Foto bij H.49.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Mijn ouders. Het is niet gegaan zoals ik zei ze zijn vermoord tijdens een inbraak.’ zegt hij, snel, zonder pauze tussen de twee zinnen, alsof hij het veracht en uit zijn systeem wilt duwen.
O. is het eerste wat er door mijn hoofd schiet. Het is niet eens een groot leugen.
Zijn ouders zijn nog steeds dood, alleen is zijn moeder niet omgekomen in een auto-ongeluk en heeft zijn vader geen zelfmoord gepleegd.
Het leugen is niet groot, de betekenis wel.
Hij heeft zijn ouders misschien wel vermoord zien worden.
Was hij erbij?
Zag hij het gebeuren?
Wat hem overkomen is moet wel verschrikkelijk zijn, zeker als hij er daadwerkelijk ook bij was, maar ik kan de golven woede die mij overspoelen moe tegenhouden.
Hij heeft gelogen.
Ik heb hem mijn kwetsbaarste geheim verteld en hij heeft gelogen, omdat hem dat makkelijker leek, of minder pijnlijk, of wat dan ook.
‘Klootzak.’ valt er uit mijn mond voor ik er ergen in heb.
En dan is hij opeens ook boos, of in ieder geval gefrustreerd.
‘Wat dacht je dan?! Je kan toch wel begrijpen dat...’ hij stokt in zijn eigen woorden en we kijken elkaar een paar seconden aan voordat hij verderschreeuwt,’ Ik dacht niet dat jouw geheim erger was dan het mijne en ik... ik wilde niet dat iemand... ik dacht dat...’
Ik duw hem tegen zijn borst en hij struikelt een paar stappen achteruit.
‘Wat?! Wat dacht je?! Dat het oké was om het laatste restje vertrouwen binnenin mij te vernietigen?!’ ik neem even de tijd om de tranen uit mijn ogen te wrijven,’ weet je, Evan, het probleem is niet eens dat je loog. Je dacht niet dat het mijne net zo erg was, prima, maar het punt is dat je het daarna niet alsnog verteld had. Dat je bleef liegen. Het is niet eens heel belangrijk, maar...’ ik slik, mijn onderliep trilt even,’ ik dacht dat ik je kon vertrouwen.’
Hij bijt op zijn lip en weet even niet wat te zeggen, net als ik.
Als we oogcontact maken ziet hij er maar gebroken uit.
‘Gioa... dat kan je ook.’ probeerde hij nog, maar ik schud mijn hoofd.
‘Laat maar, Evan. Gewoon... ik... blijf gewoon uit mijn buurt.’ zeg ik en draai me dan om.
Wanneer ik weg begin te lopen vraag ik mij af wat pijnlijker is; dat hij mij niet achterna komt, of dat ik misschien wel wil dat hij dat doet.

Die middag moet ik van twaalf tot kwart over vier werken bij de McDonalds.
De dag was lang, vermoeiend en elk moment stond ik op het punt van een paniekaanval.
Om kwart voor vijf ben ik thuis en om iets eerder dan vijf uur komt Ashley’s moeder Ammay afbrengen.
Ik glimlach en bedank haar, zoals altijd, waarna ze mij verteld dat het geen punt is, zoals altijd.
Wanneer ze weggaan kijkt Ammay een bedachtzaam om zich heen, alsof ze weet dat er iets niet klopt, maar niet weet wat.
Dan wendt ze zich naar mij toe.
Ik voel een stille misselijkheid opborrelen.
Ik weet wat ze gaat zeggen.
‘Waar is Evan?’ vraagt ze, een denkrimpel tussen haar wenkbrauwen.
Ik loop naar haar toe, hurk voor haar neer.
Voorzichtig neem ik haar kleine handen in de mijne.
‘Evan zullen we een tijdje niet zien, oké?’ ik slik. Mijn stem trilt. Ik wil het stoppen, maar het lukt niet,’ En als je hem ziet, praat dan niet tegen hem. Dat lijkt me het beste. Oké?’
Ze knikt lichtjes en haalt haar zachtjes haar handen los, waarna ze eentje op mijn wang legt.
‘Jij verdrietig.’ prevelt ze dan.
Ik slik opnieuw.
Ik doe het echt te vaak.
Het is mijn manier om emoties weg te stoppen, maar het werkt niet.
Het werkt nooit.
Natuurlijk niet.
Ik strijk een lok haar uit haar gezicht.
‘Dat komt wel goed, lieverd. Maak je maar geen zorgen over mij.’ druk ik haar op het hart.
Ik sta op, loop naar de keuken om aan het eten te beginnen.
Dan komt ze naast me staan en kijkt naar mijn omhoog.
‘Wat heeft hij gedaan?’ vraagt hij.
Ik voel iets pijnlijks in mijn buik, draaiend en grommend en vechtend naar een weg naar buiten.
Wat heeft hij eigenlijk gedaan?
Is het echt zo erg als dat ik er in mijn hoofd van maak?
Maar ik kan niet meer terug.
Ik heb Evan voor altijd verloren.
Mijn hand strijkt zachtjes over haar haren.
‘Het is heel ingewikkeld, Emmy. Ooit vertel ik het je misschien nog wel. Oké?’ zeg ik haar.
Ze knikt en loopt weg, gaat aan tafel zitten tekenen.
Ik begin aan het eten, snij wat groentes die nog ergens in de kast liggen.
De boodschappen heb ik bij Evan achtergelaten toen ik weg liep.
Ik kan ze nu maar moeilijk terugvragen.
Wat zou ik moeten doen?
Naar zijn huis lopen, aanbellen en vragen of ik mijn eten terug mag hebben?
Dat kan ik niet maken.
Ik wil het niet.
Ik wil hem niet meer zien.
Misschien overdrijf ik, want hoe groot was dat leugen nou precies?
Maar ik vertrouwde hem.
Ik had mij aan hem opengesteld, stond mijzelf toe om kwetsbaar te zijn.
Langzaam maar zeker voel ik tranen achter mijn ogen opwellen en ik neem de tijd niet om ze weg wrijven, ook al betekend dat dat de eerste al snel een spoor over mijn wang naar beneden trekt.
Ik vertrouwde hem.
Dan gaat opeens de deurbel en van schrik snij ik haast in mijn vinger.
Ammay staat al op, maar ik gebaar dat ze eventjes daar moet blijven.
Ik loop naar de deur, zonder echte verwachtingen, hoop, of angst.
Pas wanneer ik de deur open - in die fractie van een seconde dat ik nog niet zie wie of wat daar staat - borrelt er paniek op.
Wat als het Geoff LeNoir is?
Wat als hij weet waar ik woon?
Maar hij is het niet.
Het is een volle boodschappentas met alle spullen die ik die ochtend gekocht heb.
Maar Evan is al weg.

Reacties (4)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • Diago

    Haha bangerik! Wel zielig voor Evan. Hij had het wel goed voor met haar niet?

    3 jaar geleden
  • BethGoes

    Eens met DeNaamIsGideon

    3 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    Wel zo vriendelijk.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen