Zodra we het besneeuwde landschap achter ons hebben gelaten en uit de wind zijn, gaat het al bijna meteen een stuk beter. Of wel, het lopen is een stuk aangenamer dan voorheen. De temperatuur loopt ook nog op naarmate we dichterbij de Hoorn komen, wat ervoor zorgt dat we de kou al snel weer vergeten zijn. In mijn herinnering zouden we nu ongeveer halverwege de gang moeten zijn, en ik vind het wel tijd voor een spleet waar we in kunnen schuilen. Niet te dicht bij de Hoorn, en ook niet te dicht bij het ijzige landschap.
      De ruimte waar we in terecht komen is spookachtig verlicht. Er is geen lichtbron te zien, maar desondanks is het er wel. Het lijkt haast uit de muren van massief steen te komen, wat natuurlijk onzin is en ook onmogelijk.
      Als ik mijn blik omhoog richt, vallen me ineens de in steen gekerfde lijnen op. Geïntrigeerd volg ik de vreemde lijnen met mijn blik. Naeve komt naast me staan en kijkt vragend ook omhoog.
      ‘Een kompas,’ merkt ze na een seconde of twee op. Verbaast bekijk ik de tekening nog wat beter. En inderdaad, de lijnen vormen samen een kompas dat de vier verschillende windrichtingen aangeeft. Naeve wendt haar blik weer af.
      ‘Leuk gevonden, maar we hebben er niet echt veel aan.’ Onverschillig gaat ze zitten en ik rol met mijn ogen. Het zou ook eens niet.
      Bij nader onderzoek blijkt de ‘’grot’’ in werkelijkheid onderdeel te zijn van een complex gangenstelsel, waar ik me, zelfs met de draad van Ariadne niet in zou willen wagen. De draad van Ariadne komt uit een oud verhaal, dat mijn vader me wel eens had verteld. Het verhaal komt uit de Griekse mythologie, had hij gezegd, naar me knipogend hoewel ik toen nog niet eens wist wat dat was. In het verhaal ging het ook om een doolhof, dat zo was ontworpen dat de weg terug vinden, onmogelijk was. De architect van het doolhof had echter zelf een uitweg bedacht, voor het geval dat. Nadat hij inderdaad in het doolhof werd gegooid, is hij met de draad ontsnapt. De draad van Ariadne knoopte men dan vast bij de ingang, waarna men het doolhof betrad. Eenmaal de weg kwijt, kon je de draad gewoon weer volgen en op die manier weer levend uit het doolhof komen.
      De draad gaf hij aan een meisje, de dochter van koning Minos, die de architect zowel de opdracht voor het doolhof had gegeven, als het bevel om hem erin op te sluiten. Het meisje, Ariadne, bewaarde de draad goed, tot op een zeker moment.
      Vanaf hier werd het verhaal een beetje vaag, aangezien ik niet alles meer wist. Een jongeman wilde, of moest, ook het doolhof in, om het gedrocht dat er leefde te bestrijden en te doden. Ariadne, die verliefd op de jongen was geworden, had besloten hem te helpen en legde hem het geheim achter de draad uit. Ze zou hem de draad geven, op voorwaarde dat hij met haar zou trouwen als hij er levend uit kwam. Hij had het aan haar beloofd, ging het doolhof in met de draad, won van het monster –een minotis, minotaurus, iets in de trant- en wist door de draad van Ariadne de uitgang weer terug te vinden.
      Maar zelfs als ik zo’n draad had gehad, zou ik me er niet in wagen. Met nog dertien andere tributen, die misschien het verhaal ook kenden en de draad kapot zouden maken, of nog erger, het volgen en bij mij uit zouden komen, vond ik het te gevaarlijk.
      Bovendien, bedenk ik me, terwijl ik tegen de muur leun en me langzaam naar beneden laat zakken tot ik op de grond zit, waar zou ik een draad vandaan moeten halen? Nee, het lijkt me een stuk veiliger om gewoon hier te blijven, zodat ik de weg nog enigszins weet. Mijn handen beginnen te tintelen, ten teken dat de bloedsomloop weer iets op gang komt na die kou. Vragend kijk ik even naar Naeve, die met haar armen loopt te zwaaien. De onuitgesproken vraag beantwoordt ze met arrogant opgetrokken wenkbrauwen.
      ‘Zo kom je sneller van dat tintelende gevoel af.’ Verduidelijkt ze. Ik haal mijn schouders op en laat haar maar begaan. Zonder verder nog op het blonde meisje te letten, haal ik de groene rugtas van mijn schouders af, en bekijk de inhoud. Zonder blikken of blozen haal ik de gevulde waterfles uit mijn rugzak, zonder er ook maar iets om te geven dat ik Naeve uit een misschien giftig meer had laten drinken. Bij het zien van de fles knijpt het meisje haar lippen op elkaar, maar zegt geen woord.
      De andere schatten die de rugtas blijkt te bevatten, zijn meer dan geweldig.
      Als eerste haal ik er een groot pak crackers uit, met noten en bespikkeld met verschillende soorten graan. Ze lijken wel een beetje op de crackers die mijn moeder altijd at, die volgens haar ontzettend gezond zijn. Maar het belangrijkste, ze vullen volgens haar enorm en zijn een goede maaltijd.
      Het volgende voorwerp lijkt een soort bruinige koek te zijn, die een beetje kruidig ruikt. Daarna verschijnt er een bakje met verschillende soorten noten. Samen met het water lijkt dit gewoon een complete overlevingstas, om niet door uitdroging of verhongering te sterven. Een kleine, maar dan draagbare Hoorn des Overvloeds.
      Een paar appels, nog zo een kruidige koek, en een paar spullen waar ik de naam ook niet van weet, mijn vermoeden was inderdaad juist. Een rugzak gevuld met eten. In mijn eentje zou ik het hier zeker een dag of vijf mee uit kunnen houden, maar helaas ben ik niet alleen. Op de bodem vind ik, als ik even graai hopend op een paar lucifers ofzo, nog een aantal mueslirepen, genaamd ‘’Heahi-Energy’’, waaruit ik maar afleid dat het veel energie geeft.
      Geen survival-spullen dus. Als ik vragend naar Naeve kijk, haalt die haar schouders op en laat me haar twee messen zien. Of eigenlijk; het ene mes dat ze zelf heeft meegenomen en het mes van Cabe dat ik aan haar heb gegeven. Juist ja. Nogal teleurstellend.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen