Vaagjes gebaar ik wat naar het meer.
      ‘Als je dorst hebt, is daar water. Geniet ervan.’ Schijnbaar zonder erbij na te denken wapper ik wat met mijn hand naar het blauwe meer, het feit schíjnbaar negerend dat het wel eens giftig kan zijn. Het blonde meisje knikt en maakt aanstalten naar het meer te lopen.
      Als ik mijn blik naar de grond richt, maan ik haar echter meteen tot stilstand. Ze haalt even geïrriteerd haar neus op. Als ze het niet zo koud had gehad, had ze waarschijnlijk haar handen snibbig in haar zij gezet.
      ‘We zijn hier niet de eersten.’ Onbewust heb ik mijn stem laten dalen tot een zacht gefluister. Naeve kijkt me onbegrijpend aan en blikt even om zich heen. Geluidloos wijs ik naar de diepe voetstappen, die eerdere tributen hebben achtergelaten in de maagdelijke sneeuw. Misschien beeld ik het me in, maar nu we zelf geen geluid meer maken, denk ik ook in de verte geroezemoes te horen. Of in ieder geval iets, dat de anders perfecte stilte verstoort.
      Beiden meteen op onze hoede klemmen we onze lippen op elkaar en nemen de zachte tred aan, die men gebruikt als je onopgemerkt ergens wil komen. Behoedzaam plaats ik mijn voeten precies in de holtes die de twee tributen voor ons hebben gemaakt. Je weet immers maar nooit welke ‘verrassingen’ zich onder de ongerepte sneeuw verschansen.

Reacties (4)

  • Samanthablaze

    Het ergste is nog wel dat Naeve en Adey, ondanks alle irritaties, nog steeds een zoveel beter team zijn dan Chris en Jamaia

    3 jaar geleden
  • Altaria

    Sneeuw en een t-shirt. Weetje ik heb het vermoeden dat ze nog wel voor wat meer verrassingen komen te staan met die kleding....

    3 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Geweldig! Zo veel spanning! Heftig de sneeuw

    3 jaar geleden
  • fin_de_vers

    Oeh, sneaky

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen