Foto bij H.48.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk: 'Je doet zo raar. Die blikken. Je hebt ergens spijt van. Je hebt me verraden. Het kan niet anders. Waarom anders zou je mij echt willen helpen?'
Heel even ben ik stil, trilt mijn onderlip en weet ik niet meer zo zeker of ik wel echt huil uit boosheid.
'Waarom anders zou je om mij geven?'
Hij zet de boodschappentas neer en wrijft over zijn gezicht.
'Gioa... ik... dat is het niet.' zegt hij.
Ik bijt op mijn onderlip, weet niet zeker of ik het wel geloof.
'Wat is het dan wel?' vraag ik zachtjes.
Even sluit hij zijn ogen, zijn vingers trillen.
Dan opent hij zijn ogen en even overvalt zijn blik me, alsof ik vergeten was dat zijn irissen zo'n diepe kleur bruin hadden, zo doortastend.
'Ik heb gelogen.'

Moet ik blij zijn dat hij me niet verraden heeft?
Ik weet niet wat hij verwacht.
Ik weet niet wat ík verwacht.
Gelogen?
Over welk deel heeft hij precies gelogen?
Ik zet nog een stap bij hem vandaan.
Hij wilt naar mij toe stappen, mijn schouder aanraken.
‘Raak me niet aan!’ sis ik,’ Waarover heb je gelogen?’
Zijn ogen zijn verschrikkelijk wanhopig.
Bijna heb ik medelijden met hem.
Bijna.
‘Mijn ouders...’ zegt hij, komt vast te zitten in het net van alles wat hij wel of juist niet wilt zeggen.
Mijn ademhaling is zwaar.
Het voelt alsof de wereld in vuur en vlam staat en ik in een soort glazen kom afgeschermd zit, zie wat er gebeurd maar niets kan doen, niemand kan helpen, niemand míj kan helpen terwijl de zuurstof in mijn glazen gevangenis opraakt.
Alles is een tikkende tijdbom.
‘Wat?!’ snauw ik, spuug ik uit, alsof de woorden van zuur zijn en ik ze weg wil hebben.
Hij spant zijn kaakspieren aan en draait zijn hoofd de andere kant op, kijkt weg.
‘Het is niet gegaan zoals ik zei ze zijn vermoord tijdens een inbraak, niet een auto-ongeluk.’ zegt hij, snel, zonder pauze tussen de twee zinnen, alsof hij het veracht en uit zijn systeem wilt duwen.
O. is het eerste wat er door mijn hoofd schiet. Het is niet eens een groot leugen.
Zijn ouders zijn nog steeds dood, alleen is zijn moeder niet omgekomen in een auto-ongeluk en heeft zijn vader geen zelfmoord gepleegd.
Het leugen is niet groot, de betekenis wel.
Hij heeft zijn ouders misschien wel vermoord zien worden.
Was hij erbij?
Zag hij het gebeuren?
Wat hem overkomen is moet wel verschrikkelijk zijn, zeker als hij er daadwerkelijk ook bij was, maar ik kan de golven woede die mij overspoelen moe tegenhouden.
Hij heeft gelogen.
Het slaat negens op en de enige rede dat hij überhaupt de waarheid weigerde te vertellen is omdat hij waarschijnlijk niet wilde dat ik echt zijn grootste geheim wist, dat hij zichzelf vertelde dat het beter was dat ik een verschrikkelijk leugen geloofde in plaats van een verschrikkelijke waarheid.
Maar het verandert niets aan dat ik hem mijn kwetsbaarste geheim verteld heb en hij heeft gelogen, omdat hem dat makkelijker leek, of minder pijnlijk, of wat dan ook.
‘Klootzak.’ valt er uit mijn mond voor ik er ergen in heb.
En dan is hij opeens ook boos, of in ieder geval gefrustreerd.
‘Wat dacht je dan?! Je kan toch wel begrijpen dat...’ hij stokt in zijn eigen woorden en we kijken elkaar een paar seconden aan voordat hij verderschreeuwt,’ Ik dacht niet dat jouw geheim erger was dan het mijne en ik... ik wilde niet dat iemand... ik dacht dat...’
Ik duw hem tegen zijn borst en hij struikelt een paar stappen achteruit.
‘Wat?! Wat dacht je?! Dat het oké was om het laatste restje vertrouwen binnenin mij te vernietigen?!’ ik neem even de tijd om de tranen uit mijn ogen te wrijven,’ weet je, Evan, het probleem is niet eens dat je loog. Je dacht niet dat het mijne niet net zo erg was. Prima, maar het punt is dat je het daarna niet alsnog verteld hebt. Dat je bleef liegen. Het is niet eens heel belangrijk, maar...’ ik slik, mijn onderlip trilt even,’ ik dacht dat ik je kon vertrouwen.’
Hij bijt op zijn lip en weet even niet wat te zeggen, net als ik.
Als we oogcontact maken ziet hij er maar gebroken uit.
‘Gioa... dat kan je ook.’ probeert hij nog, maar ik schud mijn hoofd.
‘Laat maar, Evan. Gewoon... ik... blijf gewoon uit mijn buurt.’ zeg ik en draai me dan om.
Wanneer ik weg begin te lopen vraag ik mij af wat pijnlijker is; dat hij mij niet achterna komt, of dat ik misschien wel wil dat hij dat doet.

Reacties (4)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen