Tot na het vallen van de avond zijn we in onze grot gebleven. Na verloop van tijd was het licht hier in de gangen gaan vervagen, bijna alsof het kunstmatige licht hier binnen ook verdwijnt bij het vallen van de avond. Nu kan je alleen nog maar vage omtrekken zien en valt Naeve alleen op door haar witte shirt.
      De roestbruine bloedvlekken op haar shirt zijn echter erger geworden sinds we het bloedbad achter ons hebben gelaten, en het ziet ernaar uit dat het meisje gewond is. Ergens vraag ik me af of ze ook er ook maar iets aan heeft gedaan. Het zou me niet eens verbazen als het meisje niet eens wist hoe ze haar wonde moest verbinden.
      ‘Naeve, wat is er met je schouder?’ onderbreek ik haar gedachten. Al een tijdje heeft het meisje niets meer gezegd en heeft ze alleen maar voor zich uit zitten staren. Bij het horen van mijn stem kijkt ze op en haar hand gaat bijna onbewust naar de bebloede plek.
      ‘Flynn heeft er een mes in gezet,’ antwoordt ze luchtig.
      ‘Een més? Waarom heb je er nog niets aan gedaan?’ Ze lijkt mijn ontzetting niet te snappen, eveneens het feit dat ze ons team verzwakt door niets aan haar wonden te doen. ‘Weet je überhaupt hoe je een wond moet verbinden?’ Nu schiet ze verontwaardigt overeind.
      ‘Natuurlijk wel. Ik heb er allang geen last meer van, dus wat maakt het uit. En we hebben toch geen verband.’ Fel staart het meisje me aan.
      ‘Dan gebruik je de onderste rand van je shirt,’ sis ik, waarna ik uitermate gefrustreerd naar de smalle opening naar de Gang toeloop. Het meisje trekt een vreemd bedachtzaam gezicht en trekt daarna inderdaad haar mes tevoorschijn. De neiging om gewoon weg te lopen en het kind hier achter te laten, onderdruk ik knarsetandend, wetend dat ik toch nooit verder kan komen dan die vervloekte honderd meter. Ik werp een blik de lege Gang in. Ook daar is het ondertussen zo donker dat je bijna geen hand voor ogen meer kan zien en alleen door goed te luisteren kan bedenken waar andere tributen zich zouden kunnen bevinden. Achter me klinkt het scheurende geluid van stof, als Naeve haar wond provisorisch probeert te verbinden.

Het moet iets voor middernacht zijn, als we ze horen. Een ander team dat door deze gang heen komt. Woordeloos springen we allebei overeind en open zacht en geruisloos naar de spleet toe. De rugzak slinger ik meteen om mijn schouders. Doodstil wachten we tot ze voorbij zijn, allebei vervuld met adrenaline, die bij de jacht hoort.
      Het zijn twee jongens, hoor ik aan het hele korte gesprek dat ik opvang. Even kan ik de stem niet helemaal plaatsen, totdat Naeve zich naar me toe draait en bijna onhoorbaar een naam in mijn oor fluistert.
      ‘Samuel.’ En Florian, voeg ik er zelf gelijk aan toe. Een grijns valt op mijn gezicht en Naeve’s ogen lijken te glimmen in het schaarse licht. We hebben geen woorden nodig om te beslissen wat we nu gaan doen. Dit is waar we voor getraind hebben.
      Voorzichtig komen we achter de jongens aan. Zonder een woord met elkaar te spreken, en op de juiste afstand zodat we gehuld zijn in de schaduwen. Het bloed bonst in mijn oren, hoewel in plaats van nervositeit, er louter opwinding door me heen stroomt.
      Het lijkt niet eens nodig om echt zacht te doen, bedenk ik me, grijnzend om hun stommiteit. De twee jongens lopen op hun dooie gemakje door de donkere gang, zonder ook maar een paar keer achterom te kijken. Het helpt ook dat ze zo’n dertig tot twintig meter voor ons lopen. Door al het wit van ons shirt is het niet verstandig om dichterbij te komen, mochten ze toch nog een keer omkijken. De enige manier waarop we kunnen weten dat de jongens niet in een spleet in de Gang verdwijnen, is door het geluid van hun voetstappen dat doorklinkt als wij even halt houden om te luisteren.
      Maar zelf maken onze voeten ook geluid, hoewel minder. Maar genoeg om te kunnen horen als zij even stil zouden staan, om eventuele achtervolgers op te merken. Maar daarvoor moet je wel goed luisteren. Het zijn de Hongerspelen, niet de ik-tik-je-af-nu-mag-je-niet-meer-meedoen-Spelen. Dat Florian dat feit negeert is tot daaraan toe, maar Samuel zou beter moeten weten.
      Ondertussen heeft ons oplettende team de Hoorn al bereikt. We staan te ver van ze af om te kunnen horen, maar ze verdwijnen iets later in de duisternis van de open plek. Nu kunnen we eindelijk terrein winnen.

Reacties (1)

  • Slughorn

    Oeh spannend ^^

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen